Dick en Els worden bestolen
¡Ecuador, si se puede!

We zijn op weg van Lima naar Quito. Het landschap is vandaag hetzelfde als gisteren en gisteren was het hetzelfde als de dag ervoor. Links zand, rechts zand. Links zien we af en toe een glimp van de Stille Oceaan, rechts af en toe de onderkant van een berg. Boven ons een witte mistdeken.
We rijden op de Panamericana. Een asfaltstreep met een berm die vol ligt met stinkend afval waar zwerfhonden tussen scharrelen.
Niet echt geweldig dus.
Maar trajecten zoals deze horen er bij. De wereld bestaat niet alleen uit afdalingen zoals die tussen Pampa Galera en Nazca. Het zijn de 'mijmertrajecten'. Stukken weg waarop we niets anders doen dan naar het asfalt kijken, de potholes proberen te ontwijken en fietsen.Fietsen terwijl onze gedachten hun eigen weg gaan.
Op die trajecten voelen we ons het meest 'onderweg'.
Omdat het landschap niet inspirerend is voelen we ons op die stukken het meest bezig om naar de horizon te fietsen, om 'naar Alaska' te gaan.
We zijn op weg van Lima naar Quito.
Links zand, rechts zand.
Totdat we Chimbote binnenrijden.
![]() |
| Onderweg van Lima naar Trujillo over de Panamericana. Links zand, rechts zand en af en toe een glimp van de Stille Oceaan |
![]() |
| Een haarloze Peruviaanse hond. De huid lijkt op die van een olifant. In het midden een foto van de ruïnes van Chan-Chan bij Trujillo. Op de rechter foto reikt Els prijzen uit aan Hanshenriks, Kenneth en José, winaars in de catagorie 'estrangeros' van de 'Gran Classico del Amistad'. |
![]() |
| Tussen Trujillo en Chiclayo. Een tunnel en een uitnodiging voor een gratis slaapplek: het Casa de Ciclista's van Javier. |
| Chimbote is Peru's enige natuurlijke haven en daarmee ook het centrum van de vismeelindustrie. Op het tien kilometer lange stuk Panamericana tussen de haven en het centrum hangt een allesoverheersende stank van kattenvoer en levertraan. Op zee, voor de ingang van de haven, liggen honderden trawlers voor anker. Nog nooit eerder zagen we zoveel boten bij elkaar. De stad is een heksenketel. Taxi's en microbussen verdringen ons van de weg en veroordelen ons tot het trottoir. Op die momenten kunnen we ons nog steeds niet beheersen. Hoe va ak dit ook gebeurt en hoe zinloos onze boosheid ook is. Ook nu weer niet. Taxichauffeurs zijn klootzakken en buschauffeurs achterlijke wezens met een chromosoom te veel. Maar net zoals de vermoeidheid na een lange fietsdag snel verdwenen is zakt ook de boosheid snel. We vinden een hostal en even later laten we ons in een cevicheria verwennen met ceviche mixto en colchinera negro... muy pica! We begrijpen nu wat Cesar Ortega bedoelde toen hij ons in Lima vertelde dat ceviche 'voer voor mánnen' is. We genieten van dit soort eten... we zuigen krabbenpoten leeg en lepelen schelpen uit. "Zoiets moet je toch in Katwijk ook kunnen maken?" "Volgens mij wel... alles is er" "Ja... rauwe vis, schelpen, inktvis, oesters, limoen, uien en pepers". "Heftig hoor!" |
![]() |
| Piura, Peru... ceviche in een stalletje op straat. Muy pica! |
| Sinds de zon op 21 juni boven de Kreeftskeerkring stond schoof hij iedere dag een stukje onze richting op. En wij, wij reden hem tegemoet. Op 21 september stond de zon pal boven de evenaar en ongeveer een week nadat we Lima verlaten hebben rijden we, rond het middaguur, onder de zon door. Vanaf dit moment schijnt hij op onze ruggen - zolang we naar het noorden fietsen. Onze schaduwen zijn klein, het landschap saai. Links zand, rechts zand. |
![]() |
![]() |
| Mercado in Trujillo; groenten, pasta's, salsa's, uien, aardappels en de lekkerste aardbeien ooit. |
|
