Via de Gorges du Verdon en Alpe de Huez
De lange omweg naar huis

Op 8 mei 1998 vertrokken Els Schaap en Dick Verschuur voor een dertien maanden lange fietstocht van Katwijk aan Zee naar Timboektoe (en terug). In plaats van Marco Polo wilden zij Donald Duck achterna. In de vorige zeven Fietskoeriers lieten ze u door een blik in hun dagboekfragmenten een stukje meefietsen.
Inmiddels zijn de twee weer terug in Europa en op weg naar huis. Niet rechtstreeks...
hun omweg gaat onder andere over L'Alpe d'Huez.
| 13-04-1999 | in La Seu d'Urgell | 0 km | 15734 km |
's Middag rijden we door een ongelofelijke kloof naar Sant Joan de Fumat, naar het restaurant Cal Pauet. Wanneer we voor het bouwsel staan kan ik me niet voorstellen dat onze vrienden hier zo lyrisch over zijn. Binnen is het evenmin indrukwekkend. In de kleine ruimte staan zes tafels, vijf kleinere en een grote. Men heeft er blijkbaar op ons gewacht want wanneer we gaan zitten zijn alle plaatsen bezet en gaat de deur dicht. Een grote vrouw met een snor en armen die dikker zijn als de bovenbenen van Els zet een mand met brood en twee flessen wijn op tafel. Een andere vrouw - haar moeder of oudere zus - komt ons vragen wat we willen eten. Er is geen menu, geen kaart. We hebben keuze uit allerlei onverstaanbaars. Kiku en Sandra proberen ons uit te leggen wat alles precies inhoudt maar schieten telkens in de lach. Het zijn streekgerechten die men hier serveert en het is een boerenkeuken dus... tja... ze kijken er hulpeloos en verontschuldigend bij... we moeten zien... ze komen er zelf ook niet uit.
Intussen zijn er twee nieuwe manden op tafel gezet. Grote manden. De ene mand zit vol met worsten. In de andere zit kaas. Terwijl ze daar nog staat met haar notitieblokje schreeuwt de vrouw barse bevelen naar de keuken, commandeert ze een magere jongen harder te lopen en let ze ook op dat de gasten aan de andere tafels niets tekort komen. Opnieuw worden er schalen op tafel gezet... augurken... slakken... olijven.
Wanneer ik een stuk brood wil nemen... reageert Kiku meteen... "Do not touch the bread... do not eat the bread... you will be very sorry!"
Ik ben verbaasd... perplex... waarom niet?
"If you eat the bread you cannot eat the other things... you will be very sorry for that!"
Aha... het is dus een kwestie van kiezen... niet omdat dit brood niet lekker is.
Opnieuw worden er schalen op tafel gezet... pan tomates... "You see... much better... huh... mucha better!"
Als een varken gaat Kiku te keer... het ene stuk worst na het andere stuk kaas verdwijnt in z'n gezicht. En ook wij proberen alles.
Onze tafel ziet er uit als een Bourgondisch stilleven... en telkens komen de vrouwen controleren of er nog wel genoeg is, of alle soorten worst en kaas nog wel aanwezig zijn. Als dat niet zo is vullen ze bij... grote stukken. We hebben nog steeds niet besteld. Dit is nog maar een voorgerecht en dan nog niet eens een besteld voorgerecht. Na een poosje bestellen we. De meiden paella dat hier gewoon arroz heet en de mannen een koolschotel. Het is nergens mee vergelijkbaar.
De wijn blijft komen, de flessen gaan niet leeg. En als ze dat wel zijn worden ze ogenblikkelijk vervangen door een nieuwe, volle fles. En daarna flan... crème Catalan... rijstpudding... kleine glaasjes likeur... drie, vier verschillende soorten... we moeten ze allemaal proeven.
Na bijna drie uur rollen we het restaurant uit... dit gaan we nooit meer vergeten.

| Onderweg naar Andorra | Rond La Seu d'Urgell | Bij Fumat |
| 16-04-1999 | onderweg naar Garriguela | 104 km | 15952 km |
De eerste drie kilometer naar Ripoll zijn, omdat we die in de schaduw afleggen, vooral ****ing koud. Maar dan in Ripoll begint het. Een onvergetelijke klim door een kerstkaartenlandschap. Alles is blinkend wit. Er ligt zeker 15 centimeter sneeuw. Mooie, helderwitte verse sneeuw. Er is geen wind. Mooi, mooi, mooi. Nog nooit zoiets gezien. Sprookjesachtig. Op sommige momenten schiet ik bijna vol. De zon schijnt, het is heerlijk weer. Links er rechts valt de sneeuw uit de bomen en hoe hoger we komen des te meer sneeuw er ligt. Ongemerkt stijgen we naar 1100 meter. We genieten zo dat we er niets van merken. En, eerlijk gezegd, van mij mag dit de hele dag duren. Morgen ook. Een tentje in de sneeuw... leuk! Af en toe stoppen we om foto's te maken want dit is uniek.
En dan zijn we op de top. We vinden het beiden hoofdzakelijk jammer.
Met de jackjes aan - wat is dat toch een goede koop geweest - stappen we op voor de afdaling. Aan deze kant van de berg ligt er veel minder sneeuw. In een lange glijvlucht dalen we naar Olot, wat veel minder mooi is dan in mijn herinnering.

