Een grijze asfaltstreep en gras tot aan de horizon
De pampa's: nunca pasa nada

Het is dinsdag 23 oktober en schitterend weer wanneer we La Pobla de Segur verlaten. Vijf heerlijke dagen bij warme, hartelijke vrienden in een indrukwekkend ruige omgeving. En ondanks dat het onvermijdelijke afscheid van Jordi, Montsé en Lluis moeilijk was zijn we blij na vijf dagen rust opnieuw te kunnen fietsen.
We rijden de brug over, nemen de rotonde voor driekwart en fietsen naar het zuiden. Langs het Embalse de San Antoni in de richting van Tremp. En net als alle keren hiervoor hebben we het ook nu weer moeilijk. Stil rijden we naast elkaar, zeggen niets. Maar denken allebei hetzelfde.
Dat een afscheid voor drie jaar veel te lang is.

V.l.n.r.: De kloof van Collegats, even boven La Pobla de Segur. El Port de Montllobat en
de laatste uitlopers van de Pyreneën, bij Barbastro.

Links Lluis (La Pobla de Segur).
Rechts: In de droge rivierbedding van de Noguera Pallaresa... Susana, Ana, Jordi, Dick.
| Na Tremp slaan we rechtsaf, de heuvels in. De weg gaat langzaam omhoog en we genieten van de prachtige herfstkleuren en het najaarszonnetje. Een zonnetje dat zo heerlijk is dat we even later zelfs in een T-shirt en een korte broek fietsen.... hoger en hoger... steiler en steiler. En wat aanvankelijk een eenvoudige klus leek verandert langzaam in een zwaar karwei. Een echte bergetappe. De Port de Montllobat. Kilometer na kilometer stijgen we verder omhoog over een weg die steeds slechter wordt. De uitzichten zijn adembenemend. De stijging ook. Terwijl we omhoog kruipen genieten we van alles om ons heen. Boven onze hoofden cirkelen gieren, tientallen gieren. En adelaars. Dit landschap, dat van de Spaanse Pyreneën, is geweldig. In onze laatste paar fietsdagen, vanaf Puigcerda tot La Pobla en vandaag, hebben we meer van het landschap genoten dan in de vijf maanden ervoor. Hieraan kan weinig tippen. |
| Hay mucho corderos en España |
Een paar dagen later rijden we bij Barbastro de Pyreneën uit in de richting van Zaragossa. Dit stuk van Spanje is een gebied waar niemand meer wil wonen. Een kaal en onvriendelijk landschap waar elke boom of struik het aflegt tegen de verschroeiende zon en de schrale wind. Hier wil niets meer groeien. We rijden door dorpen die door bijna iedereen verlaten zijn. Dorp na dorp. Behalve en paar bejaarden en de twee plaatselijke zwakzinnigen is er niemand op straat. De dorpswinkels zijn er nauwelijks groter dan een tienerslaapkamer. Op de vrijwel lege schappen liggen de produkten naast elkaar, zodat het nog lijkt alsof er behoorlijk wat te koop is. Twee pakken maccaroni. Een paar blikjes sardientjes. Potten asperges. Pakken wijn... Don Simon. |

Links: Een magisch moment... 10.000 km. Rechts: In Alcobendas kookte Cony voor ons fietsvoer.
| We fietsen door het centrum van Zaragossa en verdwalen er. Precies als twee jaar eerder kost het ons twee uur om de stad uit te komen. In anderhalve dag rijden we over de Autovía Valencia naar Daroca. Tegen de wind in en omhoog, het plateau van Castilla op. Ergens onderweg passeren we onze eerste 10.000 kilometer grens. Daroca is fantastisch. De straten bestaan uit kasseiën en de ruïnes van de oude stadsmuren geven de stad een middeleeuwse, moorse aanblik. Wanneer we aan het eind van de middag de stad verlaten passeren we het gebouw van de caves cooperatives. Voor de weegbrug staan tientallen boeren met hun karren te wachten om er hun wijnoogst te laten wegen. De meesten met hun tractor maar sommigen nog met paard en wagen. We maken geen foto's maar laten de beelden op ons inwerken. Dan rijden we door... de stad uit... de heuvels in... omhoog... verder omhoog... en nog verder omhoog. In zeven kilometer stijgen we zeshonderd meter. En nergens vinden we een geschikte plek voor de tent. Elke vierkante meter is beplant met wijnstronken. En overal staan karren. En overal zijn nog mensen aan het werk. Druiven plukken. Uiteindelijkvinden we helemaal bovenop de berg, op ruim duizend meter hoogte, een fantastische plek met een onvergetelijk uitzicht over het oude stadje. En ook over de wijnvelden, die door de avondzon in de prachtigste kleuren worden gezet. Vordat we de tent opzetten staan we naast elkaar... een minuut of vijf... codo a codo... in de diepte rijden wijnboeren af en aan, met tractoren, paarden en ezeltjes. "Jezus Dick... dit is toch wel waar we het allemaal voor doen hè?" "Ja... ik geloof het wel. Dit is ongeveer wel waar het allemaal om gaat". "Godverdorie". |

