Dick en Els passeren de evenaar
¡A la orden!

We rijden Tulcan uit en volgen de borden richting Ipiales. Nerveuzer dan we normaal zijn op een dag als vandaag - een dag met een grensovergang - zijn we nu, met de ervaring op de grens tussen Peru en Ecuador nog vers in onze herinnering, extra gespannen. Zwijgend rijden we naast elkaar... een klim... een afdaling... twee bochten... nóg een stukje naar beneden... en dan zijn daar ineens de gebouwen met de geel-rood-blauwe vlaggen. Daarachter ligt Colombia. Een van de 'meest gevaarlijke landen ter wereld'.
Net als bij vrijwel alle grensovergangen hangt ook in de flessenhals tussen de twee migratiekantoren van Ecuador en Colombia een nerveuze sfeer. Tientallen louche mannetjes met stapels bankbiljetten sissen ons toe... 'cambio?', 'dollares - pesos?'. Sommigen lopen een heel stuk mee, trekken aan onze kleding en fietsen en lijken vastbesloten ons te overtuigen dat zij de allerlaatste mogelijkheid zijn waar we dollars in pesos kunnen wisselen. Een bizarre gedachte want wanneer ze even verder kijken dan zouden ze zien dat er in de komende kilometer meer dan honderd soortgenoten rondlopen. Stuk voor stuk herkenbaar aan de donkere zonnebril, het heuptasje en de calculator. Ze hangen rond, doen niets, kletsen met elkaar of tellen hun geld.
Hoeveel toeristen zouden er per dag langs deze grenspost Colombia binnenkomen? Tien? twintig? Zou er één van hen geld wisselen bij deze mannen? Waarom staan ze er dan? En waarom staan er dan zoveel?
De procedure op zowel de immigracion van Ecuador als die van Colombia is een van de simpelste tot nu toe. De ambtenaar van Ecuador controleert niet eens wanneer we het land zijn binnengekomen en stempelt ongezien uit. In Colombia krijgen we zonder te vragen een verblijf van negentig dagen aangeboden. Al met al duurt de hele procedure niet langer dan een minuut of tien. Wanneer we even later weer op de fiets zitten blijkt dat we ons weer eens nodeloos zorgen hebben gemaakt. There's nothing to fear but fear itself.
Onze eerste dag in dit nieuwe land verloopt heel anders dan we gedacht hadden. Het blijkt namelijk dat we onze kaart verkeerd geïnterpreteerd hebben. De Panamericana loopt langs de Rio Guáitara in de richting van Pasto. De weg gaat echter niet omhoog - wat logisch zou zijn - maar omlaag... we glijden naar beneden... een schitterende afdaling door een prachtige valei.
Voor het eerst sinds lang maken we weer foto's, stoppen we af en toe om gewoon rond te kijken en proberen zo lang mogelijk van deze luxe te genieten, wetende dat we morgen zwaar moeten betalen voor dit feest. Wetende dat elke meter die we vandaag verliezen morgen weer terug moeten winnen.
Want tussen hier en Pasto ligt nog een héle hoge pas.