We passeren Tallara en laten het meest westelijke punt van Zuid Amerika liggen waar het ligt. Even later die ochtend pauzeren we bij Lobitos onder een afdak in de schaduw. We eten een lunch van koude chaufa, bananenchips en Cola Piña. Tumbes ligt als een oase in die groene woestijn. De dijk buigt naar een roodgemeniede brug en pal daarachter ligt het Plaza de Armas. Aan de ene kant een wonderschone kerk... aan de andere kant een gedenkmozaiek voor Pizarro. Verbazend hoe de mensen hier hun moordenaars eren. |
![]() |
| De haven van Marcando... Fregatvogels, vis en vissers en de afvalverwerkingsbrigade. |
|
Vanuit Tumbes duurt het vijfentwintig kilometer voordat we bij de Peruviaanse grenspost zijn. Vijfentwintig kilometer rijstvelden. Een half uur later is het wiel weer recht en rijden we door de drukte de stad uit. Nog steeds in niemandsland. Iedere niksnut die 'ola gringo' naar ons schreeuwt groeten wij vrolijk met een welgemeend 'hello klootzak!' of 'rot op boerenlul!'. Een half uur in dit land, eenmaal aangereden en twee maal bestolen. Viva Ecuador! Drie kilometer buiten de stad stoppen we bij de politiepost van de Immigración. Els blijft buiten het pand op de fietsen letten terwijl ik binnen de paspoorten laat afstempelen, m'n hart lucht en vertel wat ons zojuist is overkomen. De rest va n de dag verloopt normaal. We fietsen door een licht heuvelend landschap met een beetje tegenwind naar het noorden en verbazen ons over de verschillen met Peru. Santa Rosa, ons oorspronkelijke reisdoel van deze dag ligt aan het eind van een hobbelweg op een kilometer of vijf naast de Panamericana. 'Wat is de zin van dit leven?' |
![]() |
| Ecuador is een bananenrepubliek. Al fietsende vinden we wel een antwoord op de vraag: 'Waarom zijn de bananen krom?' |
| Een paar dagen later zijn we in Pallatanga. Wanneer we in een wijk achter het plaza op zoek zijn naar een winkel waar een fles anisado te koop is lopen we er tegenaan... een rond gebouwtje. Er klinkt hanengekraai, drukdoenerij van aangeschoten mannen... hanengevechten! Even later staan we binnen en meteen weten we dat we hier onze avond gaan doorbrengen! Een rokerige sfeer, de geur van bier, geschreeuw, mannen met stapels dollars in hun handen en hanen... veel hanen. Het gebouwtje is rond. Rond als een coliseum, een kleine uitvoering van een stierenvechtersarena. In het midden van het gebouw is een ronde betonnen bak met een doorsnede van een meter of zes. Boven die bak hangt, tussen een aantal TL-balken, een klok met daarop een rode en een groene lamp. In het rond zijn houten tribunes gebouwd met daartussen, aan de muren van het pand, een zestal grote kasten waarin achter getraliede deurtjes hanen zitten. Aan één zijde van het gebouwtje wordt bier en canha verkocht... aan de andere zijde stinkt de doordringende pislucht van het urinoir. Mannen... veel mannen. De meeste van hen h ebben een haan onder de arm, de poten naar voren, de kop naar achteren. In hun andere hand hebben ze een stapeltje dollars of een fles bier. Mannen zonder haan hebben ook een fles bier in de hand en degene zonder fles bier zijn daar gewoon te dronken voor. Onder de tribune slapen er drie hun roes uit. Jongetjes lopen heen en weer om lege bierflessen op te halen en volle terug te brengen. "Hanengevechten?" "Ja!" "Ik weet niet of ik dat wel zo leuk ga vinden?" "Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede!" "Wat is de bedoeling van zo'n gevecht?" "Dat er ééntje wint en dat de eigenaar van die haan het ingezette geld krijgt". "Hoeveel is dat?" "Geen idee... ik ben hier ook voor het eerst. Laten we maar gewoon kijken wat er