Van Santiago de Cuba naar La Habana...
Hasta el Vittorio siempre
We worden wakker in een pension in een buitenwijk van Santiago de Cuba. Door het glasloze venster dringt stadsherrie naar binnen. Schreeuwende vrouwen en het motorgeronk van de Russische vrachtwagens en motortaxi's. We hebben allebei een lichte hoofdpijn van de allesdoordringende dieselwalm. Wanneer we naar buiten kijken zien we fantasieloze woonkazernes zoals we die eerder zagen in Letland en Litouwen. Sociale woningbouw volgens het Sovjetmodel. Van betonijzer gemaakte paardenkoetsen ratelen door de straat.
|
Er wordt op onze deur geklopt. Het is Nilka, onze hospita. Ze wenst ons goedemorgen en denkt dat we over een half uurtje kunnen ontbijten. Wanneer ze nog maar net weg is klinkt de deurbel. In het portaal staat een man die schichtig om zich heen kijkt. Onder zijn jas heeft hij een weekendtas. Wanneer we hem vertellen dat Nilka er niet is aarzelt hij even. Dan wijst hij op z'n tas, doet een stapje naar voren en mompelt nerveus dat hij chuletas heeft… varkenskarbonades… en jamón… ham. Meteen kijkt hij achter zich.
Na het ontbijt lopen we de stad in en zien daar het Cuba zoals we dat uit de verhalen van vrienden en hun foto's kennen. Een vreemd straatbeeld dat bepaald wordt door gammele fietstaxi's, Amerikaanse auto's uit de vijftiger jaren, rammelende paard en wagens, stinkende Oostduitse zijspanmotoren, Chinese fietsen en grote groepen mensen die geduldig wachten om in de laadbak van een Russische vrachtwagen te mogen meeliften. We zien de eerste revolutionaire billboards en op Sovjet-flatgebouwen prijken teksten van Ché en Fidel. Het valt ons op dat we bijna niemand zien lopen zonder boodschappentas. Precies zoals in het Rusland van de zeventiger en tachtiger jaren. Daar ging ook niemand de straat op zonder een tas. Want je kon nooit weten of je die dag tegen een buitenkansje opliep. Wat appels, een beetje rundvlees, een kip, melk, eieren. Zo'n buitenkansje werd in Rusland een 'misschientje' genoemd. Zou dat hier in Cuba een quizásito heten?
Omdat wildkamperen heel erg moeilijk is slapen we onderweg in kleine pensions. Sommige families hebben van de staat toestemming gekregen om één of twee kamers te verhuren. Deze huizen worden casas de rentas genoemd en zijn herkenbaar aan een blauwe driehoek op de buitendeur. Voor elke kamer die men verhuurd heeft men een vergunning nodig die - afhankelijk van de stad - tussen de honderd en tweehonderd dollar kost. Voor het serveren van ontbijt of een avondmaaltijd komt daar nog dertig tot zestig dollar bij. Deze bedragen zijn maandelijks en moeten of er nu wel of niet verhuurd is worden afgedragen. Over de winst moet bovendien nog tien procent worden afgedragen. Families die illegaal verhuren worden meestal door de buren verlinkt.
Drie soorten gel d en twee soorten winkels. Sinds een paar maanden heeft Els pijn in haar rug. Er zijn dagen bij dat die pijn meevalt en er zijn dagen bij dat we noodgedwongen rust houden en niet fietsen. Binnen een half uur is ze terug met de uitslag van de test. Terwijl Els op bed ligt en zoveel water drinkt dat ze om het kwartier moet plassen ga ik in de stad op zoek naar een mogelijk om e-mail te lezen en versturen.
|
| Het nieuws van de komende trein ging veel sneller dan de locomotieven konden trekken en toen de trein in de vroege middag van de 29e december de heuvels van Santa Clara naderde werd deze al opgewacht door Che Guevarra en zeventien kameraden. Aan de rand van de stad lieten ze de trein ontsporen en na een korte schermutseling gaven Batista's stomverbaasde elitetroepen zich over. De strijd om de stad zelf duurde nog drie dagen. Twaalf van de achttien mannen sneuvelden. De bevolking van de stad koos de zijde van Ché en toen op 1 januari 1959 het nieuws kwam dat de familie Batista het land uitgevlucht was gaven de laatste Batistas zich over. Castro heeft altijd gezegd dat de overmeestering van de trein de allesbeslissende gebeurtenis van de revolutie was. Nu staan er, op vier cuadras van ons pension, zes wagons van Batista's trein. El Monumento de Toma del Tren Blindado. Vier van die wagons zijn ingericht als museum waarin wapens en andere dingen zijn uitgestald. Onder andere de koevoet waarmee de rails zijn ontwricht. Naast het spoor staat een monument ter nagedachtenis van de twaalf mannen die in de drie dagen daarna in de stad gesneuveld zijn. Met een bicitaxi rijden we naar het Plaza de Revolución Ernesto Guevarra, een pompeus Sovjetplein op een heuvel even buiten het centrum waar een enorm bronzen standbeeld van Che staat. Onder het standbeeld is een heel informatief museum waarin een goed beeld gegeven wordt van het leven van Che, zijn betekenis voor de Cubaanse revolutie, z'n tijd in Congo en z'n laatste jaar in Bolivia. Naast het museum is het mausoleum waar de stoffelijk e resten van Che, de twaalf mannen die vielen in de strijd om de stad en de kameraden die samen met hem door de CIA in Bolivia werden vermoord. De soberheid van de ruimte, het gedempte licht en de stilte dwingt tot nadenken. Het voelt dichtbij, heel