|
Rijden Dick en Els nog steeds op hun eerste fietsen? |
|
|
|
|
Geschreven door Dick Verschuur
|
|
zaterdag 25 maart 2006 |

Dezelfde
Vittorio's
acht jaar
later
In het voorjaar van 1998 stond deze foto in het tijdschrift Fiets. Een
zwarte Vittorio randonneur in mager lentelicht op de top van de
Posbank. In een acht pagina's tellend artikel besteedde Jan Mark
Moquette destijds aandacht aan dat wat het verschil maakt tussen tussen
maat- en confectiefietsen. De Vittorio waarop we begin mei van dat jaar
naar Timboektoe zouden vertrekken was één van de drie maatfietsen in
die test. Hoewel de fiets op de foto nog slechts vaag lijkt op de fiets
waarop we, nu bijna honderdduizend kilometer later, door Australië
rijden is het nog steeds dezelfde. Wat is er inmiddels veranderd en wat
niet?
Indertijd zochten we met de gedachte dat we een
fiets zouden moeten hebben met een stalen frame. Het liefst gesoldeerd
van Reynolds 531 buizen. De onderdelen die op de fiets zouden zitten
moesten duurzaam zijn, oerdegelijk. En... wanneer er onderweg in de
Sahara onverhoopt toch iets kapot zou gaan... dan moest het door
onszelf te repareren zijn. Met een stuk bretel of een slangenklem . Een
onverslijtbare fiets met simpele onderdelen en met niet al te
ingewikkelde technische snufjes.
Het werd dus een Vittorio, afgemonteerd met Shimano LX,
buiscommandeurs, cantilever remmen, een Stronglight balhoofd en
trapstel, Allessa 48 spaaks velgen, een Brooks zadel en Continental
TT2000 banden. We kochten de Landrover onder de fietsen.
Tempus fugit
In acht jaar is er veel gebeurd. Inmiddels zijn we door vier
continenten getrapt en is van de fiets op de foto alleen het
Vittoriogedeelte nog origineel. Het frame en de dragers... na bijna
honderdduizend kilometer dus... nog steeds diezelfde onverwoestbare
Vittorio uit Heerhugowaard.
Toch bleken niet alle keuzes meteen de juiste. Dat blijkt wanneer je
echt gaat fietsen. Al heel snel is het klassieke stuur vervangen door
een recht stuur met bar-ends. Dat gaf in de praktijk een prettiger zit
(meer rechtop), meer handposities en minder rugpijntjes. En nog voordat
we aan onze tweede grote reis begonnen zijn we ook op een ander verzet
overgestapt. Het randonneursverzet (26-36-46 voor en 12-28 achter) werd
gewisseld voor 24-36-46 en 14-32. Daarmee kwamen we de Andes door en
ook over de Rocky Mountains.
Nu, na ruim negentigduizend kilometer zijn er weer een aantal
wijzigingen aangebracht. Een praktische is dat de bidonhouders zijn
vervangen door petfleshouders waarin flessen van met een inhoud van
anderhalve liter passen (die overal verkrijgbaar zijn). Daarmee kunnen
we nu allebei ruim twee keer zoveel water meenemen. Een geweldige
verbetering, vooral hier down under! Er zijn twee merken: Topeak, met
een suf rubber bandje als klem (niet over nagedacht) en Minoura, met
een simpel klemmechaniek dat tijdens fietsen met één hand te openen is.
Super!

Ook nieuw zijn onze pedalen. Vlak voor deze reis zijn we overgestapt
van onze vertrouwde Shimano’s naar iets waar geen merk op staat maar er
wel héél stevig uit zag. De halve kooien (van Elite) bleven.
Maar... na nog geen drieduizend kilometer is één van de pedalen al
gesneuveld. Krrrrrk! Gansch het binnenwerk kapot! Dus heeft ook hier
een nieuwe verandering plaatsgevonden. Na jaren van twijfel en uitstel
rijdt Dick sinds een paar weken op spd’s!
Eindelijk!
Heel onwennig (vooral op bruggen en in druk stadsverkeer) maar vastbesloten om door te zetten.