| Feest! | Een onvergetelijke klim door een kerstkaartenlandschap. | En dan zijn we op de top. |

| Els in de straten van Coulioubre | waar ook een fietsenmaker is |
| 23-04-1999 | onderweg naar St. Gilles | 70 km | 16412 km |
We fietsen verder, langs een saaie kust en het enige dat opvalt zijn de honderden flamingo's die hier werkelijk tot in de bebouwde kom staan te pootjebaden. En dan te bedenken dat mensen hiervoor naar Mauritanië reizen. Eerder deze week waren wij ook nog blij verrast er een paar honderd te zien bij Bages. Nu, langs deze hele westelijke mediterreneekust staan deze vogels in vrijwel elke dorpsvijver. Hier zijn ze net zo talrijk als eenden in een parkvijver.
Het weer valt nog steeds tegen. Goed, het is droog maar daar is alles mee gezegd. De lucht is grijs en dreigend. Septemberweer.
Na Grau le Roi rijden we naar Aigues Mortes en vinden dat dàt nu wel weer eens een geweldige verrassing is! Een vierkant ommuurde stad waarvan de fortificatie nog helemaal intact is. Toeristisch, natuurlijk, maar wel leuk. Leuk genoeg in ieder geval om er even rond te lopen en er een boekje te kopen. We drinken er koffie (Jezus wat is dat hier toch ongelofelijk duur...) en raken er in gesprek met een reuze aardig geïnteresseerd echtpaar uit Bordeaux.
Na Aigues Mortes wordt het landschap Hollands. Kanaaltjes als poldersloten, weiden, elzebosjes, lange rechte fietspaden. Gecombineerd met de regendreiging krijgen we het idee dat we door het polderlandschap tussen Reeuwijk en Bodegraven naar Boskoop toe fietsen.
Op de weg lig een dode bisamrat, aangereden. Nog warm, dus net gebeurd. Een enorm beest. Zo groot als een cocker spaniel. We kennen ze nog van onze twee vakanties aan het Etang de la Chaume.
Een eindje verderop zien we er twee in een sloot langs de kant van de weg. Ze zijn niet schuw en we kunnen er op een afstand van twee meter naar kijken.
We eten ons brood op bij de sluis over het Rhône-Sète kanaal bij St. Gilles en besluiten tien kilometer verderop (en vijftien kilometer eerder dan gepland) te kamperen.

| Het wordt lente, ook aan de mediterrannee |
| 24-04-1999 | onderweg naar Istres | 86 km | 16498 km |
In Salin-de-Giraud steken we de Rhône over met de Bac de Barcarin, een pont. De oorspronkelijke bedoeling om aan de oostoever van de Rhône naar Arles te rijden vergeten we. De inmiddels tot storm aangewakkerde wind is namelijk gedraaid en komt nu pal uit het noorden. Allebei voelen we er niets voor om vijfendertig kilometer tegen windkracht zeven in te trappen. Het bruggetje van Van Gogh, in 1997 gerestaureerd, moet maar wachten tot een volgende keer.

