|
Na debacle met konijn en vos opnieuw natuurramp in Australië |
|
|
|
|
Geschreven door Dick Verschuur
|
|
woensdag 03 mei 2006 |
De ongewenste gast

Nog niet zo lang geleden woonden er in Australië geen padden. Er waren
boomkikkers en kikkers die onder de grond leefden maar geen van de
honderden paddensoorten die er in de wereld voorkwamen had Australië
uitgekozen als thuisland. Hoe dat kwam wist niemand en echt belangrijk
leek dat ook niet totdat, in 1935, twee suikerrietboeren in Queensland
het lumineuze idee kregen om iets aan dit gemis te doen. Via een
bevriende collega lieten ze, uit Hawaii, een kist versturen met daarin
102 exemplaren van wat zeventig jaar later de grootste plaag van
Australië zou worden.
De padden in de kist zouden, zo ging het verhaal, in het Caribisch
gebied en Hawaii heel succesvol zijn ingezet in de bestrijding van een
kever die daar enorme schade had aangericht op de suikerrietplantages.
Nadat eenzelfde kever er in het begin van de dertiger jaren in
Queensland verantwoordelijk voor was dat de suikerrietoogst
teruggelopen was tot 15% van de jaren daarvoor bestelden twee broers
uit Gordonvale (even ten zuiden van Cairns) iets waarvan zij dachten
dat het antwoord op al hun problemen zou zijn.
Om hun collega’s niet
meteen mee te laten profiteren van hun plan hielden ze de aankoop
geheim. De nieuwe bewoners werden verwelkomd en in een omgaasde vijver
in gevangenschap gehouden totdat het er genoeg waren om succesvol te
worden ingezet op de plantage.
Maar, wat elders zo’n groot succes was bleek hier niet te werken. De
rietkever die in Queensland voor de schade verantwoordelijk was bleek
een ander soort te zijn dan die in Hawaii en Cuba. Deze kever leefde
hoger op de rietstengel. Veel te hoog voor de padden, die niet kunnen
springen. Bovendien vonden de padden het veel te veel werk om te graven
naar de larven van de rietkever. Ze keken er zelfs niet naar.
En zo bleek het experiment met de Cane Toad, zoals het beest inmiddels
genoemd werd, een mislukking. De twee broers grepen weer terug naar de
flitsspuit in hun strijd tegen de rietkever en de paar duizend padden
die ze op hun land de vrijheid hadden gegeven... ach, dat zou zo’n
vaart niet lopen.
Maar dat deed het wel. Bufo Marinus vond het leven in de Australische
suikerrietvelden geweldig. Er was eten in overvloed, een prettig
klimaat en (heel belangrijk!) er waren geen natuurlijke vijanden. Het
duurde dan ook niet lang tot hun aanwezigheid werd opgemerkt door
andere boeren en het Australische Ministerie van Landbouw en Visserij
(of hoe dat ook heten mocht). Maar toen was het al te laat.
- Cane Toads fokken als konijnen. Een vrouwelijk exemplaar legt tussen
de 25.000 en 50.000 eieren en doet dat meerdere malen per jaar.
-
Omdat ze giftig zijn hebben de kikkervisjes geen vijanden. Ze
ontwikkelen zich veel sneller dan die van de kikkers die van nature in
Australië voorkomen zodat die laatste geen kans meer hebben in de
voedselcompetitie. Bovendien eten de visjes van de Cane Toads alles wat
niet groter is dan ze zelf zijn... dus ook andere kikkervisjes.
-
Cane Toads en hun kikkervisjes blijken resistent tegen de meeste
herbiciden en vergiften en kunnen leven in water waarin al het andere
leven onmogelijk is.
-
De Cane Toads zijn in alle fasen van hun leven giftig. Daarom hebben
ze geen natuurlijke vijanden. Vissen die een kikkervisje van de Cane
Toad eten gaan dood. Slangen die een pad eten sterven nog voor ze het
beest hebben doorgeslikt. Datzelfde geldt voor vogels en zelfs voor
honden.
-
De Cane Toads eten niet alleen het voedsel dat door de Australische
kikkers gegeten wordt... ze eten de kikkers zelf ook. Cane Toads eten
alles zolang het maar niet groter is dan ze zelf zijn.
En zo werden de Cane Toads, na de debacles met het konijn en de vos, de
grootste natuurramp die de Australiërs over zichzelf hebben afgeroepen.
Sinds de padden in 1935 in het suikerrietveld van Gordonvale werden
losgelaten hebben ze zich over geheel Queensland en Northern Territory
verspreid en hun opmars is niet te stuiten. Tijdens de Olympische
Spelen in 2000 werden de eerste exmplaren in Sydney waargenomen en ook
daar zijn ze inmiddels een geweldige plaag.
De Cane Toad is verantwoordelijk voor de reductie van vele
oorspronkelijke diersoorten in Australië en het uitsterven van minstens
vier. Ze worden ook verantwoordelijk gehouden voor een veranderend
voedselgedrag van de diersoorten die zich (na slechte ervaringen)
aanpassen aan de ongewenste gast. Krokodillen die de padden uit de weg
gaan, slangen die geen padden meer aanvallen en vissoorten die geen
kikkervisjes meer eten. Andere dier- en vogelsoorten hebben zich op een
andere manier aangepast. Zij weten inmiddels dat de giftige klieren van
de pad op zijn rug zitten en rollen de pad onmiddelijk op z’n rug om
alleen het zachte buikvlees en de ingewanden te eten. Ratten (zoals de
witstaart- en de valse waterrat) eten alleen de poten van de pad en
laten de rest met rust.
De grootste vijand van de Cane Toad lijkt echter de auto te zijn. Wij
weten inmiddels dat er in het oosten van Queensland geen meter snelweg
meer is waar je geen platgereden expemplaar ziet liggen.

|