allemaal gebeurt. Er is genoeg te zien". "Zeg dat wel, ja". Op de vloer van de arena is het een drukte van belang. Een stuk of dertig, veertig mannen staan druk te doen. Ze dagen elkaar uit, dagen elkaars hanen uit en proberen het eens te worden over een bedrag. Het is de bedoeling dat twee eigenaars hun hanen tegen elkaar laten vechten en dat ze beiden een bedrag inzetten. De hoogte van dat bedrag bepalen ze onderling maar mag vandaag niet lager zijn dan tweeëntwintig en niet hoger zijn dan vijftig dollar. Een official bewaart de inzet en dan blaast de scheidsrechter op zijn fluit ten teken dat er een gevecht kan gaan beginnen. Op dat moment begint de drukte pas echt. Terwijl de twee hanen voor het gevecht worden klaargestoomd worden er in het publiek weddenschappen afgesloten. 'Bookmakers' accepteren individuele weddenschappen, anderen sluiten met elkaar een weddenschap. Verbazend hoeveel geld hier rondgaat. Tientallen, honderden dollars |
![]() |
| Hanengevechten in Pallatanga. Aan de poten worden vlijmscherpe visgraten gebonden. Daarna begint een gruwelijk schouwspel dat eindigt met de dood van één van de hanen. |
| De hanen lijken speciaal te zijn geprepareerd als 'kemphanen'. Hun kam ontbreekt en van hun dijen zijn de veren geplukt. Voor het gevecht krijgen ze twee vlijmscherp geslepen visgraten aan hun poten gebonden. De ene haan met groene tape, de andere met blauwe. Dan worden ze aan de scheidsrechter getoond. Die controleert op andere gemenigheidjes, drukt een citroen op de aangebonden 'mesjes' en geeft het teken dat het gevecht gaat beginnen. Iedereen verlaat de ring en neemt plaats aan de balustrade. Het laatste geld gaat rond. Een fluitsignaal. De hanen worden tegenover elkaar gezet en losgelaten. Meteen vliegen de veren in het rond. De dieren pikken elkaar, krabben elkaar en vliegen elkaar in de veren. Hun eigenaars schreeuwen om het hardst om hun beesten aan te moedigen. Vanaf de tribune en rond de ring kijkt iedereen gefascineerd toe, roept, schreeuwt... de meesten van hen volledig in extase. Wanneer één haan op zijn rug ligt onderbreekt de scheidsrechter het gevecht. De beestjes worden opgepakt, even in het gezicht geblazen en vervolgens weer tegenover elkaar gezet. Een gruwelijk spektakel. Na een paar minuten zien beide beesten er niet meer uit. Hun koppen onder het bloed, kale plekken tussen de veren. Dan zwelt het geschreeuw aan. Eén van de hanen ligt op de grond en de ander pikt en pikt en pikt. De scheidsrechter blaast af en pakt het arme beest op. Een bloedende kop hangt slap naar beneden. "Is dat beest dood?" "Ik denk het". "En die andere?" "Die heeft gewonnen". De eigenaar van de winnende haan pakt zijn beest op en gaat er zo snel mogelijk mee naar buiten, naar de frisse lucht. Hij is omringd door een grote groep vrienden... mannen die óók geld gewonnen hebben. Het is een sfeer als bij een belangrijk doelpunt bij een voetbalwedstrijd. De haan wordt afgespoeld en op een tafel gezet. Daar krijgt ook de eigenaar zijn geld uitgeteld... vijfennegentig dollar. De inzet minus vijf dollar. Van dit geld wordt het clubgebouw onderhouden en de 'scheids' betaald. "En die man die verloren heeft is niet alleen zijn haan kwijt maar ook zijn vijftig dollar?" "Ja". "Wat sneu. Dure bedoening zo'n middagje". "Niet iedere haan die hier vandaag is komt ook aan vechten toe. Moet je 'ns opletten... er zijn misschien wel meer dan vijftig, zestig mannen met hanen hier. Er gaat heel wat water onder de brug door voordat er twee mensen zijn die er allebei van overtuigd zijn dat hún haan het van die van de uitdager wint". "En hoe bepalen ze dan de hoogte van het bedrag?" "Uitdagen... gokken... bluf... alcohol". |