| De twee bekendste beelden van Alcobendas... La Menina en El Piemelo |
| Na een fantastische afdaling door de kloof van de Rio Gallo komen we bij het dorpje Cuevas Labradas. Hier gaat de weg weer omhoog over een steil en moeilijk pad. Het grootste gedeelte van de vier kilometer moeten we lopen. Na ruim drie kwartier, zijn we boven. In een dorp dat verlaten lijkt. Op een oude vrouw na. "Buenas dias Señora... esta una tienda par aqui?" "No... no tienda". "Pan?" "No... no hay pan". "Pan a Zaorejas?" "Si... a Zaorejas". Wanneer we verder willen rijden gebaart ze dat we moeten stoppen. ";A Zaorejas?" "Si... a Zaorejas!" "Zaorejas par a bajo... no par aqui... par a bajo. A camino forestal!" We halen de kaart erbij. De weg naar Zaorejas gaat volgens onze kaart toch duidelijk door dit dorp en niet over de camino forestal die onder in het dal langs de rivier loopt. We vragen het nog wel een keer of drie maar de vrouw is heel duidelijk. Deze weg, die we omhoog gelopen hebben, houdt hier in het dorp op. Wanneer we naar Zaorejas willen gaan dan zullen we het pad langs de rivier moeten volgen. En dus laten we ons weer naar beneden rollen. Met de remmen stijf dichtgeknepen zakken we stapvoets af naar het riviertje dat ver in de diepte van de kloof stroomt. Tweehonderdvijftig meter voor niets geklommen. Beneden in het dal slaan we linksaf... een andere kloof in en volgen daar het keienpad tussen Cuevas Labradas en de CM2015. Het is een weg die niet op onze kaart staat. En na twee uur fietsen blijkt dat het klopt. Onze kaart is fout. Gelukkig maar. Want die twee uur hebben we doorgebracht op het allermooiste pad van Spanje. Een pad dat op geen enkele kaart staat. Dat moet zo blijven. |
| Links: 'Hierbij doop ik u 'El Rucio' en wens u en uw bevrouwing een behouden rit'. Rechts: Nahuel Sosa, behalve drietalig ook éénfietsig |
|
In Alcobendas, een voorstad van Madrid, brengen we zes dagen door bij Marcelo en Cony Sosa-Iudicissa en hun twee kinderen Nahuel en Alexis. We hebben hen op onze vorige reis ontmoet en zijn er nu uitgenodigd om van hun gastvrijheid te genieten. Hun huis is een geweldig ankerpunt van waaruit we onze laatste zaken voor de overtocht naar Zuid-Amerika kunnen regelen. Marcelo helpt ons met het boeken van de vlucht en allerlei andere zaakjes waarvoor wij langer tijd nodig zouden hebben. Cony en Sharol - hun Filipijnse hulp - zorgen er voor dat we niets te kort komen. En Nahuel en Alexis - die allebei volledig drietalig zijn - helpen ons een beetje Spaans te leren. Maar ook hier volgt een afscheid. Op dinsdag 7 november fietsen we de zestien kilometer van Alcobendas naar het vliegveld. In de vertrekhal herverpakken we onze bagage. De zware dingen zoals het gereedschap, de keuken- en fotospullen gaan in de roltassen die we als handbagage meenemen. Ze zijn loodzwaar. We hebben ons voorgenomen om er een beetje achteloos mee te doen, zodat we geen gezeur krijgen met overgewicht. De rest verdelen we over de vier grote achtertassen, waar we ook de lege voortassen in doen. Zo wordt het aantal stuks bagage terug gebracht van tien naar vier. De stuurtassen nemen we ook mee als handbagage. |

