Tijdens rondje over Peninsula Valdés
Wuiven naar walvissen

Bahia Blanca, 22 november. Het is negen uur in de avond. De wind is eindelijk gaan liggen en er hangt een zwoele sfeer in de stad. Het is zo'n avond waarvan er in Nederland maar één in het jaar is. Zo'n avond waarop de Katwijkse Boulevard verstopt raakt met iedereen die gezien wil worden.
Op de binnenplaats van ons hotel maken we een salade van een restje koude rijst dat we mengen met maïs, paprika en olijven. In een stalletje op de hoek kopen we een gegrillde kip. De wijn die we er bij drinken is ordinaire tafelwijn, Termidor, uit een pak. Maar van een onbegrijpelijk goede kwaliteit. Uit het raam tegenover ons klinken flarden tango. Een hotel van tien peso per nacht... prima eten... lekkere muziek. We hebben het hier prima naar ons zin.
En dan schuift de nacht, langzaam, als een donkere deken over de stad. Onze laatste nacht in Bahia Blanca. Onze laatste nacht in hotel Hogar. Morgen gaan we weer fietsen.
|
Om half vier 's nachts krijgen we nieuwe buren. Moe fietsen we twee uur later de stad uit. Het landschap is veranderd. De groene weiden hebben plaatsgemaakt voor eindeloze vlakten waarin dorre struikjes staan. De schrale wind hebben we tegen. Even voor vier uur in de middag hebben we zeventig kilometer gefietst en komt het eerste dorpje in zicht. Dat wil zeggen... de richtingaanwijzer. Teniente Origone ligt twee kilometer naar rechts, aan het eind van een stoffig zandpad. |
| Pauzeren... en kamperen in de berm van Ruta Très. |
|
Op het veldje achter hun huis zetten we onze tent neer. We mogen, nee... we moeten douchen bij Pedro en Rosita. Want Rosita heeft haar allermooiste handdoeken keurig klaargelegd en een hele keus aan shampoo's uitgestald. Wanneer we later aan het koken zijn komen ze een kijkje nemen. Hand in hand. Met een uitnodiging om later vanavond koffie te komen drinken. Al sinds we Buenos Aires verlieten rijden we over de Ruta Très. Al bijna achthonderd kilometer over dezelfde weg. Het landschap is na Bahia Blanca veranderd. Het gras heeft plaatsgemaakt voor doornstruiken. De laatste bomen zijn verdwenen. Er is hier helemaal niets. |
| Links: Marco en Lisette op weg naar... naar waar? Midden: De laatste fles Cola uit een met petroleum gestookte koelkast. Rechts: De eigenaar van de despenza... wiens buurman 35 kilometer verderop woont. |
|
Carmen de Pategones en Viedma worden van elkaar gescheiden door de Rio Negro, een van de grootste rivieren van Argentinië. Over de Rio Negro liggen twee bruggen. We kiezen voor de oude spoorbrug. Een spoorbrug waar de rails gewoon in het asfalt liggen omdat hij ook door autoverkeer gebruikt wordt. In het parkje achter het ACA-benzinestation, een paar honderd meter verderop, zetten we onze tent neer. We zijn in Viedma om er een pakje op te halen. Een belangrijk pakje. In het pakje zit een nieuw fototoestel. Het pakje is op 19 oktober uit Nederland verzonden... per expresse... naar Madrid... en is daar pas op 7 november, zes uur nadat er er vertrokken aangekomen. Onze gastheer heeft het pakje meteen doorgeforward naar Viedma... per expresse. Nu ruim veertien dagen geleden. Het zou er dus moeten zijn. |
| Een grijze streep, kaarsrecht, door een eindeloos landschap van dorre struikjes. Vier fietsen en drie gekken. |
|
