Burgemeester van Katwijk aan Zee kan trots zijn op Dick en Els!

De missie

Dick en Els

4 juli 2003. We rijden op de Alaska Highway in de Canadese Yukon en zijn op weg naar Watson Lake, even ten noorden van de 60e breedtegraad (de hoogte van Helsinki). De stad heeft bijna achthonderd inwoners en ligt ruim twintig kilometer oostelijk van de plek waar de Cassiar Highway bij de Alaska Highway komt en op bijna dertienhonderd kilometer van Prince George, waar we veertien dagen eerder onze laatste rustdag hadden.
We zijn op weg naar Watson Lake met een missie.
Een missie?
Ja, een missie!

Het zit zo: In 1942, tijdens de aanleg van de Alaska Highway door het Amerikaanse leger , strandde er op de plek van het huidige Watson Lake een legertruck met motorpech. Carl K. Lindley, een jonge militair uit het plaatsje Danville, Illinois, werd bij het voertuig achtergelaten, wachtend op reserve-onderdelen. Na een aantal weken kreeg de knaap zo'n last van heimwee dat hij een bord maakte met daarop zijn woonplaats, een pijl en het aantal mijlen die hem van thuis scheidden. Dat bord plaatste hij, met de pijl richting Danville, recht voor de Watson Lake Trading Post - toentertijd het enige gebouw in een straal van 200 kilometer.
Een poosje later volgde een andere militair zijn voorbeeld.
Een derde en vierde bord kwamen snel en toen de Alaska Highway in 1946 voor toeristen werd geopend kwamen er meer borden.
Op 20 juli 1990 timmerden Olen en Anita Walker uit Bryan, Ohio, het tienduizendste bord op een van de palen en inmiddels staan er bijna 50.000 borden met plaatsnamen uit de hele wereld in het plaatsnaambordenbos van Watson Lake. Het gaat snel. Er is vrijwel geen toerist meer die over de Alaskan Highway rijdt zonder dat hij een bord met de naam van z'n woonplaats bij zich heeft.
Ook wij niet en vandaag, vandaag is dus de grote dag.
Want... al sinds ons vertrek uit Katwijk slepen we een plaatsnaambord met ons mee. Het is hetzelfde plaatsnaambord dat ruim drie jaar geleden op mysterieuze wijze verdween uit de berm naast het fietspad door de duinen tussen Noordwijk en het Katwijkse uitwateringskanaal. Vandaag is het de bedoeling dat we dat bord een mooie plek gaan geven in het wereldberoemde Sign Post Forest van Watson Lake.

Maar Watson Lake is nog ver.
En het regent.
Net zoals het de afgelopen veertien dagen bijna elke dag geregend heeft.
Van die druilerige motregen.
Van die regen die niet op regen lijkt maar waarvan je binnen een uur doornat bent.
Dit deel van de Alaskan Highway is een weg die wij een 'mijmerweg' noemen. Een weg waarop je fietst zonder naar de omgeving te kijken en waarop, na verloop van tijd, de gedachten hun eigen gang gaan.
De cadans van het trappen, het ritme van de regen en de zen van het fietsbestaan.
Mijmeren over het plaatsnaambordenbos van Watson Lake en het al even vreemde fenomeen dat plaatsen, overal ter wereld, er toe brengt om een kleurig standbeeld van 'de grootste' te willen hebben en dat op een prominente plek in het dorp ten toon te stellen. Het liefst nog vergezeld van een fontein, feestelijke avondverlichting en een sierlijk bord met verklarende tekst.
Wat is dat toch?
Drie jaar geleden, in Rio Grande, Tierra del Fuego, kropen we op de rug van de grootste regenboogforel ter wereld. We fietsen door Fort Stockton, Texas en lieten ons fotograferen voor 'the world's largest Roadrunner'. Ergens in de Mexicaanse Yucatan reden we zestig kilometer om, voor een fontein met 's werelds grootste sombrero. In Plains, Georgia staat de grootste pinda en uit Midland, Texas komt de grootste eikel ter wereld. Nog geen drie weken geleden reden we door Houston, British Columbia... home of the world's largest fly fishing rod.

Dick en Els

Rio Gallegos, Tierra del Fuego, Argentina: 's werelds grootste regenboogforel. Fort Stockton, Texas: Paisano Pete... 's werelds grootste roadrunner.
Plains, Georgia: 's werelds grootste pinda. Houston, British Columbia, Can.: de grootste vliegenhengel

"Ik weet niet wat dat is, dat fenomeen, maar het zijn toch een soort attracties waar mensen op afkomen... je kunt zeggen wat je wilt".
"Zeker. Weet je nog... Cawker City, Kansas... het grootste bolletje touw ter wereld?"
"Ruim tweeduizend kilometer sisal. Hoe zwaar was dat wel niet? Negen ton?"
"Ja. Maar... veel belangrijker... hoeveel touringcars met Japanse toeristen stonden er wel niet te wachten om zich daarbij te laten fotograferen?".
"Dat wij zoiets niet hebben... zonde hè?"
"Wij?"
"Ja... in Katwijk, bedoel ik. Het zou toch veel leuker zijn als de mensen uit Watson Lake helemaal naar Katwijk zouden fietsen met een plaatsnaambord in hun fietstas dan andersom?"
"Een rolmops! Op dat parkeerplaatsje tegenover Hotel Noordzee... een rolmops met een diameter van vier meter! Katwijk aan Zee, home of the world's largest rolmops! Goed voor zestig bussen Jappanners per week. En die kopen allemaal een Delfts blauw miniatuurtje, een T-shirt en een doosje theelepeltjes".