dichtbij. Onderweg praten we veel over het Cubaans socialistische systeem. Niet alleen met de mensen die we ontmoeten maar ook veel met elkaar. Anders dan in andere landen houdt de politiek ons hier veel meer bezig. Waarom? Omdat Cuba op geen enkel ander land lijkt. Het wijkt in alles af van alles wat we elders zagen. En dat sociaal-communistische systeem? Na de ontzetting van de eerste dagen in Santiago en het oosten van Cuba is onze mening hierover inmiddels een stuk positiever geworden. Van de mensen bij wie we logeren leren we dat verreweg het grootste deel van de bevolking achter het systeem en achter de ideeën van Fidel staat. Niemand is ondervoed en iedereen heeft goede kleding en goede schoenen aan. Niemand heeft honger. Dat is in andere Caribische landen wel anders. I edere Cubaan heeft recht op eten. Iedereen heeft een libretto waarop dagelijks een hoeveelheid brood, suiker, rijst en bonen gehaald kan worden. Tegen een belachelijk lage prijs. Ook dat is in andere Caribische landen wel anders. En daarbij komt de gratis medische zorg, gratis scholing, gratis bejaardenzorg en gratis kinderopvang voor ouders die allebei werken. Dat is anders dan overal. De prijs daarvoor is hoog. En de verdiensten dus laag. Waardoor er weinig overblijft voor de minder belangrijke dingen in het leven. In het plaatsje Florida logeren we bij José en Carmen, met wie we - na een heerlijke maaltijd - lang natafelen. Het zijn geen Fidelistos maar ze wijzen ons wel op een aantal goede kanten van het Cubaanse Socialisme.
Jinoteros worden ze hier genoemd. Jongens die de straten afschuimen op zoek naar de toeristendollar. Met één ervan raken we in gesprek. Hij vertelt ons dat de illegale sigarenverkoop de beste business in Habana is. Via de achterdeur van de fabrieken kopen ze sigaren in voor een fractie van de prijs waarvoor deze in de officiële winkels verkocht worden. Het zijn de sigaren die niet door de strenge selectie gekomen zijn… te licht, te zwaar, niet helemaal perfect van vorm, met een barstje in het omblad… afgekeurde exemplaren. Een week lang vieren we vakantie in het hart van het oude Havanna. Tussen het Capitol en het Plaza de Armas liggen de twee straten waar het stadsleven bruist... Obispo en O'Reily. Daaromheen liggen de hotels, de pleinen en musea. Daar vieren we vakantie. Een week lang. |
| Piet Hein... in Cuba? |
| Stomverbaasd staan we op de kade van de baai van Matanzas, ongeveer honderd kilometer ten westen van La Habana. Er staat een standbeeld... van Piet Hein! Krijg nou wat... Piet Hein... uit Delfshaven... in Cuba? Waarom? |
| In 1609 spraken Spanje en de Nederlanden een wapenstilstand af. Dit zogenaamde Twaalfjarig bestand loopt af in 1621. De oorlog tussen Spanje en de Nederlanden laait dan weer op. Met het doel de Spanjaarden economisch te treffen wordt de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht. Het liefst wil de WIC de Spanjaarden een zo groot mogelijke slag toebrengen. De beste manier daarvoor is de verovering van een zilvervloot. Deze vloot vertrekt jaarlijks vanuit Havanna op Cuba naar Spanje. Zwaarbewapende galjoenen bewaken de vloot en Spaanse verspieders onderzoeken of de route veilig is. In 1628 nemen deze verspieders een WIC-vloot onder leiding van Piet Hein waar. Een deel van de Spaanse vloot blijft daarom in de haven. Maar de berichten van vijandelijke schepen bereiken Honduras en Nieuw Spanje (het huidige Mexico), van waaruit schepen naar Havanna varen om zich bij de zilvervloot aan te sluiten, niet. De schepen uit Nieuw Spanje worden uiteengejaagd door een storm. Als gevolg hiervan mist het grootste deel van de vloot de haven van Havanna. Vlakbij zijn de schepen van Piet Hein. Op de ochtend van de achtste september neemt Piet Hein in de ochtend de vloot waar. Meteen laat hij de achtervolging inzetten. De Spanjaarden keren om, zoeken hun heil in de baai van Matanzas, maar lopen vast op een zandbank. De paniek onder de Spanjaarden is zo groot dat zij niet in staat zijn zich te verdedigen. Vrijwel zonder een schot te lossen geven de Spanjaarden zich over. Tussen november 1628 en januari 1629 lopen tweeëntwintig schepen Nederlandse havens binnen. Piet Hein zelf komt pas tien januari met vijf schepen in de haven van Hellevoetsluis aan. De Engelsen hadden hem vastge-houden. De schepen bevatten huiden, zilver, suiker, zijde, verfstoffen en geld. Piet Hein trekt in een zegetocht langs verschillende steden. Hij krijgt een grootse ontvangst van de Staten Generaal en stadhouder Frederik Hendrik. |
In Delfshaven luiden de klokken en branden pektonnen ter verhoging van de feestvreugde. De opbrengst van de buit is bijna twaalf miljoen gulden, de grootste buit die ooit op zee veroverd was. Vandaar... |
| Heb je van de zilveren vloot wel gehoord, De zilveren vloot van Spanje? Die hadden we veel Spaansche matten aan boord. En appeltjes van Oranje! Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein, Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot: Die heeft gewonnen de zilveren vloot, Die heeft gewonnen... gewonnen... de Zilvervloot! |
| < Vorige |
|---|