Naar het meest zuidwestelijke puntje van Engeland
Retourtje Land's End

In de nazomer van 1997 fietste Dick Verschuur van Katwijk aan Zee via Stonehenge naar Land's End (en terug). Op veler verzoek in deze Fietskoerier een paar van de foto's en een benopt reisverslag.
| 17-09-1997 | onderweg naar Renesse | 105km | 105km |
Schitterend weer en na honderdvijf kilometer fietsen staan de fiets en het tentje op het trekkersveldje van Camping Laône, vlak bij de duinen. Tien jaar geleden kwam ik hier voor het laatst en sindsdien is er heel veel veranderd. De vorige eigenaar, dhr. van Arkel, is inmiddels overleden en de camping wordt nu beheerd door een Stichting. Dat toont zich. Het is lang niet meer zo rustiek als toen, de plekjes zijn kleiner en er zijn bomen gerooid. De vooruitgang heeft hier huisgehouden.
Ik ga er niet om treuren.
Ik probeer te schrijven.
Toen ik vanmorgen naast m'n opgepakte fiets stond en afscheid nam van Els kreeg ik een cadeautje. Een reisdagboek. Honderdtwintig keurig voorbedrukte pagina's. Het geheel is zo saai vormgegeven dat het de lust tot schrijven volledig ontneemt.
"Hier, voor jou. Wanneer je nu elke avond een stukje schrijft dan kan ik, wanneer je terug bent, in je boekje het hele stuk terugfietsen".
Els is een lief mens.
En dus noteer ik, keurig op de voorbedrukte lijntjes, de gebeurtenissen van de afgelopen dag.
- door duinen naar Scheveningen
- Na tien kilometer fietscomputer kapot (draadje stuk)
- in Den Haag bij Mammoet langs, nieuwe gekocht.
- Vanuit Den Haag via Delft en Schipluiden naar Maassluis.
- Veerpont
- over LF1 (Noordzeeroute), Haringvlietdam naar Renesse.
- Laatste stuk heel aangenaam door prachtig duinlandschap.
Terwijl ik dit schrijf vraag ik me af waarom mensen tijdens hun vakanties een dagboek willen bijhouden wanneer ze dat in het dagelijks leven niet doen. Welk doel dient zoiets? Zou Els dit echt leuk vinden? Schrijf ik dit op in de hoop dat ik het later nog eens terug zal lezen?
Ik blader door het lege boek.
Onderaan elke pagina staat een Succesagendawijsheid.
Voor vandaag, 17 September 1997, moet ik het doen met:
Er wordt meer tijd verknoeid met werken dan met nietsdoen - Jean de Boisson
Er fluit een merel.
Het is tijd voor bier
| het standbeeld van Michiel de Ruyter in Vlissingen | |
Boven: het veer van Vlissingen naar Breskens. Onder: de vuurtoren van breskens |
|
het standbeeld van Van Dale in Sluis |
| 18-09-1997 | onderweg naar Bredene aan Zee | 116km | 221km |
Het eerste stuk van de rit van vandaag gaat door een duinlandschap waaruit de zomerkleuren al langzaam verdwijnen. Ook dit jaar komt, onherroepelijk, de herfst. Het frisse groen maakt plaats voor bruine kleuren en de geur van paddestoelen. Het duingras is geknakt en de duindoorns hangen vol met feloranje bessen.
Een paar weken nog.
De Oosterscheldekeerkring is er klaar voor en Neeltje Jans ligt er verlaten bij.
Dwars door Walcheren fiets ik over het jaagpad langs het kanaal naar Vlissingen. Halverwege de Boulevard staat de Gevangenentoren, een restant van een oude stadsmuur dat tegenwoordig dienst doet als restaurant. Aan het einde van die boulevard staat nog een kustlicht en het standbeeld van Michiel de Ruyter. Een lagereschoolgevoel maakt zich van me meester.
Eenzelfde gevoel, maar dan toch anders, krijg ik wanneer ik later op de middag in het plaatsje Sluis langs het beeld van Johan Hendrik van Dale fiets.
Via het jaagpad langs het Kanaal van Brugge naar Sluis en een lange rit door het West-Vlaams polderland kom ik aan het begin van de avond in het plaatsje Bredene aan Zee, vlakbij Oostende. De camping is een caravanpark met keurig aangelegde tuintjes. Het trekkersveldje ligt pal onder de ontluchting van het waslokaal en is niets meer dan tien vierkante meter kaalgetrapt gras dat ook nog dienst doet als hondentoilet.
Wanneer ik later op de avond in een troosteloze wasserette wcht op het drogen van de was krijg ik gezelschap van een veel te dikke vrouw met een bruin gebit. Op haar benen staat meer haar dan op de mijne. In onverstaanbaar koeterwaals vertelt ze me van dingen waarvan ik niets wil weten. Ik knik, zeg 'hmmmm' en 'ja' en 'nee' op de juiste momenten en blader door m'n dagboek.
Wandel door het leven en praat met iedereen - Perzisch spreekwoord.
Ik ben hier op de fiets dus voor mij geldt dat niet.
| 19-09-1997 | onderweg naar Fairfield (UK) | 112 km | 333 km |
De ferry tussen Oostende en Ramsgate onderga ik als een absoluut non-event. Zelfs het zicht op een reddingsoperatie per helicopter op een passerende ferry kan daar niets aan veranderen. Het enige leuke van de boottocht is dat je er als fietser als eerste af mag.
Eenmaal in Engeland en op de fiets ontdek ik allerlei dingen die me bij eerder bezoekjes (in de auto) nog niet eerder waren opgevallen.
Dat het heuvelachtig is bijvoorbeeld. Veel heuvelachtiger dan verwacht zelfs. Vandaar dat de eerste vijftig kilometer vandaag heel erg tegenvallen. Uitgewoond rijd ik Lympne binnen en ga er op zoek naar een geldautomaat.
Die blijken in Engeland schaars.
En een eurocheque blijkt ook iets vreemds te zijn.
Uiteindelijk toch een pub gevonden waar de uitbater bereid bleek het risico van deze vreemde valuta te accepteren. In ruil voor een extra fooi krijg ik een portie veel te vette lasagna.
Het bier in dit land is overigens wel om over naar huis te schrijven. Het zou een reden kunnen zijn om hier te gaan wonen.
Maar wat moet je er doen?
Na Lympne volgen 25 absoluut vlakke kilometers door de Romney Marshes naar het schitterende Rye (waar gelukkig wél een geldautomaat is).
Met de schemer op m'n hielen vervolgens doorgereden naar het plaatsje Fairfield, dat valk voor Hastings ligt. De laatste honderden meters van de dag gaan omhoog... achttien procent. Dat kan een mens niet fietsen. Duwen dus. En dat is, in een druilerige regen, niet echt een pretje.
In het enige B&B in Fairfield kan ik m'n fiets in de duivenschuur stallen en de veel te dure kamer is zo Spartaans ingericht dat ik troost put uit m'n dagboek:
Ergens geweest te zijn maakt menigeen gelukkiger dan er te zijn - Peter Sirius.
Ik hoop dat dat ook voor mij geldt. Was het maar morgen.