| De Camargue; bisamratten, | flamingo's, | waterschildpadden |

| en natuurlijk wilde paarden |
| 30-04-1999 | onderweg naar La Palud | 73 km | 16764 km |
Fietsen! We gaan in twee dagen een rondje Grand Canyon de Verdon doen en vandaag beginnen we met de zuidkant. Als fietser beleef je de Verdon heel anders dan als wandelaar. Je rijdt eigenlijk boven de canyon maar hebt er wel een schitterend uitzicht op en in. De eerste klim is meteen de zwaarste. We gaan naar 1202 meter hoogte. Onderweg de mooiste uitzichten. Adembenemend. Daarna een lange afdaling naar 800 meter en onderweg stoppen we vaak voor foto's. Dit is met afstand de mooiste canyon, de mooiste gorge die we ooit in Frankrijk hebben gezien.
Omdat Els last van haar rug heeft schieten we niet echt op. Ik moet vaak en lang op haar wachten. Maar toch is dat vandaag niet erg. We krijgen daardoor de tijd om extra te genieten en ik kan op m'n gemak fotograferen. De mooiste dia's maken we bij de Balcons de Mescla, die van een andere orde zijn. Verstillend. Daarna gaat het opnieuw omhoog, voor de derde keer vandaag. Dit keer naar 1001 meter. vervolgens storten we ons in de afdaling naar het dorpje Trigance. Omdat Els meer pijn lijkt te hebben dan leuk voor haar is overwegen we hier uit te rusten een gîte te boeken. De prijs is niet echt hoog maar ook niet echt goedkoop. We hebben goedkoper in hotels geslapen, zelfs in Frankrijk.
Omdat Trigance een heel erg mooi dorp is (vooral het kasteel dat boven alles uit torent is heel erg indrukwekkend) Twijfelen we lang. Lang genoeg om de rug van Els eventjes rust te geven blijkbaar, want juist wanneer we besloten hebben om te blijven gaat het wel weer. En dus rijden we verder.
Wanneer we bij Pont des Soleils de brug over gaan en linksaf slaan fietsen we langzaam de gorge in. De wanden hangen over de weg en diep beneden ons stroomt links de Verdon. Nog twee keer moeten we klimmen. De eerste keer naar ruim 800 meter. We dalen weer naar 650 en dan moeten we weer omhoog. Volgens de kaart tot 834 maar in werkelijkheid blijkt de municipal van La Palud op 910 meter hoogte te liggen. Moe zijn we, allebei... doodmoe.
De '8 à huit' in het dorp is prima gesorteerd en we slaan in voor twee dagen. Vandaag mag het dan wel koninginnedag zijn in Nederland, morgen is het hier 1 mei en dat is in dit land belangrijker dan eerste kerstdag. Het betekent wel dat we morgen met 'een zware zak' moeten fietsen. Dat we het avondeten de hele dag in onze tassen met ons meedragen.
| 01-05-1999 | onderweg naar Moustiers Ste. Marie | 46 km | 16810 km |
Later komen we hem weer tegen. Op een paar honderd meter voor het eerste belvédère staat hij, rochelend en spugend, stil in de berm. Op m'n gemak rijd ik hem voorbij maar kan het niet laten om hem nog even een knipoogje te geven.
Langzaam rijden we vervolgens van uitzicht naar uitzicht. Iedere keer onszelf weer vergapend aan de ongelofelijke vergezichten in deze immense canyon.
Op 1310 meter ligt vandaag de top. We rusten er een half uurtje uit met bananen, energiedrank (Harry en de dames), wijn (ikke) en een halfzware Samsom (Harry).
Dan rijden we verder.
We zijn nog geen 50 meter verder, gaan de hoek om en daar ontploft werkelijk voor onze ogen het allermooiste uitzicht wat we ooit gezien hebben. Niet te beschrijven! De hele afdaling lang, bij iedere bocht opnieuw is het zicht anders. Ongelofelijk. Dat dit zo spectaculair is komt waarschijnlijk ook omdat er geen vangrail langs de weg zit en de afgronden op z'n minst gezegd nogal stijl zijn. Dit is de mooiste canyon die we ooit gezien hebben. Met afstand!
Terug op de camping eten we onze lunch en pakken in. We nemen afscheid van Harry en Truus en rijden de twintig kilometer terug naar Moustiers Ste. Marie. Op ons gemak. Stil genietend. Ook dit stukje is onvergetelijk mooi. En, het meeste is dalen.

| Vandaag beginnen we met de zuidkant. | Met Harrie Greving en Truus van Rijn spreken we af om het 'vrijwillige rondje' La Palud-La Palud te fietsen. | Onderweg de mooiste uitzichten. |

| Twee berggeiten |

| bananen, energiedrank (Harry en de dames), wijn (ikke) en een sjekkie (Harry). | 50 meter verderontploft werkelijk voor onze ogen het allermooiste uitzicht wat we ooit gezien hebben. | De canyons zelf |