![]() |
| Een muurschildering in Chalabamba waar langs de weg 'chango' wordt verkocht. De kunstig versierde tanden op de rechterfoto zijn niet uniek. Op het platteland van Peru en Ecuador heeft vrijwel iedereen zo'n prachtig gebit. |
![]() |
| Leefomstandigheden onderweg. Een hotel in Riobamba. Voor vijf gulden per nacht hebben we een garage, werkplaats, keuken, slaap- en woonkamer. Met Maria (Korea) en Guiliano (Italië) reden we een dag of tien door Ecuador. Ze zijn zeventien (17!) jaar ononderbroken onderweg... op de fiets. |
|
Vanuit Pallatanga fietsen we naar Riobamba. Daar staan we op een hele vroege ochtend op het station. Op één van de sporen staan twee goederenwagons waaraan juist een oude diesellocomotief aankoppelt. De bedoeling is dat we, op het dak van die wagons, een ritje maken door de 'Nariz del Diablo', het traject tussen Riobamba en Alausi op de lijn tussen Quito en Guayaquil. Een van de meest indrukwekkende staaltjes van spoorwegbouw ter wereld. Joany en Willem hebben een hotel gehad in Costa Rica, daarna een buurtcafé in een oude wijk in Utrecht en de laatste vijftien jaar een kroeg in de binnenstad. Drie jaar geleden hebben ze de zaak, huis en tuin verkocht en zijn gaan reizen. Tussendoor komen ze af en toe 'thuis'. En 'thuis' is een klein appartementje met uitzicht op de Dom. Na vijf zinloze uren arriveren we in Alausi. Daar begint waar we hier voor op het dak zitten.... de afdaling naar de 'Nariz del Diablo'. Op elke wagon neemt een remmer plaats die op de steilste stukken de handrem aandraait. Het is een prachtig gezicht hoe de mannen samenwerken en hoe ze in gebarentaal met elkaar communiceren. Op het station van Riobamba hebben we ons laten vertellen dat het voor de trein veel moeilijker is om met zoveel gewicht over een helling van vijf tot zes procent af te dalen dan om er tegenop te klimmen. |
![]() |
![]() |
| Volgens ons South American Handbook 'een sprong in het avontuur' maar in werkelijkheid een lullige toeristenattractie voor ooms en tantes... een rit op het dak van een goederenwagon door de 'Nariz del Diablo'. De ontsporing halverwege hoort er waarschijnlijk gewoon bij. |
| Een paar jaar geleden zaten we in eenzelfde situatie op het traject tussen Bamako en Kidira in Mali. Toen ontspoorde de achterste wagon van de trein waarin we op dat moment reisden. Het duurde acht uur voor we weer verder konden reizen. Hier heeft men het beter voor elkaar. Uit de wagon waarop wij zitten komt allerlei gereedschap tevoorschijn. Een half uur lang wordt er gewerkt, de trein rijdt een stukje vooruit en staat dan weer op de rails. Langzaam rijden we weer verder... langzaam... langzamer... alsmaar verder de canyon in. Begroeiing is er niet, hooguit een paar cactussen. En dan, na zeven uur rijden, naderen we eindelijk de 'Neus'. Dat blijkt een gigantische rots die in het midden van de vallei ligt. Hier kan men niet omheen, niet doorheen en ook niet overheen. Toch is er een oplossing gevonden. De rails krullen zich om de rots en lopen, nadat er een wissel gepasseerd is, dood tegen de linker wand van de canyon. Het wissel wordt omgezet en de trein gaat achteruit... een soort rangeertruc. De rails krullen zich opnieuw helemaal om de rots heen, heel steil, en opnieuw passeert de trein een wiss el voordat het spoor tegen de andere bergwand doodloopt. Daar stopt de trein, gaat weer terug, nu weer vooruit en komt na een half rondje aan de achterkant van de rots weer in de vallei terecht. Een even verbazingwekkende als simpele manoeuvre. Té simpel blijkt, want zowel Joany als Els begrijpen niet wat er nu eigenlijk gebeurd is... éénmaal achteruit, éénmaal vooruit en hup... daar staat de trein aan de andere kant van de rots. Wat we ook proberen... de truc is alleen te begrijpen door die jongens die in hun kinderjaren met Märklin gespeeld hebben. |