| beelden uit het dorpje Lympne |
| 20-09-1997 | onderweg naar Washington | 100 km | 433 km |
Even ten westen van Eastbourne passeer ik langs Beachy Head. Deze plek is niet alleen bekend vanwege het feit dat de klif de hoogste in het verenigd Koninkrijk is maar vooral omdat hier elk jaar zoveel zelfmoorden plaatsvinden. Ieder jaar opnieuw zijn er ongeveer vijfentwintig personen die er voor kiezen voor een val van honderdtachtig meter hoogte naar de rotsen en kiezels beneden op het strand.
Wanneer ik m'n fiets bij een ijswagen parkeer en er rondwandel kan ik me daar iets bij voorstellen. Een mooie plek voor een zelfmoord.
Kortgeschoren gras golf over een afstand van ongeveer vierhonderd meter naar de rand. Het is er stil, sereen bijna. Verliefde stelletjes zitten hand in hand, een jongen speelt frisbee met zijn hond, twee vrouwen duwen elk een kinderwagen voort.
Over de rand van de klif gaat de zee bijna onmerkbaar over in een heiig zwerk.
Ik vraag me dingen af.
Zou hier vandaag iets gebeuren?
Loopt er hier op dit moment iemand rond met 'plannen'?
Het meisje links van mij bijvoorbeeld? De man in het regenjack?
Is haar relatie uit? Heeft zijn vrouw hem bedrogen?
Denken zij misschien dat ik degene ben die vandaag naar de rand zal lopen... langzaam, in een bijna rechte lijn... om dan ineens en zomaar te verdwijnen?
Het meisje kijkt naar mij... en ik naar haar.
We lachen.
Ik schrik.
Geef ik haar misschien een onbedoeld signaal?
Ik loop naar de rand en merk dat de afstand groot genoeg is voor een lange overpeinzing... voor wikken en voor wegen... en voor de blikken in m'n rug.
Maar er is niemand die me roept.
Geen hek.
En o wat is dat hoog.
Waarom wil ik naar Land's End fietsen?
Geen flauw idee.
Ik heb er ook geen behoefte aan om op zoek te gaan naar het antwoord op die vraag.
Dat fietsen vind ik leuk, dat alleen zijn ook, en wanneer ik niet naar Land's End zou fietsen maar ergens anders naar toe dan zou die andere bestemming dezelfde vraag oproepen.
Ik fiets naar Land's End maar heb daar geen bijzondere bedoeling mee.
Vandaag heb ik het toevallig bijzonder naar m'n zin. Van de kilometer over et fietspad langs de boulevard in Brighton bijvoorbeeld. Dat zou een voorbeeld kunnen zijn voor de gemeente Katwijk aan Zee. Even ten westen van de stad volgt een prachtig uitzicht op Shoreham Castle. Ook dat is genieten. Net zoals ik van de uitzichten bij Hastings, eerder op de dag, ook al zo'n blij gevoel kreeg.
Ik heb het, op m'n Vittorio, uitstekend naar m'n zin.
Minder blij wordt ik van het ontbreken van alle andere fietspaden. Je fietst hier in Engeland, over die country roads, toch rond als iemand die de plaats van een auto in beslag neemt. Als fietser hou je het andere verkeer op, je rijdt in de weg en dat laat men horen ook.
De camping in Washington is er een om ooit naar terug te keren.