| En terwijl de lente in alle hevigheid losbarst... |

| ...zit Dick te nerden op een PDA... | ...en ontmoet Els haar evenbeeld. |
| 05-05-1999 | onderweg naar Roquesteron | 65 km | 17011 km |
Vlak voor Gréolières, aan het einde van de kloof, gaan we rechtsaf naar Coursegoules. Dit is met 1020 meter vandaag het hoogste punt van onze rit. Vanaf hier is het hoofdzakelijk dalen. Over de D8 komen we langs mooie bergdorpen met namen als Bézaudun-les-Alpes, Bouyon, Les Ferres en Conségudes. Vooral de laatste twee dorpen lijken sinds de middeleeuwen niet veranderd.
Tegen drieën rijden we Roquesteron binnen. Aanvankelijk hadden we het plan dat we van hier nog door zouden rijden maar we vinden het allebei wel mooi geweest. Het was een adembenemende rit vandaag, vooral de laatste 20 kilometer vanaf Bouyon. En, je moet uitkijken dat je niet overvoerd raakt met dit soort schoonheid. Doseren!
De camping ligt een kilometer buiten het dorp aan de l'Esparron en wordt gerund door een man die de tweelingbroer zou kunnen zijn van W.C. Fields. Hij heeft dezelfde verslaving... alcohol. In de korte tijd die we nodig hebben om onszelf in te schrijven heeft hij drie glazen wijn op die hij rechtstreeks tapt uit een cubitainer met een inhoud van twintig liter. Deze camping is overigens wel leuk. Vooral het terrasgedeelte (met allerlei grote wijnvaten en twee enorme persen) ziet er heel gezellig uit .
Vandaag koken we niet. Er is een toeristenmenu in de kantine (die er overigens uitziet als een huiskamer uit de vijftiger jaren.
Dat toeristenmenu blijkt een fantastische boerenmaaltijd te zijn met een ruime assiette de charcutterie vooraf (fromage de tète en grove paté) gevolgd door een grote schaal waarop een stoofschotel van bonen, wortelen en kalfsvlees. Prima kost voor vermoeide fietsers. Over de wijn (uit de cubitainer op de toog) klagen we ook niet. Een ruim assortiment chèvre's toe. Mooi vet.
Wanneer wij ongeveer klaar zijn met eten is de eigenaar dronken en komt hij gezellig bij ons tafeltje staan. Volgens hem is de kaas die wij na het eten geserveerd hebben gekregen maar niets. Hij maakt zelf ook kaas en dat is pas kaas. Tijdens zijn betoog zoekt hij steun bij dan weer de ene, dan weer de andere stoel. Slingerend verdwijnt hij in de keuken om even later terug te komen met een grote aarden pot met deksel. Met zichtbare trots zet hij het gevaarte midden op tafel en schenkt zichzelf met onvaste hand nog een wijn in... uit onze fles. 'Voilà... sa c'est fromage!'. Dewijn gaat in een keer achterover,hij brabbelt wat en pakt opnieuw onze fles. Els doet de deksel van de pot er kijkt erin. Meteen trekt ze haar hoofd terug. Het spul, een lichtbruine pasta, ruikt geweldig sterk. Onze vriend toont ons hoe het te eten... een flinke lik op een stuk brood en hup... naar binnen. Luid smakkend spoelt hij een weg met een nieuw glas wijn. Hij gaat voorover hangen, vraagt ons om stil te zijn en lispelt ons dan op samenzwerderstoon zijn geheime recept toe.
Allerlei soorten kaas, wat voorhanden is, het maakt niet uit wat, worden met bier door elkaar gekneed en vermengd tot een brei en dit moet tien dagen staan. Na deze tien dagen moet het schuim afgeroomd worden en wordt er per twee kilo een halve liter marc toegevoegd. Dit goedje moet zes maanden rijpen.
Gevaarlijk spul dus.
En zo smaakt het ook.
Een theelepeltje brandt gaten in je smaakpapillen en nadat je er van gegeten hebt krijg je een kegel waar je een paard mee omver kan blazen.
| 06-05-1999 | onderweg naar Guilaumes | 67 km | 17078 km |
Entrevaux, zeven kilometer verderop, is een enorme verrassing. Hoog boven het ommuurde plaatsje is een gefortificeerd kasteel tegen de berg geplakt. Verdedigingswerken die ontworpen zijn door... ook hier komen we hem weer tegen... Vauban!
Overal in Frankrijk... ieder fort, ieder vestingwerk... Vauban!
Zes kilometer verderop gaan we rechtsaf en volgen we de Var. De vallei is hier nog breed en eigenlijk erg lelijk. Maar na het dorp Daluis begint de gelijknamige canyon, de Gorges de Daluis.
Dat wordt, zo blijkt al snel, een van de hoogtepunten van onze reis. In een landschap van rode lava, dezelfde kleur als die rond het Lac de Salagou, perst zich diep beneden ons de Var met een geweldige kracht door een nauwe spleet. Het weggetje waarover we rijden hangt dan weer boven de rivier en gaat dan weer door nauwe tunneltjes door de bergen. Het weggetje is zo smal en de ruimte zo gering dat er vaak twee afzonderlijke sporen voor het heen-en-terug-verkeer zijn. Gelukkig hebben wij die kant van de weg die langs de tunneltjes en over de smalle richels loopt. Zodoende genieten we voor de volle honderd procent van het visuele spektakel.