Op de foto’s trouwens ook nog iets anders: de Shimano MT90 waterdichte
Goretex fietsschoen met een Vibram zool. Gepresenteerd als de eerste
echte hike and bike shoe. Ook die hebben we nieuw. Aanvankelijk waren
we redelijk enthousiast omdat ze lekker zaten en we geen echte nadelen
konden ontdekken. Dat ze veel minder ventileerden dan normale
fietsschoenen namen we op de koop toe. Een compromis (wat deze schoen
toch is) is nooit perfect redeneerden we.
Maarrrrrr... toen we onze eerste flinke regenbui over ons heen kregen
en bleek dat waterdicht van buiten ook waterdicht van binnen betekent.
En op dat moment bleek dat de mannen van Shimano een denkfout gemaakt
hebben. Het regenwater dat langs je benen naar beneden loopt stroomt
rechtstreeks in je schoenen en kan er niet uit. Met als gevolg dat je
in schoenen rijdt die tot aan de bovenrand vol met water klotsen. Dat
voelt als rubber laarzen vol water. Conclusie: zolang het droog blijft
is het dus een redelijke schoen maar zo gauw het flink regent werkt het
voordeel als een enorm nadeel! Zodra deze schoenen versleten zijn gaan
we weer snel terug naar gewone stevige fietsschoenen met daarin (als
het regent) waterdichte Goretex sokken.

In de cockpit is niets meer zoals vroeger. De buiscommandeurs zijn
verdwenen en vervangen door simpele Shimano duimshifters. Onmisbare
zaken onderweg zijn de Bengaalse tijgertoeter, een leesbril (+ 1.50) in
houder en twee computers. De Cateye AT100 weigert al bij motregen en
dient na alle ergernis nu nog slechts voor tijd en hoogte). De ander is
een ding dat voor een paar kralen in Costa Rica is gekocht en het
altijd doet. Echo-7 staat er op. Verder een Egyptische scarabee en een
polsbandje uit Peru.
Belangrijkste wijziging sinds kort zijn de Magura HS33 hydraulische
remmen. Het mooie daarvan is dat ze precies passen op cantilevernokken.
Onze ervaring (na 3000 km): geweldig!
Alles dat beweegt slijt en moet dus een keer vervangen worden. Op
sommige van onze oorspronkelijke keuzes zijn we teruggekomen, andere
zaken blijven zoals ze zijn. Zo rijden we al jaren niet meer op
Continental maar op Schwalbe Marathon XR waar we bijna drie maal zoveel
kilometers mee afleggen(!!!). Het Stronglight crankstel is na twee
crankbreuken vervangen door Shimano RSX en het Stronglight balhoofd
door een Modus. De Shimano LX achterderailleur is vervangen door
een XT. Velgen: nog steeds Alessa en we zitten nog steeds op een Brooks
zadel. Ons derde inmiddels.
De tandwielen waar we hier mee rijden: vóór Gebhardt 24-36-46 en achter
Shimano HG50 13-34. Dat geeft in de praktijk (bij een wielmaat van 28"
en een 42mm band) de volgende mogelijkheden:
| |
13 T
|
15 T
|
17 T
|
20 T
|
24 T
|
29 T
|
34 T
|
|
24 T
|
397 cm
|
344 cm
|
304 cm
|
258 cm
|
215 cm
|
178 cm
|
152 cm
|
|
36 T
|
595 cm
|
516 cm
|
455 cm
|
387 cm
|
323 cm
|
267 cm
|
228 cm
|
|
46 T
|
761 cm
|
659 cm
|
582 cm
|
495 cm
|
412 cm
|
341 cm
|
291 cm
|
Ons advies voor wereldfietsers in spé: begin met de allerkleinste
mogelijkheid en kijk vandaar naar omhoog. Dus: 34 tanden achter en vóór
24 (en als het gemonteerd kan worden dan zelfs 22!). Zoek je prettigste
kruissnelheid in het midden van je reeks.
In de praktijk gebruik je op een beladen fiets hoogst zelden een verzet
dat boven de zes meter ligt (alleen bergaf en dan houd je meestal je
benen stil). Het komt veel vaker voor dat je in 33˚C een berghelling
van 10% of meer op moet. Dat gaat op 24x34 veel prettiger dan op 26x28.
Spaar dus je knieën!
En wanneer je dat goed wilt doen dan kun je de mogelijkheid overwegen die we hier in Australië regelmatieg zien:

Naschrift oktober 2006: de Vittorio's van Dick en Els hebben er inmiddels ruim 100.000 kilometer opzitten. Lees hier meer.
|