DeWest Pier van Brighton
| 21-09-1997 | onderweg naar White Parish | 131 km | 564 km |
Als de herfst vandaag zou moeten beginnen dan heeft hij zich verslapen. Het is prachtig zomerweer, de hemel is helder blauw en er staat geen zuchtje wind. Ik fiets dwars door Hampshire en heb het eigenlijk prima naar m'n zin. Dat 'eigenlijk' komt vanwege het landschap.
Het heuvelt in dit deel van de wereld.
Heuvelen is een understatement.
Zwetend een heuvel op ploetern om na een korte afdaling weer moedeloos aan de volgende te beginnen. Een schier eindeloze herhaling waar je niet echt vrolijk van zou worden wanneer het niet zulk fantastisch weer zou zijn. Geluk zit ook in overwinningen op jezelf; tussen al die bulten heb ik vandaag een afstandsrecord neergezet. Honderdeenendertig kilometers.
Vandaag viel me overigens ook op hoeveel bloemen er nog hangen voor de kortgeleden verongelukte Diana. Aan brievenbussen, bomen, richtingwijzers... overal hangen nog kransen en bossen.
Dat geeft toch wel te denken.
Hier in White Parish heb ik een leuke pub gevonden waar, behalve een aardig maal, ook een behoorlijke (en betaalbare) kamer is. Dat heeft voordelen. Morgenochtend hoef ik niet op zoek naar een ontbijtje en ik zal ook niet, zoals vanmorgen, wakker worden in een zeiknatte tent op een mistig grasveld.
Een natte tent weegt veel meer dan een droge en dat is, vooral in dit landschap, een extra narigheid.