We zijn nog helemaal onder de indruk wanneer we Guillaumes binnenrijden en daar inkopen doen. De eigenaar van de epicerie staat in de deuropening bezorgd naar de lucht te turen en waarschuwt ons... er is héél slecht weer op komst volgens hem. Wanneer we van plan zijn om verder door te rijden dan zou dat onverstandig zijn want daar kunnen we niet kamperen. We nemen de raad van de man ter harte en rijden twee kilometer terug, naar de camping. We zijn nog niet halverwege of de hemel opent zich. Met bakken, met zwembaden tegelijk komt het naar beneden.
De camping vinden we verlaten en leeg. Er is een huisje dat er bewoond uitziet, er brandt licht en de deur is open. Maar, hoe we ook roepen en waar we ook zoeken... er blijkt niemand aanwezig. Op de deur een briefje waarop staat dat we ons maar moeten installeren waar het ons goeddunkt. Dat doen we. Morgen zien we dan wel weer.
| 07-05-1999 | onderweg naar Barcelonette | 74 km | 17152 km |
We rijden door Villeneuve d'Entraunes en passeren er de eerste camping. Nog steeds gaat het niet echt omhoog. Sommige stukken zijn zelfs vlak. Even later passeren we St. Martin d'Entraunes. Els heeft er vandaag zin in het gaat haar gemakkelijk af zegt ze. Ze is trots op haar conditie en vindt het geweldig dat ze zo'n echte 'berggeit' geworden is. Het is jammer dat ze zo slecht kan rekenen.
In Entraunes pauzeren we een minuut of tien en eten een banaan. Els is opgewekt. Ik ben bezorgd. De hoogtemeter staat op 1190 meter en we hebben nog 14 kilometer te gaan. Omgerekend is dat gemiddeld ruim acht procent.
Ook de eerste twee kilometer na Entraunes gaan nog niet echt steil omhoog, nog geen vijf procent. Wat moet dat straks wel niet worden? Dan komen de eerste bochten in de weg en hier begint datgene wat de beklimming van de Cayolle vanuit Guillaumes zo berucht maakt... stukken van meer dan tien procent. Els krijgt het meteen al heel zwaar en ook ik heb het, voor het eerst sinds de Puerto del Canton moeilijk. Toch lukt het om drie kilometer lang te blijven fietsen. Dan moet ook ik rusten. Achter ons zijn inktzwarte luchten zichtbaar geworden. Waar we vanochtend vertrokken zijn is het inmiddels slecht weer. Els klaagt erover dat we wat meer tijd zouden moeten hebben voor de klim, dat het weer ons niet zo op de hielen zou zitten.
We fietsen weer verder. Vlak voor Estenc is er opnieuw een vlak stuk. Een kilometer lang gaat de weg zelfs iets naar beneden. Dat is helemaal niet mooi. Dit moeten we in de laatste zeven kilometer allemaal weer goedmaken. Die laatste zeven kilometer worden de ergste klimkilometers die we ooit hebben gefietst. Het percentage is tenminste elf procent en we rijden telkens stukjes van een kilometer waarna we even uitblazen. Rondom ons wordt de wereld steeds witter. Op driehonderd meter onder de top en met nog 2300 meter te fietsen maken we foto's. Hier ligt de sneeuw een meter hoog. Twee mannen op racefietsen komen ons tegemoet... 'courage, courage!' schreeuwen ze ons toe. Ze zijn helemaal ingepakt in regenkleding.
Ook wij voelen nu de eerste spetters en pakken onze jassen uit. In drie keer overbruggen we het restant en dan zijn we boven. Een steen markeert de top. De smalle natte strook zwart asfalt ligt diep ingesleten in een metershoog wit landschap.
We gaan naar beneden. Na een paar honderd meter zijn onze handen ijskoud en stoppen we om ze warm te blazen. Een kilometer verderop nog eens. Natuurlijk helpt het niet en beginnen onze vingers te tintelen.
Els heeft het nu heel erg moeilijk. Met de tranen in haar ogen bezweert ze dat ze dit nooit, nooit meer zal doen. We rijden een stukje en dan stoppen we opnieuw. Het regent, het is ontzettend koud en wij, wij krijgen het ook steeds kouder. De sneeuw aan deze noordkant van de berg ligt er tot veel lager en zolang dat er ligt is het heel erg onaangenaam om hier te dalen. Bovendien is het wegdek heel erg slecht en moeten we continue met de rem erop rijden. Hierdoor komt het ook dat onze vingers zo'n pijn doen.
De weg wordt steeds beroerder, steeds meer water, steeds meer grind, stenen, blubber en takken. Supergeconcentreerd volgen we het spoor. In Villard des Arnauds is de sneeuw goeddeels verdwenen en verdwijnt ook de kou uit onze handen. Dan, een paar honderd meter verderop, rijden we de Gorges du Bachelard in. Ze zijn adembenemend! Het onbetwiste hoogtepunt van de dag! De weg is hier ontzettend smal. Auto's kunnen elkaar slechts passeren op speciale, in de rotswand uitgehouwen plekjes... garages. Het wegdek bestaat uit steenslag. Beneden ons spuit de Bachelard door de rotskloof waar grote stukken verijsde sneeuw, gletsjers, op liggen. Mooi, mooi, mooi.
En dan is het voorbij... ineens. Er volgt een drie kilometer vlakke en saaie asfaltweg naar Barcelonette waar we in een Mr. Bricolage tuinhandschoenen kopen. Met nog een paar Alpencols voor de boeg zal het ons niet weer gebeuren dat we natte tintelhanden krijgen.
Ik controleer de remblokjes en schrik behoorlijk. Deze afdaling, waarin we dertig kilometer lang met dichtgeknepen remmen door de regen hebben gedaald, is zeker anderhalf à twee millimeter rubber verdwenen.