![]() |
| Links: Onze ontmoeting met de ongelofelijke Jean Beliveau (zie de brievenpagina). Rechts: het afscheid van Norteño, de nationale drank van Equador. |
| We stoppen hier en daar, maken praatjes met de lokale bevolking en informeren naar de veiligheid van het traject dat voor ons ligt. De meeste mensen vertellen ons hetzelfde verhaal. De streek waar we nu zijn is veilig maar verderop, in het gebied ten noorden van Pasto, heeft het de guerillabeweging Farc het voor het zeggen. We besluiten om onze gedachten daar niet al te veel door te laten beïnvloeden want hoe vaak hebben we dit soort verhalen al niet gehoord... 'hier is het veilig, in ons dorp zijn geen boeven, in ons dorp zijn álle mensen eerlijk... in het vólgende dorp, dáár wonen alleen maar dieven en moordenaars'. Overal is er de angst voor het onbekende. Uit een stalletje langs de kant van de weg wordt gezwaaid. "A la orden" We stoppen en laten ons verleiden tot een comida corriente, een bordje rijst met een bonenprutje en een stukje vlees. Hoewel niet helemaal gaar smaakt het prima. En ach... waarover zouden we zeuren... ondanks haar armoede is de vrouw zó aardig, zó hartelijk, zó warm. En ze is niet de enige... alle mensen in dit land zijn reuze aardig. Ze lijken in niets op de hoofdrolspelers in al de verschrikkelijke verhalen die we inmiddels kennen. We hebben een leuke ontmoeting met een oude vioolbouwer en zijn vrouw en leren in een cantina hoe sapo gespeeld moet worden. Sapo is de Colombiaanse variant van 'de kikker' en heeft wel iets weg van sjoelen hoewel het daar helemaal niet op lijkt. Op het midden van het bovenblad van een houten meubel is een koperen kikker geschroefd. In de bek van het beest is een gleuf geslepen, iets ruimer dan de gleuf die in een spaarvarken zit. Rond de kikker zijn er ronde gaten in het bovenblad geboord. De bedoeling van het spel is dat iedere speler zes metalen ringen gooit en dat die ringen in één van de gaten terecht komen. Ieder gat staat voor een bepaald aantal punten. De bek van de kikker - het allermoeilijkste - geeft bijvoorbeeld 5000 punten. Makkelijke gaten 300. Net als overal wordt ook deze volkssport met passie gespeeld. Er wordt gedronken, geschreeuwd, vals gespeeld, geïntimideerd en ruzie gemaakt. |
![]() |
| Sapo... op het bovenblad van een houten meubel is een koperen kikker geschroefd. |
| De volgende dag zakken we nog dieper de vallei in. Het restant van de afdaling langs de Rio Guáitara is geweldig mooi. Bergwereld zoals we het nog nooit eerder zagen. Niet zoals de bergen in de Franse Alpen of de Spaanse Pyreneeën, niet zoals in het zuiden van Chili, in Bolovia of Peru. Anders. Bergen zo hoog als... twee bergen. De Panamericana kronkelt langzaam verder naar de bodem waar een nietig stroompje glinstert. Een beek, meer is het niet. Véél kleiner de blauwe streep op onze kaart doet vermoeden. Eenmaal beneden, na een brug, staan we op 1750 meter hoogte en gaat zowel de weg die we hebben afgelegd als het stuk wat voor ons ligt omhoog... ruim 2500 meter. Er is geen andere uitweg meer dan klimmend. Onze nieuwe tandwielen helpen. Maar niet genoeg. We moeten om de vijfhonderd meter stoppen om op adem te komen. We hebben benen van rubber. En sinds gisteravond loopt het ons weer eens dun in de broek. We vervloeken iedere vrouw die vanuit een stalletje naar ons wuift en roept. "A la orden". |
![]() |
| Bergwereld en de meest fantastische bloemen |
![]() |
| Kofffie en Tarantula's - De titel van een spannende thriller? |
| Terwijl wij op eigen kracht omhoog proberen te kruipen laten Colombiaanse jongetjes ons zien dat het anders kan. Op hun BMX-jes wachten ze langs de kant van de weg op de eerstvolgende vrachtwagen die hun richting uit gaat. Dan trekken ze een sprintje, grijpen zich vast aan de achterzijde van de truck en liften op die manier mee omhoog. Twee, drie, soms vier fietsjes naast elkaar. Met twee handen houden ze zich vast, hun handen los van het stuur. Intussen kletsen ze met elkaar, maken grappen en wenken naar ons dat wij het ook moeten doen. Op vlakke stukken en in korte afdalingen halen de vrachtwagens snelheden tot soms wel negentig kilometer per uur. Pas wanneer ze helemaal boven zijn, bovenop de pas, laten de jongens los en storten ze zich als een steen in de afdaling... adembenemend! |