| Zestien procent... | vijfentwintig procent... |

| Dat betekent: lopen en duwen... | en uitrusten in de kroeg. |
| 22-09-1997 | onderweg naar Blandford Forum | 104 km | 668 km |
Vandaag gaat de rit eerst vanuit White Parish naar Stonehenge... een van de vermeende 'doelen' van m'n reis. Van een afstand hebben de stenen niets mystieks of geheimzinnigs. Er is niets dat herinnert aan heksen en druïden, aan maagenoffers en gestorven trollenkoningen. In een heuvelend weide landschap staat een groepje stenen. Niets meer. Kaal en sfeerloos. Ijzeren pennen houden een lullig plastic lint omhoog dat de bezoekers op een ruime afstand moet houden.
Japanners, Amerikanen, Duitsers.
Hoofdzakelijk bejaarden.
In het bezoekerscentrum krijg in een walkman met koptelefoon. Op het apparaat staan negen knopjes die ik op keurig aangegeven plekken moet indrukken. Een prettig klinkende Hollandse stem heet me welkom maar - en dat is jammer - voegt alleen maar vragen toe aan degene die ik al heb.
Vreemde plek.
En zo loopt iedereen hier een rondje om de heuvel.
Men schuifelt langs, koptelefoon op het hoofd, en vraagt zich af... wat is dit toch?
Want - en dat is me wel duidelijk - alle verklaringen voor dit vreemde bouwsel zijn niets meer dan vage veronderstellingen.
Bij het inleveren van de koptelefoon koop ik nog een boekje en hoop dat ik daarin, vanavond in de tent, een beter antwoord vind.
Na Stonehenge volgen hele mooie kilometers door Avon River Valley via Amesbury naar Wilton en vandaar door een prachtig landschap in zuidwestelijke richting naar Blandford Forum. De camping in die plaats blijkt een soort arboretum en de receptie en gezelschapsruimte zijn gevestigd in een sfeervol Victoriaans gebouw. Ik prik m'n tentje naast een driehonderddertig jaar oude boom, probeer de tamme fazanten uit de buurt te houden en maak een eenpansmaaltijd klaar. De huiswijn smaakt naar goedkope zuurtjes, zeker uit een plastic mok.
Een mooie dag met volop zon.
Het gras wordt nat, de tent bedauwt.
| Stonehenge | De pub in Moretonhampstead |
| 23-09-1997 | onderweg naar Ottery St. Mary | 110km | 778km |
Dorset. En opnieuw schitterend weer. Het is windstil en er schijnt een najaarszonnetje. Omdat de nachten zo koud zijn druipt alles iedere morgen van het water. Het gras, de bomen, de struiken... aan alles hangt water.
Dat water verdampt in de loop van de morgen en daarom is het bijzonder vochtig. En omdat het zo vochtig is verdampt m'n zweet niet.
Dat is lastig fietsen.
Vanmorgen was het koud. Ik schat een graad of zeven. Dus kleed je je goed aan. Een hemd, en nog een, een truitje en een jas. Vier lagen dus.
En dan... dan ga je fietsen.
Heuvel op en heuvel af.
Tien procent, twaalf procent, veertien procent.
Binnen vijftien kilometer druip je van het zweet... dat door de hoge luchtvochtigheid niet verdampt.
Ik fiets over diep in het landschap uitgesleten country roads waarop de omgeving schuil gaat achter hoge heggen en opgestapelde muurtjes. Op kruisingen en zeldzame open stukken geniet ik van een landschap vol vergezichten. Een lage mist hangt onfotografeerbaar mooi over het veld.
Ik sleep te veel gewicht met me mee;
- wandelschoenen
- boeken
- het onderzeltje voor de tent
- te veel fotospullen
- een groot en onhandig slot
| 24-09-1997 | onderweg naar Tavistock | 62km | 840km |
Vandaag door Exeter en over Dartmoor gefietst. Tweeënzestig kilometer slechts. Maar wel tweeënzestig hele mooie kilometers. De wegen in dit deel van de wereld gaan in een rechte lijn een heuvel op om in dezelfde rechte lijn de heuvel af te gaan en de volgende weer op. Langs die wegen staan er borden met de percentages. Vijftien procent, twintig procent, 1:3. de dag bestond dus voor het grootste gedeelte uit duwen en dalen. De rit over Dartmoor viel nog wel mee, want eenmaal door Moretonhampstead en in het National Park bleken de heuvels langer en minder steil. Langs prachtige plekken gekomen als Widecombe in the Moor, Two Bridges en Princetown. Tavistock is overigens ook een heel prettige plek.