| Die laatste zeven kilometer worden de ergste klimkilometers die we ooit hebben gefietst. Het percentage is tenminste elf procent en we rijden telkens stukjes van een kilometer waarna we even uitblazen. | Enn steen markeert de top. De smalle natte strook zwart asfalt ligt diep ingesleten in een metershoog wit landschap. |
| 09-05-1999 | onderweg naar l' Argentière la Bessée | 69 km | 17221 km |
Inmiddels is de tent ook droog en ingepakt. We drinken een kop thee en pakken de rest ook in. Het gaat een mooie dag worden.
De aanloop naar de col de Vars is eenvoudig. Vanuit Barcelonette rijden we naar St. Paul en stijgen over een afstand van zestien kilometer van 1132 naar 1467 meter. In St. Paul eten we in de zon aan een pique-nique tafel een verlaat ontbijt, een soort brunch. Het eten is heerlijk en de rust weldadig. Dan, om kwart over twaalf rijden we weg, de Col op.
Al meteen is duidelijk dat deze minstens zo zwaar is als de Cayolle. We zullen 650 hoogtemeters moeten overwinnen in acht kilometer. Een gemiddelde van acht procent dus... drie volgens de onnavolgbare rekenmethode die Els op de opleidingsschool geleerd heeft.
Na de eerste drie kilometer wordt duidelijk dat het venijn in de staart zit. Els moet lopen. Ze houdt het niet meer vol. Ook ik heb het moeilijk maar kan toch telkens stukjes van een kilometer fietsen en dan op Els wachten. Elke kilometer stijgen we tussen de 95 en 105 meter, tien procent dus. De laatste kilometer is iets minder steil maar omdat we moe zijn minstens zo zwaar. Els komt helemaal uitgewoond boven. Ik geef haar een zoen. Dat vindt ze leuk.
De eigenaar van het souvenirstalletje maakt foto's van ons bij het hoogtepaneau en het monument. Daarna, nadat we onze windjacks hebben aangetrokken, beginnen we aan de afdaling. Een heel verschil met die van de Col de la Cayolle, eergisteren. Toen stond ons vanwege de kou en de regen en de tintelende handen het huilen nader dan het lachen. Nu is het schitterend weer en hebben we aan onze windjacks genoeg. Ook hebben we de tuinhandschoenen niet nodig die we bij 'Mr. Bricolage' gekocht hebben. Zo zie je maar weer dat alles wat je uit voorzorg meeneemt niet nodig is. Het is de allerbeste verzekering tegen de verschrikkelijkste dingen. Medicijnen... de volgende keer nemen we alles wat we kunnen verzinnen mee van huis... hetzelfde met reserve-onderdelen voor de fiets. Alles wat we bij ons hadden bleek onnodig. Dingen die we niet bij ons hadden gingen onderweg kapot. Hier, in de harde praktijk, blijkt dat de filosofische beschouwing 'alles wat je thuis laat meegenomen is' onzin.
In de afdaling passeren we door de wintersportplaatsen in de vallei en voor we het weten zijn we in Guillestre. Daar lezen op het bord die de staat van de cols aangeven datgene wat we al wisten. De Izoard is dicht. In dat geval kunnen we net zo goed door in de richting van Briançon. We winnen zodoende kilometers terug die we gisteren verloren hebben.
In l'Argentière la Bessée ontdekken we tussen de snelweg en de spoorlijn een camping . Volgens Els is de douche voor gehandicapten een feest... ik ga 'm straks proberen. Vanavond eten we pizza à l' emporter uit de snackwagen die op de dorpsrotonde geparkeerd staat.
| 10-05-1999 | onderweg naar Bourg d'Oisans | 87 km | 17308 km |
Dit zou alleen kunnen wanneer de Galibier open is, en dat is hij niet. Want, wnneer we Briançon binnenrijden zien we al direct op het grote informatiebord dat de Lautaret wel open is maar dat we daar helaas niet rechtsaf kunnen slaan. De Galibier is dicht en daarmee is ook de mogelijkheid om een mooi rondje te maken verkeken... d'hommage.
De Lautaret kunnen we wel over. Een lange en saaie beklimming. Tot zeven kilometer voor de top stijgen we met drie à vier procent en daarna wordt het vijf. Eigenlijk is dit, na de Cayolle en de Vars, een eitje. Wanneer we de top naderen en de kronkelweg zien die naar de Galibier leidt zien we ook dat deze terecht is afgesloten. Sneeuw, sneeuw, sneeuw. Er is nóg een teleurstelling: Op de Lautaret is niet eens een hoogtepanneau! De foto laten we dan maar maken op het terras van de snackbar waar op het zonnescherm de hoogte staat aangegeven; 2057 meter. Onze derde echte Alpencol en de makkelijkste tot nu toe.