| De 'Dwaze Moeders' van het Plaza de Mayo |
|
Het is voor ons beiden de eerste keer dat we in een 747 vliegen. Het is na middernacht wanneer het eten langs komt. Om de een of andere reden is er met deze vlucht iets niet in orde. Bij het vertrek uit Madrid bleek al dat er ook reizigers met de bestemming Sao Paolo bij onze terminal stonden. En ook de tekst op het informatiescherm wisselde beurtelings van AR1161 Buenos Aires naar AR1181 Sao Paolo. Nu blijkt dat dit een samengevoegde vlucht is. Vasnwege te weinig passagiers op beide vluchten. En in plaats van rechtstreeks te vliegen maken we een tussenlanding in Sao Paolo. |
|
V.l.n.r.: De houten metro van Buenos Aires. Het is nog lang naar Ushuaia en Argentinië's nationale drank... Te Mate We rijden langs de snelweg en gaan op zoek naar een camping omdat we eerst een paar dagen willen acclimatiseren. Bovendien willen we slapen. We zijn moe. |
|
V.l.n.r.: Kamperen in het wielerstadion van Adolfo Gonzales Chaves. De dag erna gaan we op weg. Richting Ushuaia. Ruim drieduizend kilometer naar het zuiden, aan het andere eind van de 'Ruta Très' waarop we rijden. Het asfalt is verschrikkelijk slecht. En terwijl de vrachtwagens en bussen rakelings langs ons scheren rijden we de urbanisatie uit. Hier zijn geen rustige wegen, hier is ook geen fietspad. Hier ligt slechts een smalle strook gravel naast het asfalt. Een strook asfalt met gaten als bomtrechters. En die strook wordt door alles en iedereen gebruikt. Door de enorme trucks die soms een lengte hebben van veertig meter. Door idioot hard rijdende taxi's. Door stokoude auto's zonder motorkap of spatborden, door paard-en-wagens, door fietsers. We fietsen achter elkaar op het randje van de weg. Soms tien meter, dan weer driehonderd meter uit elkaar. De wind belet het praten en de vrachtwagens de ruimte. In dit landschap ben je alleen met je gedachten op weg naar een steeds verschuivende horizon. Er passeert een personenauto. De bestuurder mindert vaart en stopt een eindje verderop in de berm. Wanneer we dichterbij komen gaat een van de portieren open. |
| Argentinië... koeien en Gaucho's |
We stoppen bij een groepje eucalyptusbomen. Ze maskeren de toegang tot de weg die naar een estancia lijdt. In de schaduw ervan eten we een stuk brood.
"Weet je waar ik vanochtend aan dacht... op dat lange rechte stuk?"
"Nee..."
"Aan Willem-Alexander".
"Wat raar... ik ook al".
"Ik had een soort van luchtspiegeling".
"Je gaat gewoon malen op die lange rechte stukken".
In negen dagen leggen we de ruim zeshonderdvijftig kilometer tussen Buenos Aires en Bahia Blanca af. We kamperen op een verlaten camping, achter een kiosk, in de tuin van een Duitse immigrant, op het middenterrein van een wielerstadion, naast een tolstation en in de speeltuin van een schooltje. In Azul waait het zo ontzettend hard dat we er anderhalve dag wachten in de luwte van een ACA-benzinestation. Verder gaan is een zinloze verspilling van energie.
Het landschap is onveranderlijk hetzelfde en iedere dag is er wind. Soms hebben we hem een paar uur mee, dan weer een dag tegen.
Maar wat de richting ook is... de wind is onveranderlijk hard. Minstens kracht zes, maar meestal zeven à acht.
Bahai Blanca. Even na de middag rijden we de stad in.
Avenida Marientas.
Een lange rechte streep die vanuit het noorden recht naar het Plaza gaat.
Els rijdt twintig meter achter mij.
Op vier quadra's van het Plaza rijd ik door groen.
Van rechts komt er luid toeterend een taxi aangescheurd.
Ik schreeuw.
"Kijk uit!"
Achter mij hoor ik gierende remmen.
Ik wacht op de klap.
En zie in een flits hoe Els op een halve meter na gemist wordt.
Door een taxi die hard doorrijdt.
Geschrokken staat ze naast me.
Ik tril ook.
"Daar was ik je bijna kwijt zeg..."
"Ik heb vandaag een engeltje".
Naast elkaar gaan we verder...
mi amor mi cómplice y todo
y en la calle codo a codo
semos mucho más que dos
(Te quiero - Mario Benedetti)
| Volgende > |
|---|
We gaan Ruta 3 op...
| Voor ons ligt een traject van ongeveer 3500 kilometer lengte van Buenos Aires naar Ushuaia, de meest zuidelijke stad op aarde. Dat traject willen we in ongeveer twee maanden overbruggen. Het eerste gedeelte gaat naar Comodoro Rivadavia, de zuidelijkste stad in de provincie Chubut. Onze route loopt in grote lijnen als volgt: Eerst een stukje langs de Rio Parana in noordwestelijke richting naar Rosario, in grootte de tweede stad van Argentinië. Daarna naar het zuiden via Bolivar en Bahia Blanca. Dit stuk rijden we vooral over de Pampas. In Carmen de Patagonia rijden we Patagonië binnen, het zuidelijke gedeelte van het land. Via een rondje langs de Golfo San Matias komen we dan in Trelew. De naam van deze stad komt uit het Welsh. |
![]() |
||