| Lydford Castle | Clapper bridge |

| Black Tor | Hay Tor |

Uitzicht over Widecombe

| het stadhuis van Tavistock | |
Tavistock new cemitary | |
Pannier Market |
| 25-09-1997 | onderweg naar Perranworthal | 100km | 940km |
Het weer blijft onveranderd mooi. Een wolkeloos zwerk en geen zuchtje wind. Vanwege de koude en natte nachten heb ik de tent verwisseld voor de luxe van het Bed and Breakfast. Duur, dat wel, maar m'n kleding en tent blijven droog en ik kan er tenminste 's avonds op m'n kamer, een beetje schrijven en lezen. Bovendien wordt de fietstocht er ook wel een stuk Engelser door. De ontbijten bijvoorbeeld. Want wat is er Engelser dan een ontbijt met gebakken eieren, witte bonen in tomatensaus, worstjes, tomaten en slappe thee geserveerd door een bleke mevrouw in een bloemetjesschort.
| 26-09-1997 | onderweg naar St. Ives | 109km | 1049km |
Het eerste stukje van de dag, naar Helston, was opnieuw erg lastig. Het stuk daarna, van Helston naar Penzance, was een feestje. Vooral in de laatste kilometers, vanaf de 'First and Last Pub' naar Land's End, zat ik juichend op de fiets. Er maakte zich zowaar een elfstedentochtgevoel van me meester. De beloning het 'gehaald' te hebben- heb ik gevierd met een toeristenfoto bij de paal. In het gebouwtje naast de paal staat zoekt een aardige mevrouw uit een reusachtige letterbak de houten letters en cijfers die de tekst 'Katwijk aan Zee 785km' vormen (de afstand komt uit een computer en is hemelsbreed gemeten).
In John O'Groats, in het uiterste noorden van Schotland, staat net zo'n paal. Daar ga ik de volgende keer naar toe.
De weg tussen Land's End en St.Ives gaat op en neer door een landschap van prachtige kliffen (links) en heideheuvels vol schapen (rechts). Het is het mooiste stukje van m'n rit (tot zover).
St. Ives is een kunstenaarsdorp en de plaats waar het beroemde Tate Museum staat. Daar ga ik morgen kijken naar het werk van Alfred Wallis. Ik wil ook naar het Minnack theater, Cornish Pasties eten en een beetje vissen.
Twee dagen uitpuffen, dat lijkt me niet verkeerd.

| De Romeinse brug bij Carnon Downs | Een Milestone op weg naar Helston |

Mount Saint Michael

| Prussia Cove | Prussia Cove |

| Een oude tinmijn (er zijn er honderden van) | |
Het échte Land's End | |
Een Vittorio voor de eerste Pub in Engeland (of de laatste) |

| De foto bij de paal | Het diploma |

| Het strand bij St. Ives | Het strand bij St. Ives |
| 29-09-1997 | onderweg naar Camelford | 105km | 1154km |
Van St. Ives volg ik de kustweg naar Padstow en geniet van elke kilometer, zelfs van alle stukken die ik moet lopen omdat het ook hier weer veel te steil is. De 'Camel Trail' is prettig fietsen. Het traject is aangelegd op de bedding van een oude spoorweg en het is hier dat ik de allereerste fietsers tegenkom. Jonge gezinnen met kinderen en pre-vutters in de 'Koga-Myata klasse'. Het stuk is zeventien mijl lang. Aan beide einden van de trail is een fietsverhuurbedrijf waar je prettig kunt eten en drinken. Je kunt er ook een diploma kopen, of een medaille. Want, wanneer je het schelpenpad het heen-en-weer aflegt, is dat voor veel mensen al een hele dobber.
| 30-09-1997 | onderweg naar South Molton | 102km | 1256km |
Na het mooiste ontbijt tot nu toe (in de pub van Camelford) volgt de allereerste lekke band. Via platsen als Bude en Torrington kom ik terecht in een Bed and Breakfast in South Molton dat van boven tot beneden vol staat met keramieke prut. De eigenaresse heeft in haar kelder een volledig werkplaats met twee ovens en een magazijn met duizenden rubberen gietmallen. Ze geeft cursussen waarin ze andere vrouwen leert hoe nog meer van deze zinloze schoorsteenmantelversiering uit te poepen. Kerstmannen, tuinkabouters, trollen, cupido's, dikke padden en danseresjes. In elke kamer van het pand staan honderden beelden zinloos stof te vergaren.
Een maniak?
| 01-10-1997 | onderweg naar Highbridge | 92km | 1348km |
De reis gaat over Exmoor. Prachtig maar zwaar. De klim is slopend, vooral in de ochtendmist. De uitzichten (vanwege de mist niet fotografeerbaar), de bloeiende hei en een roedel herten zijn de hoogtepunten van de dag. Ook mooi is de afdaling, halverwege de middag, naar het plaatsje Minehead.
Highbridge is een suffe kustplaats waar de kamers in het voormalige hotel The George (het is nu een pension) er sinds de zestiger jaren niet veranderd of schoongemaakt zijn . De gangen staan vol met op elkaar gestapelde en door vocht aangetaste dozen vol oude kranten. Er is een roestig bad waarin ik m'n kleren was. Die droog ik in de plaatselijke wasserette. Het avondmaal bestaat uit een hele vieze Fish and Chips en een veel te koude pint Stella.
Sometimes the bear will eat you...