Net als de beklimming is ook de afdaling saai en simpel. Ergens in de buurt van Villar d'Arene breek ik mijn snelheidsrecord: vijfenzeventig kilometer per uur.
Deze streek is in het tussenseizoen volledig verlaten. 's Winters moet het hier een pandemonium zijn want alles is hier ingesteld op de wintersport. In de zomer is er natuurlijk het normale toerisme en zijn er de duizenden fietsers die hier de 'Tour de France' komen doen. Nu, begin mei, is hier helemaal niks te beleven en zijn alle hotels dicht. Wonder boven wonder is het bureau voor tourisme in la Grave open. We informeren er of de camping in Barrage Chambon ook open is... non. In Bourg d'Oissans is alles wel open dus wordt onze rit van vandaag iets langer dan gepland. We fietsen de Combe de Malaval in en daar rijden we even later midden in een geweldig spektakel. Aan de rechterkant van de weg komen er een aantal watervallen van twee à driehonderd meter hoogte naar beneden. Het zijn er zeker tien, misschien wel vijftien achter elkaar, met donderend geweld. Het is het onbetwiste hoogtepunt van de dag, misschien wel van deze week, een week waarin we al zoveel moois gezien hebben. Ook het stuk weg tussen Barrage du Chambon en Bourg d'Oissans is adembenemend. Het zijn de Gorges de l'Infernet. Heel, heel erg mooi.
Bij Les Clapiers rijden we op de weg die ik van zoveel Tour de France uitzendingen ken: de vijfenhalve vlakke kilometers die de aanloop naar de klim naar de Alpe d'Huez vormen.
Vlak voor het dorp staat er een richtingaanwijzer naar rechts... dáár begint de klim... heilige grond! Ook de campings zijn hier. We krijgen een leuk plekje op camping 'le Cascade', vlak naast de enorme waterval. De eigenaar informeert ons over het weer: 'Ne pas beau a demain'. We mogen de tafeltjes en stoeltjes van een leegstaand chalet gebruiken en wanneer we hem vertellen over onze reis door Mauritanië mogen we zelfs gratis op de camping staan... één of meer dagen, het maakt hem niet uit.
| 11-05-1999 | in Bourg d'Oisans | 25 km | 17333 km |
Het slechte weer blijft uit. In ieder geval lijkt het er gaandeweg de ochtend op dat het nog wel meevalt. Het blijft wel bewolkt maar er komen steeds meer blauwe plekken aan de hemel en dat stemt hoopvol.
Want, we moeten niet vergeten: we bevinden ons hier op historische grond! Honderd meter verderop begint de klim naar de Alpe d'Huez. Hier is wielersportgeschiedenis geschreven. Hier heeft Zoetemelk twee maal gewonnen en Hennie Kuiper en Peter Winnen ieder ook tweemaal. Steven Rooks kwam hier ook als eerste boven. Op deze berg verloor Lucien van Impe zijn tweede touroverwinning en probeerde Michel Pollentier de dopingcontrôle te flikken met een condoom urine van de soigneur. Gert-Jan Theunnisse trainde hier het halve jaar dat hij geschorst was wegens een te hoge testosteronspiegel en reed elke dag twee of driemaal naar boven. Volgens eigen zeggen eenmaal zelfs in minder dan veertig minuten. Het is hem nooit gelukt hier te winnen. Pantani won hier verleden jaar. En als het weerbeeld klopt ga ik hier vanmiddag ook winnen.
Gisteravond overigens kennis gemaakt met een overspannen café-eigenaar uit Nijmegen die hier is om 'uit te waaien' zoals hij het zelf zegt. Zijn personeel heeft hem de raad gegeven om eens lekker de wind door z'n haren te laten wapperen. Hij heeft twee horecazaken en doet dus niets anders dan werken, werken, werken. Dat eist z'n tol.
Zes jaar geleden schijnt hij hier ook geweest te zijn en heeft hij hier met een paar vrinden de bergen 'op-en-af'geragd. Nu is hij terug... helemaal in het 'nieuw'... vette banden, modieuze fiets, Rockshock voorvork, fluor gadgets en een hippe outfit... Een indrukwekkende verschijning. Aan het materiaal zal het niet liggen.
Even over twaalven rijdt hij weg. Vanmorgen is hij nog even naar de fietsenmaker in Bourg d'Oisans geweest om alles aan de fiets nog even te laten tunen.
Els vraagt aan mij of ik geen zin heb om met hem mee te rijden. Zelfs als ik dat leuk zou vinden is dat niet goed. De man is hier met een missie, hij heeft iets met zichzelf uit te vechten op die berg en niet met mij of met mijn verhalen.