Dick en Els
We zien, tot onze grote verbazing, dat het Sign Post Forest véél groter is dat we ons hadden voorgesteld. In 1942, tijdens de aanleg van de Alaska Highway door het Amerikaanse leger... en zo onstond er uiteindelijk een heel bos.

Wanneer we Watson Lake binnenfietsen is het inmiddels opgehouden te regenen. We passeren een benzinepomp, gaan een klein heuveltje over en zien dan, tot onze grote verbazing, dat het Sign Post Forest véél groter is dat we ons hadden voorgesteld. Het park domineert de hele zuidkant van het dorp en staat vol met palen waarop duizenden, tienduizenden kleurige borden. In het voorbijfietsen zien we Nederlandse plaatsen als Zwolle, Groenlo, Huizen en Den Haag. Stomverbaasd parkeren we onze fietsen, gespen een roltas open en nemen ons bord eruit.
Eindelijk.
Maar wanneer we ons met het bord bij het informatiecentrum melden krijgen we een bijzonder teleurstellende mededeling.
Het wereldberoemde Sign Post Forest is helemaal vol en voor ons bord is geen plek meer.
De juffrouw achter de balie legt ons vriendelijk uit dat het een probleem slechts van tijdelijke aard is. Het terrein waarop de palen met de plaatsnaamborden staan is te klein geworden en er wordt hard gewerkt aan uitbreiding. Ze wijst naar de overkant van de weg waar we een paar buldozers en andere graafmachines zien.
"Zoals u ziet doen we er alles aan om onze nieuwe lokatie zo snel mogelijk geschikt te maken maar zolang dat niet het geval is zult u moeten wachten".
"Wachten?"
"Ja... of terugkomen wanneer het nieuwe park klaar is. Daarin hebben we plaats voor naar schatting 250.000 plaatsnaamborden"
"Terugkomen?"
"Eind augustus... waarschijnlijk".
"Weet u wel niet hoe ver wij met dat bord gefietst hebben?"
"Nee... ver?"
"Ja... héél ver! U wilt niet weten hoe ver. En nu vraagt u of we over twee maanden terug willen komen?"
"Ja... er zit niets anders op... sorry".

 

Weer buiten lopen we, met ons plaatsnaambord onder de arm, een rondje over het terrein. We zien borden uit de vreemdste uithoeken van de wereld. Uit alle landen waar we doorheen gefietst zijn en uit veel plaatsen en steden waar we een nacht doorgebracht hebben... Santiago de Chile.. San Marcos, TX... Köln... Zaragossa... Casper, WY... San Miguel Allende... Gorssel.
"Gorssel?"
"Waar ligt dát in Godsnaam?"
"Geen idee... klinkt heel erg Noord Limburg... zo'n dorp dat ieder jaar in het nieuws komt wanneer de Maas buiten haar oevers treedt".
"Gorsel... klinkt meer als een scrabble-woord; 'aangekoekte bodemlaag na het koken van zult' of 'dwarsverbinding op kruis in leidsel van meerspannen'".
"Gorssel... wát een naam zeg. Maar... ze hebben wel een mooie plek... dat moet gezegd, zo vlak aan de weg. Heel mooi in't zicht".
"Tsja... schitterende plek... schit-te-rend gewoon..."
"Zullen we?"
"D'r is niemand te zien... heb jij de spijkers?"
"Ja. Hier is een steen..."

Dick en Els
Stomverbaasd parkeren we onze fietsen, gespen een roltas open, nemen ons bord eruit... en voltooien onze missie. Burgemeester Wienen kan trots op ons zijn!

Een half uur later fietsen we met vijf kilo minder bagage in de tassen de stad weer uit.Tevreden.
"Ik denk dat burgemeester Wienen wel trots op ons kan zijn... héél trots!"
"Dat denk ik ook. We hebben Katwijk, óns Katwijk, toch maar eventjes op de kaart gezet!"
"Yes!"
"Denk je dat we straks, wanneer we thuiskomen, een rondrit krijgen?"
"Dat dacht ik toch wel... nu dat bord daar staat. Ontvangst op het gemeentehuis... ereburgerschap... interview op de VLOK... bloemen... jaarabonnement op de Katwijksche Post... van die dingen... ik dacht van wel. Toch?".
"Een plaats moet haar helden eren... vind ik wel".
"Zou jij liever een straat naar ons vernoemd zien of een plein?"
"Een plein zou leuk zijn... het DickenElsplein".
"Ja... en midden op dat plein komt dan de grootste rolmops ter wereld!"