![]() |
| Mercado Riobamba |
| Vier dagen later rijden we Quito binnen en vinden er een geweldige plek. Hostal Recidendial Sucre aan het Plaza San Francisco. In onze Footprint staat het als laatste van een lange, lange opsomming... Res. Sucre, on Plaza San Francisco, corner of Bolivar and Cuenca. T514025, cold showers, a bit noisy, has terrace with great views over the old city, no facilities, not for the hygienically minded but very cheap. Alles klopt. Een vervallen koloniaal gebouw waarin op twee verdiepingen, rond een balustrade, een dertigtal kamers liggen. De kamers op de eerste verdieping worden per uur verhuurd... aan 'pareja's'. Op de tweede verdieping zijn een paar 'habitaciones' waarin Japanse backpackers. Er zijn ook nog een stuk of vier huurkamers en op één van de hoeken van die verdieping is een ruimte waarin tussen afscheidingswanden bedden staan. Bedden waarop een kale matras met een skai overtrek. Op het dak van het hotel zijn acht kamers. In zeven daarvan wonen Japanners, in ééntje - de grote hoekkamer met het mooiste uitzicht over de stad - woont al vier maanden een Can adese fietser die er zijn boek over zijn reis door Guinee wil schrijven. We mogen de keuken gebruiken. Maar die is al in gebruik... door de grootste kakkerlakken die we ooit gezien hebben... tientallen... en ze zitten overal. En wij? Wij hebben kamer 3 op de tweede verdieping. De kamer met het allermooiste uitzicht over het plein. $1.80 per dag. We slepen onze spullen naar boven en merken dat we op één van de meest levendige plekken van de stad terecht gekomen zijn. Hoeren op de trap, pooiers in de hal, dronken sloebers op de balustrade. We zijn een boek binnengestapt. |
![]() |
| Op de laatste 200 kilometers naar Quito zien we vanaf de Panamericana de pra chtigste vulkanen. Onze plek in Quito... het onvergelijkbare hostal Sucre aan het Plaza San Francisco. Maria en Guiliano voor de deur en wij op ons balkon. |
|
Het is 7 november. Hoy dia is el dia del verdad. Wanneer het voetbalelftal van Ecuador vanmiddag tenminste gelijkspeelt tegen Uruguay plaatst het zich - voor het eerst - voor een eindronde van het wereldkampioenschap voetbal. Halverwege de tweede helft gebeurt het wonder. Juist op het moment dat het paar van kamer 14 naar buiten komt valt de gelijkmaker. De lobby, de café's rond San Francisco, de stad, het land... alles explodeert in een orgie van geluid. Vuurwerk, toeterende auto's, sirenes... schreeuwende mensen... carnaval! Meteen daarna valt de opgewonden stilte weer. |
![]() |
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Colombia... daar zien we best wel tegenop!
| Oorspronkelijk hadden we gedacht dat we hier in Ecuador een korte pauze zouden inlassen. Een vakantie naar de Galapagos-eilanden en daarna vanuit Quito een vlucht boeken naar Panama City. Over het gevaarlijke Colombia heen dus. Onderweg ging ons het idee om vanuit een bootje en tussen de toeristen 'aapjes te gaan kijken' steeds meer tegenstaan. En dus hebben we onze plannen drastisch gewijzigd. De bedoeling is dat we de Kerstdagen en de Jaarwisseling in Cartagena, Colombia gaan doorbrengen. In Cartagena willen we een boot zoeken waarmee we naar Colon, Panama kunnen. Maar voordat het zover is moet er eerst nog wel een stuk gefietst worden. Een stukje Ecuador en heel Colombia. |
![]() |
||


