![]() |
![]() |
| Bergwereld zoals we het nog niet eerder zagen |
| Wij hebben er vandaag allebei geen kracht voor. We krijgen de trappers niet meer rond. Uitgehold door de diarree stappen we van onze fietsen en gaan in de berm zitten. Een lokale bus stopt. We hijsen onze spullen op dak en gaan binnen tussen de marktvrouwen zitten. Ondanks een half primatourtje ben ik binnen twee kilometer ziek. De chauffeur rijdt als een ontsnapte gek. De bus is vaker op de linker- dan op de rechterbaan, inhalend waar het niet kan en daar waar het écht niet kan trapt onze toekomstige moordenaar halverwege zijn manoeuvre vol op de rem om zich scheldend achter zijn voorganger te laten zakken. Voor de omgeving hebben we geen oog, hoe mooi ook. Els kijkt stil voor zich uit. Ik wil sterven. We passeren de fietsertjes die achter de vrachtwagens mee omhoog liften. Ze zwaaien. Ik heb er geen oog voor. Ik wil alleen nog maar sterven. |
![]() |
| Onderweg in Colombia... al het groen op de foto's zijn koffiestruiken |
![]() |
| In fruitstalletjes langs de weg liggen de meest bizarre vruchten zoals bijvoorbeeld de mierzoete Custardappels |
|
Aan het eind van de middag - halverwege een afdaling - stopt de bus. Voor ons staat een rij verkeer. Een opstopping? De passagiers mompelen wat en kijken uit de open ramen. Dan komt de chauffeur het passagiersgedeelte in met de mededeling dat er 'guerilla' is en dat we hier moeten wachten totdat de weg weer vrijgegeven is. Na een kwartier komt het eerste verkeer uit de tegenovergestelde richting weer op gang. En met het verkeer ook de reden van het oponthoud... een dodelijk ongeluk met een fietser en een truck. |
![]() |
| Brug over de Cauca (links), de Cauca zelf, Meeliftende fietsers achter een truck. |
|
Popayan, in het midden van de Pubenza vallei, is mooi genoeg om er een extra dag te blijven. De witte huizen in het centrum van de stad doen denken aan die in de stadjes in het zuiden van Andalusië. Veel van de grotere gebouwen zijn voormalige kloosters, opgetrokken in dezelfde klassieke Spaanse bouwstijl. "Heb je vandaag iets te doen" Een half uur later stap ik bij hem achterop en rijden we langzaam over de steile weg naar beneden, naar de as van de stad. Onwennig probeer ik naar een houding te zoeken. Moet ik met de bochten meegaan of juist niet? Moet i k hem om zijn middel vasthouden of juist niet? |
![]() |
![]() |
| Onze maandelijkse quiz... welke foto hoort in dit rijtje niet thuis |
|
Twee dagen later gaan we verder. Via Buga, Zarzal, La Virginia, Anserma, Supia en Caldas rijden we naar Medellín. Het landschap blijft onveranderlijk mooi en de mensen hartelijk, vriendelijk, warm. En iedere en vertelt ons hetzelfde verhaal: boven Medellín... dáár heeft de guerilla het voor het zeggen... dáár is het niet pluis. Ieder dorpje waar we doorfietsen is een soort van openluchtdisco. Uit de restaurants en café's dendert een massieve hoeveelheid geluid. Vooral in El Jardin - een vlek waar we op een zondagmiddag een pauze houden - klinkt het ongehoord hard. Caucasia ligt 65 kilometer ten noorden van El Jardin. We fietsen er in de tweede helft van de dag naar toe en rijden ons vast in een soort mierenhoop. De randen van de straten worden bezet door verkopers van kleding en nutteloze plastic prullen en daartussendoor proberen taxi's toeterend hun weg te vinden. Dichter en dichter naderen we onze Zuidamerikaanse eindbestemming. Iedere dag knabbelen we een stukje van de restafstand af. In de verte... ver achter de horizon, aan de Caraíbische Zee ligt Cartagena de Indias. |
![]() |
| Een groene toekan, Jesús en Philippus, en twee prachtig beschilderde Amerikaanse schoolbussen |
|