Om half een vertrek ik. Het eerste stuk is meteen pittig, maar niet echt zwaar. Wel kan ik me voorstellen op dit stuk altijd de eerste schifting plaatsvind, waarom in bocht nr. 20 de sterke mannen al vooraan zitten. Het stijgingspercentage is hier elf à twaalf procent. Later wordt dat minder, maar toch.
In bocht 18 kom ik hem tegen. Met rollende ogen zit hij op de vangrail en vraagt hijgend of ik misschien een goede pomp voor hem heb. De voorband is te zacht... de schuld van de fietsenmaker natuurlijk. Lastig hoor, want ik zat net goed op adem en in een lekker tempo. Hij is te moe om te pompen dus doe ik het. Wanneer z'n band hard is en ik opstap merk ik dat hij zich niet wil laten kennen en meteen wil aanhaken. Na honderd meter hoor ik hem al niet meer en wanneer ik in bocht 17 achterom kijk merk ik dat ik al ruim honderdvijftig meter voorsprong heb op mijn zwetende en zwoegende collega.
Het is nog niet eens zo lang geleden dat ik in zijn schoenen stond. In 1996. Mijn annus horriblus. Het jaar daarna werd ik alleen maar zwaarder en zwaarder. Honderdzeven kilogram woog ik toen we uit Nederland vertrokken.
Bocht 14 en ik kijk naar beneden... ik zie hem door la Garde puffen op een circusverzetje.
Vandaag, zo heb ik me voorgenomen, vandaag stop ik niet en rijd ik in één keer naar boven. Hoe mijn lijf ook om rust gaat gillen, stoppen doe ik pas wanneer ik boven ben. Eigenlijk, zo denk ik wanneer ik weer een bocht om ga, is deze pukkel lang niet zo zwaar als de Cayolle of de Vars. Natuurlijk komt dat ook wel omdat ik die mét en deze zonder bepakking omhoog fiets... maar toch. Het gaat in ieder geval uitstekend. Nog geen moment heb ik 'geslingerd' of bijna stil gestaan. Ook rijd ik het meeste op de 28x26, niet eens mijn kleinste verzet. Dat geeft moraal.
Wanneer ik Huez binnenrijd kijk ik naar boven en zie ik wat ik nog moet doen. Even zinkt me de moed in de schoenen en is het aanlokkelijk om te gaan rusten. Ik schakel even op. Niet zeuren... ik rijd door.
In bocht zes zijn een aantal mannen in de weer met wegwerkzaamheden. Twee auto's staan te wachten voor een man die met een vlag in zijn hand het verkeer staat te regelen. 'Dit gaat toch niet mijn plannetje in de war schoppen' denk ik bij mezelf en rijd door. Dat schijnt niet te mogen. Eén van de mannen zwaait met zijn vlag ik moet van de fiets en gaan lopen. Ik wil dat niet en rijd zelfverzekerd op de man af. Even, zo zie ik aan zijn gezichtsuitdrukking, overweegt hij streng te zijn en me te laten stoppen maar ik rijd langs hem heen, een beetje door de berm en zigzaggend langs de vrachtauto's met dampend asfalt. "Bonjour ça va bien?" Ze weten het natuurlijk wel... deze bult is in de eerste plaats een wielrijdersberg.
Ik passeer het plekje waar Lucien van Impe verdwaasd en met rollende ogen in de berm stond uit te hijgen en Kuiper hem voorbij reed. Nóg een bocht later herken ik het lange stuk langs het grasland. Boven me staan de eerste winkels en chalets van l'Alpe d'Huez.
Bocht nr.1... ik ga het halen! Op m'n gemak denk ik de laatste kilometer uit te fietsen... mis! Ook hier moet ik flink op de trappers. Daarin verschil ik toch van de echte toppers. Díe doen dit laatste stukje op wilskracht, met gemak, fluitend, juichend bijna. Ik niet... ik rijd het dorp binnen en ben verrast.
Want...er is niets.
Er is niets in het dorp en niets in mezelf dat enige euforie teweeg brengt. Ik ben een berg opgefietst en heb er boven niets gevonden. Niets op de berg en niets in mezelf.
'Dat is mooi' denk ik meteen, 'Dan ben ik klaar!'.

| De Col de Vars | Pissenlits, een blauwe lucht, hard graniet en witte toppen | We zijn in Tour de France-land |

| Tijdens de beklimming van de Col du Lautaret |

| Op de Lautaret is niet eens een hoogtepanneau! De foto laten we dan maar maken op het terras van de snackbar waar op het zonnescherm de hoogte staat aangegeven; 2057 meter. | De Galibier is dicht en daarmee is ook de mogelijkheid om een mooi rondje te maken verkeken... |

| En ook op de terugreis naar Nederland barst de lente los. De klaprozen bloeien, |

| Tarwe komt op. | Mooie paarse raketten. | Tot Ziens! |
| < Vorige |
|---|
Doen we dit nog eens?
| Tja... doen we dit nog een keer? Het leven onderweg op de fiets, met alles wat we nodig hadden in tien fietstassen... Gewoon geluk... Tja... |
![]() |
|