Op vrijdagmiddag bellen we om vijf uur met sra. Lara Baum van 'International Customer Services' van de Coreo Argentina. Het hele traject dat ons pakje zou moeten afleggen, tussen Madrid en Viedma, is door haar afgezocht. Met de hand. Ons pakje is nergens. De volgende ochtend rijden er - anderhalf uur eerder dan verwacht - twee fietsers ons kampeerterrein op. In de openbare bibliotheek checken we de mail. Er zijn er veel. Maar eentje springt er uit: een mail van Lara Baum: |
| Met Marco en Lisette op walvisjacht... "kijk uit... naast je... daar komt ie!" |
Na twee dagen is Marco voldoende hersteld om te fietsen en kunnen we verder. We rijden tegen de wind in door een vlak landschap waarin niets veranderd. Links en rechts staan doornstruikjes tot aan de horizon. Af en toe ien we een paar verwilderde paarden, een paar Ñandu's of een groepje Guánaco's. De afstanden zijn enorm. Honderdtwintig kilometer tussen twee waterpunten. Tweehonderd kilometer tussen twee dorpjes. Een paar keer hebben we pech... dan blijkt onze kaart verouderd, de estancia verlaten en het water brak. Eén keer hebben we geluk... en vinden we een despenza... met een petroleum gestookte koelkast... waarin nog één fles koude Cola blijkt te staan. De eigenaar van de despenza leeft hier in volkomen afzondering van de wereld om hem heen. Zijn eerste buurman woont vijfendertig kilometer verderop.![]() Peninsula Valdes Puerto Pirámide is niets meer dan een strip winkeltjes en toeristenbedrijfjes rond een luwe baai. De sfeer is loom. Het echte vakantieseizoen is nog niet beg onnen, het walvisseizoen loopt op het eind en voor de zeeleeuwen en zee-olifanten is het nog te vroeg. De eerste arriveren deze week op de stranden. We stappen er, samen met een schipper en zijn vrouwelijke gids in een supersnelle speedboot en viegen de haven uit. Dit alleen al, zo'n enorme snelheid op een ruwe oceaan, is een fantastisch spektakel. Tien minuten later zien we de eerste walvissen. Eerst nog op een afstandje. Dan op ongeveer honderd meter. En dan naast de boot. Zeven stuks. De motor wordt stilgezet en daar dobberen we. Tussen zeven enorme walvissen die om beurten even komen kijken. Zó ontzettend dichtbij en zó ontzettend groot. Alle vier gaan we compleet uit ons dak. Marco en ik rennen van voor naar achteren, nemen de ene foto na de anderen. Lisette en Els zijn ook totaal van de kaart, roepen naar ons en naar elkaar: "Daar komt ie!" "Staart!" "Aan deze kant... drie naast elkaar!" "Ik kan hem aanraken!" "Dick... Dick... hier!" "Marco... let op! Hij komt naast je!" Het duurt een half uurtje. En dan zijn ze ineens verdwenen. De schipper wil de motor weer starten en dan duikt er ineens een zeeleeuw naast de b oot omhoog. Even verderop beleven we hetzelfde opnieuw. Nu niet met zeven walvissen maar met een moeder en een kalf. De moeder is enorm. Zoiets groots hebben we nog nooit zien bewegen. Het dier is volgens de schipper vijfentwintig meter lang. Het kalf de helft. Ook hier legt de schipper ons bootje stil en doet de motoren uit. Het is ineens stil. En dan gebeurt ook hier precies hetzelfde. Soms zwemmen de dieren een meter of twintig van de boot weg, om dan weer om te draaien en naar ons toe te komen. Het jong schurkt zich aan de boot. Het lijkt wel of ze contact met ons willen maken... ons iets willen zeggen... Ze richten hun hoofden uit het water, kijken naar ons, wij kijken naar hen. En dan zijn ook deze twee dieren ineens verdwenen. En keren wij terug naar de haven. Helemaal ondersteboven. Alle vier. |