Sahagun is een plaats als alle andere. Aan de rand van de stad is er de dubbele rij vette garagebedrijven waar de trucks geparkeerd staan die er een kapotgereden band laten verwisselen. Daarna komen de fereteria's en metaalbedrijven. Dichter bij het centrum een supermercado, de busterminal. En dan is er de herrie en drukte van het centrum zelf. Kleding-, schoenen, plastic rotzooi. stalletjes met zonnebrillen en goedkope horloges. Loterijbriefjes. Groente en fruit. Drogisterijen en farmacia's. We tellen de dagen af. Planeta Rica, Sahagun, Corozal, Turbaco. En dan... eindelijk... is het zover. Op 15 december 2001, op de kop af één jaar, één maand, één week en één dag nadat we in Buenos Aires uit het vliegtuig stapten, staan er twee zwarte Vittorio's op het strand van Cartagena de Indias. We kijken uit over de Caraïbische zee. Ons zuidamerikaanse fietsavontuur is ten ein de. |
![]() |
| Na ruim een jaar en bijna 15000 km fietsen staan er op 15 december 2001 staan twee zwarte Vittorio's op het strand van Cartagena de Indias |
|
Slenterend door de nauwe stegen en straten wanen we onszelf in de zestiende, zeventiende eeuw. De ommuurde historische binnenstad is werelderfgoed en prachtig gerestaureerd. De kanonnen op de wallen, het fort San Felipe, het standbeeld van Blas de Lezo, de kasseien, de Caraïbische wind... álles ademt een piratensfeer. We maken kennis met Thorvald, een lange Noor die een jaar of twintig geleden als backpacker in Cartagena arriveerde en er is blijven hangen. Hij woont samen met een veel te mooi meisje dat jong genoeg is om zijn dochter te zijn. Er ontstaat een gesprek, de gebruikelijke vragen... 'waar kom je vandaan, waar ga je naar toe, hoe lang ben je onderweg, is dit de eerste keer dat je in Colombia bent?'. De volgende middag heeft hij meer succes. Een jonge Zwitser is na een paar biertjes zijn nieuwe vriend geworden. De hulp van de jongen is een vanzelfsprekendheid. Samen lopen ze naar een bank. Voor de ingang krijgt de jongen een stapeltje biljetten. 2000 Amerikaanse dollars. Die moeten binnen gewisseld worden. Om voor de hogere koers in aanmerking te komen wordt het paspoort van de jongen gekopieerd, zijn gegevens in de computer opgeslagen en vervolgens wordt er uitbetaald. Eenmaal buiten wordt er meteen koers gezet naar de volgende bank waar dezelfde procedure herhaald wordt. Ditzelfde gebeurt nog drie maal waarmee de toeristenlimiet bereikt is. Bij het volgende bezoek zal het registratiesysteem een waarschuwingssignaal geven. |
![]() |
| Cartagena de los Indias |
| Els gaat naar de dokter en komt terug met een plastic zak vol pillen en drankjes. "Nou... wat zei ze?" Ze wijst op haar buik en trekt een bedenkelijk gezicht. "Dick... er is nieuw leven in mijn lijf". "Nieuw leven?" "Ja... nieuw leven". "Hoe bedoel je?" "Beestjes!" "Amoeben?" "Ja! Het barst ervan. Ik heb drie soorten pillen, een drankje en een dehydratiemiddel. Genoeg om een heel volk uit te roeien. Omdat het ene middel effect heeft op het andere heeft ze me een heel schema gegeven wanneer ik welke pil moet nemen. Ik moet er 's nachts twee keer uit... hebben wij een wekker?" "Een wèkker... komt dat zó nauw?" "Volgens haar wel". Ze zet haar leesbril op en vouwt een lijst met bijwerkingen open. "Shit!" "Que pasa?" "'t Is in't Spaans" |
![]() |
| Schone slapers? |
|
Een paar dagen later stappen we een internetcafé binnen, loggen in en wachten op verbinding. BAF. Van buiten klinkt een doffe bons. Tien minuten later rijdt er een pick-up met paramedicos de straat in. Zonder echt te checken wat er precies aan de hand is wordt het lichaam bij handen en voeten opgepakt en afgevoerd. Alsof het een zak aardappels is. Het hoofd hangt slap naar beneden. |
![]() |
| Onze laatste kilometers in Zuid Amerika en het plan voor de volgende etappe... Centraal Amerika, Mexico, de Zuidelijke Staten van de USA, Dominicaanse Republiek, Haïti, Cuba, opnieuw Mexico en Baja Californië |
Hoewel minder avontuurlijk of romantisch lijkt de mogelijkheid om per vliegtuig naar Panama City te reizen een beter alternatief. Het is iets duurder en omslachtiger maar het heeft als groot voordeel dat we niet zeeziek zullen zijn. Iets waarvan we uit ervaring weten dat we er héél veel geld voor over hebben om er van af te komen wanneer we het eenmaal zijn. De meest verschrikkelijke momenten uit ons leven brachten we door op zee... kotsend, doodziek, groen en geel.