Ochtend over Exmoor.

| Een goed ontbijt... | en een verschrikkelijk diner |
| 02-10-1997 | onderweg naar Bristol | 75km | 1423km |
Sometimes you eat the bear. Het leven bestaat uit keuzes en op de fiets kun je die op elke kruising nemen.
Rechtdoor naar Bristol?
Of een omweg via de Cheddar Gorge naar Bath en dan via het Bristol Tow Path naar de stad?
Het laatste dus en daarom kan ik aan het eind van de dag weer een prachtige kraal aan m'n ketting rijgen.
Het weer houdt ook niet op mooi te zijn.
| 03-10-1997 | onderweg naar North Nibbley | 35km | 1457km |
Al van verre zie ik, boven op de heuvel het Tyndale monument en na een rondje door de twee valleiën rijd ik het dorp binnen. In de village shop (and Post Office) ontmoet ik Ann en David en een half uur later rijd ik m'n Vittorio de Old Brewery in. De verbouwing is achter de rug en ze hebben het pand in de afgelopen vier jaar omgebouwd tot een prachtige plek waar ze nu met hun drie kinderen en twee kleinkinderen wonen. Het is er groot genoeg om elkaar nooit te hoeven zien.
Na het lamsmaal neem ik me voor om morgen naar Dursley te fietsen om daar op zoek te gaan naar het graf van Pedersen.

| het huis in Dursley, waar Mikael Pedersen gewoond heeft | het graf |

| Cheddar Gorge | Tintern Abbey |

Severn Bridge, van Bristol naar Wales
| 05-10-1997 | onderweg naar Bicester | 113km | 1570km |
Ik stel me voor dat, wanneer ik later zal vertellen dat ik drie weken onder een wolkenloze hemel door het zuiden van Engeland gefietst heb, nieman me zal geloven. Zeker niet wanneer ik daarbij vertel dat ik zowel op de heenweg naar Land's End als op de terugweg richting Harwich de wind in de rug gehad heb. Het weer lijkt namelijk elke dag mooier te worden. Vandaag het is oktober in een korte broek en T-shirt door de Cotswolds gefietst. Drie jaar geleden was ik hier ook, met de fiets. Die stond toen, naast die van Els, ondersteboven op het dak van de auto. De Cotswolds bleken voor ons te zwaar... te veel en te steile heuvels.
Vandaar dat ik, met de problemen die ik verleden week in Dorset, Devon en Cornwall gehad heb, nogal opzag tegen de dag van vandaag.
Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest.
De Cotswolds zijn een eitje.

| De enige lekke band | 'Narrow Boats' in Oxford |
| 06-10-1997 | onderweg naar Ware | 113 km | 1683 km |
Het landschap wordt stilaan vlakker. Sinds vanochtend liggen de Cotswolds achter me en na de laatste heuvels (Whipsnade Hill was de grootste) rijd ik 's middags door iets wat een beetje op Oost Brabant lijkt. Het heeft voor het eerst geregend, juist op een moment dat ik binnen was. Een kwartiertje, langer niet. In het plaatsje Ware slaap ik op een tienerkamertje. Op de ombouw van het bed staat een rijtje pluizebeesten en knuffels. Een stapel kinderboeken op een schoolbureau, legpuzzels op de linnenkast. Leuke stops van vandaag? De Anglers Retreat in Marshworth en de Village Shop in Cuddington. Voor het grootste gedeelte bestond de dag uit fietsen
| 08-10-1997 | onderweg naar Maldon | 70 km | 1753km |
Het weer gaat omslaan. Een Hollands zwerk jaagt langs de lucht en de wind duwt me naar de kust. Essex is zo vlak als Zuid Holland en helemaal niet leuk. Ik verlang naar huis.
| 09-10-1997 | onderweg naar Katwijk aan Zee | 81 km | 1834km |
Regen! Niet zo maar een beetje maar veel. Het is herfstweer en de wind is zo hard dat de ferry van Harwich naar Hoek met twee uur vertraging vertrekt. Op zee wordt ik ziek en Hoek komt als een verlossing.
Terugkijkend geniet ik na van mooie dingen.
Van Dartmoor National Park.
Van Prussia Cove.
Van de Cornwall Coast Road.
Van Exmoor
En van Cheddar Gorge.
| Volgende > |
|---|
Bevalt dat... zo'n fietsvakantie?
| Ach... het was maar een maand. veel te kort eigenlijk, maar lang genoeg om te weten dat zoiets (vakantiefietsen) leuk genoeg is om het langer te gaan doen. Dan heet het anders... dan heet het wereldfietsen. Vanaf mei volgend jaar zijn we op deze plaats terug. Dick en Els gaan naar Timboektoe... Donald Duck achterna! |
![]() Recept van de maand |