| Zestig meter onder ons liggen ze/ op het strand... honderden zeeleeuwen en zee-olifanten. |
| Een dag later rijden we met een gids vanuit Puerto Pirámides naar Puente Delgado, tachtig kilometer naar het oosten. Wanneer we er aankomen stormt het zo hard dat we zowat worden gezandstraald. Zestig meter beneden ons liggen honderden zeeleeuwen en zee-olifanten op het strand. Ze doen niets. Vanaf deze afstand lijken het net grote kiezelstenen. Af en toe beweegt er een vin of gaat een van de beesten een stukje zwemmen. Het is niet echt spectaculair. Minder in ieder geval dan de blik in de afgrond zelf en de keiharde wind waarvoor we moeten oppassen dat we er niet door over de rand geblazen worden. Op een volgende stop, dertig kilometer noordelijker, zien we hetzelfde. Hier kunnen we veel dichter bij de dieren komen omdat de klif maar een paar meter hoog is. Bovendien liggen sommige dieren vlak onder de rand. Veel leuker is de stop die we tien kilometer verderop maken. Pinguïns! Honderden pingu ïns die als waggelende oude mannetjes vanaf het water naar hun nesten lopen en weer terug. Ze broeden hier in holen. Ieder jaar keren ze hier terug. Hetzelfde mannetje, hetzelfde vrouwtje, hetzelfde nest. En ieder jaar krijgen ze twee jongen. Waarvan er eentje volwassen wordt. Op de weg terug zien we honderden Guánaco's, veel Rheas's, Guinea Fowl en ook Patagonische hazen. Het vreemde van deze beesten is dat ze niet als hazen lopen maar als honden. Ze lijken zelfs meer op een hond dan op een haas. |
| Zeeolifanten en een Guánaco |
|
Terug in Puerto Madryn nemen we afscheid van de Lima's. Na twaalf dagen samen te zijn geweest scheiden hier letterlijk onze wegen. Wij gaan verder door naar het zuiden en de Lima's rijden vanaf hier naar het westen, naar Chili. We zijn alle vier verbaasd dat we het zo leuk met elkaar gehad hebben, zo gezellig en zo relaxed. Wanneer we twee dagen later Trelew uitrijden is er weinig wind en dat wat er is komt uit het noordwesten. |
| De kolonie Pinguíno's Maghelhaes bij Puente Valdes |
|
De volgende dag is de wind iets gedraaid. Maar wel veel harder dan de dag ervoor. We rijden niet harder dan acht kilometer per uur. En door de rukwinden slingeren we over de weg. Tijdens een zo'n rukwind schiet ik naar links en word op een haar na gemist door een langsrazende vrachtwagen. Vanaf deze plek, waar de storm over de stad giert, wensen we iedereen een geweldig nieuw jaar! Werk aan je dromen! |
| Estancia 'La Industrial'... een paar hutjes in de leegte, een handv ol schapen en hun uiteindelijk lot. |
Feliz Navidad y un Prospero Año Nuevo!
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Ruta 3... er komt geen eind aan!
| Zeven maanden onderweg en ons tweede doel ligt voor ons: Ushuaia, onder de 54e breedtegraad en de meest zuidelijke stad op aarde. Chili en Argentinië twisten daar nog over. De Chilenen menen dat het gehucht Puerto Williams (dat een stukje zuidelijker ligt) ook een stad is... Ons traject gaat door de kuststeden van Patagonië, via Puerto Deesengaño, Monte León en Rio Gallengos. Daarna een stukje door Chili om dan in Tierra del Fuego (Vuurland) uit te komen. Ushuaia is de hoofdstad van Vuurland en bestaat sinds de Britse 'South American Missionary Society' er in1870 een officiële missiepost vestigde. Vanwege de geïsoleerde ligging werden tussen 1884 en 1947 veel msidadigers geïnterneerd op Isla de los Estada, een klein eilandje voor de kust. |
![]() |
||