Bovendien is vliegen een stuk gezonder voor onze fietsen. Wanneer we denken aan hoeveel spatwater er over het dek zal gaan en wat de gevolgen daarvan zijn voor lagers, tandwielen en ketting... pfff.
We hikken ook tegen de prijs van de overtocht aan. Tweehonderd dollar per persoon. We gaan rui vijfhonderd gulden betalen om twee of drie dagen kotsend op dek te liggen.
Een alternatief zou zijn om met een van de houten vrachtbootjes mee te gaan. Deze schuitjes - de meeste niet groter dan een reddingssloep - puffen langs de eilanden voor de Colombiaanse kust tus sen Cartagena en de Panamese grens. De lading bestaat uit van alles en nog wat en volgens de spannendste geruchten voornamelijk uit drugs, wapens en smokkelwaar. Dat laatste klinkt dus erg aantrekkelijk, net als de prijs... veertigduizend pesos... achttien dollar. Een nadeel is dat we dan uiteindelijk niet in Panama van boord gaan maar in een klein Colombiaans kustplaatsje in de Darièn Gap, vlak voor de Panamese grens vanwaar we onze eigen weg zullen moeten gaan vinden naar het begin van de Panamericana.
Op een verzengend hete middag lopen we naar de vrachthaven waar de houten boten liggen. Een sfeer als op een schoolplaat van Jetses. De boten schommelen licht heen en weer. Creolen hangen verveeld rond of liggen benedendeks in hangmatten. Een houten vrachtwagen laadt handel uit dat via een diep doorbuigende loopplank aan boord van een boot wordt gebracht. Het stinkt er naar teer en rotte vis.
"Buscamos transporte para San Blas"
"San Blas... esta!"
Een oude man wijst naar een drijvend wrak. Het ding hangt scheef aan de kade en een pomp spuit een straal water uit het ruim. Twee creolen liggen op de bodem van de kajuit op een stapel jute zakken.
We kijken elkaar aan.
"Dáárop? Wil jij op zoiets naar de overkant?"
"Waarom niet?".
| < Vorige |
|---|
De grootste hindernis: de Darièn Gap!
| Excuses! We hadden jullie beloofd dat we deze Fietskoerier een maand geleden in Medellin zouden maken. Maar Medellin was zo'n verschrikkelijke stad en we waren zo ongelofelijk aan de dunne poep dat we dat een poosje hebben uitgesteld. Eérst een maandje vakantie in Cartagena de Indias en daarna verder zien. Die maand zit er nu op. We gaan verder. Op het moment dat jullie dit lezen zitten we hopelijk al lang en breed op het asfalt in Panama. De bedoeling is (was?) dat we op 15 januari met een wrakkig vrachtbootje vanuit Cartagena vertrekken naar Zapzurro, het laatste Colombiaanse dorp in de Darièn Gap, vlak voor de Panamese grens. |
![]() |
||
We gaan verder!
| Midden Amerika! Een nieuw stuk wereld op nieuwe kaartjes. De komende maand fietsen we vanuit Ciudad de Panama naar San José in Costa Rica. Onze geplande route loopt langs de kustlijn van de Stille Oceaan via de plaatsen Balboa, La Chorrera, San Carlos, Santa Clara, Antón, Aguadulce en Divisa naar het Azuero Peninsula. Dit gedeelte van Panama is het eerst gekoloniseerd en dus zijn er ook de mooiste voorbeelden van vroeg koloniale architectuur te bewonderen. |
![]() |
||
We gaan naar Costa Rica
| De komende maand rijden we door Costa Rica, en Nicaragua naar Honduras. Costa Rica is op Belize en El Salvador na de kleinste van de zeven landen in Midden Amerika. Aleen Panama en Belize hebben minder inwoners. Toch is het voor wat betreft de politieke situatie het meest stabiele land (in 1989 werd het honderdjarig jubileum van de democratie gevierd). We rijden een flinke lus door het land en willen er in ieder geval de Irazú en Turrialba vulkanen gaan zien die ten noorden van de hoofdtsad San José liggen. In Nicaragua (het grootste land in Midden Amerika) volgen we de zuidelijke route langs het Lago de Nicaragua en Lago de Managua via León, de voormalige hoofdstad van het land. León is ook de geboorteplaats van de belangrijkste dichter van Midden Amerika: Rubén Dario. |



















