|
|
 |
|
Vier karbouwen, twee karretjes, een uitzinnige menigte |
|
|
|
|
Geschreven door Dick Verschuur
|
|
woensdag 30 augustus 2006 |
Mekepung!

Jembrana is de meest westelijke provincie op het eiland Bali. Het is
een van oudsher agrarisch gebied waar al heel lang een merkwaardige
traditie in stand gehouden wordt die bekend staat als mekepung... een
wedstrijd tussen twee boerenkarren die getrokken worden door een span
karbouwen. Vanwege dit gebruik stond de streek rond Negara en Jembrana
vroeger ook wel bekend als het 'Land van de Buffelraces' (sinds een
paar jaar heeft de provincie Jembrana het gebruik zelfs als motto
geadopteerd en staat er in de vlag en op het wapen de leus 'Spirit of
Buffalo Race').
De oorsprong van de mekepung als buffelrace
dateert uit de tijd dat de boeren uit de streek elkaar nog hielpen bij
het binnenhalen van elkaars oogst. Daarvoor werden karren gebruikt die
door een span karbouwen getrokken werden. Men reed, achter elkaar naar
het oogstveld en deed, voor de lol, wie er het eerste was. Omdat de
karren elkaar op de smalle landweggetjes niet konden passeren bepaalde
de onderlinge afstand tussen de karren de winnaar of de verliezer.
Deze vorm van 'op een leuke manier naar je werk gaan' ontwikkelde zich in een traditie die mekepung genoemd werd. Mekepung is een Balinees woord dat 'achtervolging' betekent. Of, mischien beter nog, 'elkaar achtervolgen'.
Het gebruik werd door rijke boeren in het gebied opgepakt om met elkaar
te rivaliseren. Aan het eind van de oogsttijd organiseerden ze
wedstrijden tegen elkaar waarbij ze de karren sponsorden en al hun
vrienden en familie als toeschouwer uitnodigden. Er werd gegeten en
gedronken en er werden ntauurlijk weddenschappen afgesloten. Deze
feesten groeiden uit tot grootse evenementen waarop de boerenfamilies
bovendien, als gelovige Hindu's, hun dankbaarheid konden tonen aan de
godin Sri voor de rijke oogst.
Deze unieke traditie kreeg rond 1960 een nieuwe impuls toen het plan
ontstond om een organisatie op te richten die tot doel had de mekepung
verder te ontwikkelen en voor de toekomst veilig te stellen. Maar men
kreeg onenigheid over allerlei zaken en er ontstond een scheuring. In
plaats van één organisatie waren er plotseling twee. De boeren die aan
de oostkant van de rivier Ijo Gading woonden (de rivier die dwars door
Negara stroomt) gingen verder onder de naam Blok Kauh de boeren die aan
de westkant van de rivier woonden gingen verder onder de naam Blok
Kangin (kauh en kangin zijn de Balinese woorden voor oost en west).
Beide verenigingen hielden hun eigen onderlinge races en organiseerden
ook, allebei, eenmaal per jaar een groot evenement. In de ene
vereniging werd er gestreden om de Regent Cup, de andere vereniging
organiseerde de Governor Cup.
Het was mede dankzij die splitsing dat de races immens populair werden.
De boerenkarren werden in de loop der jaren lichter en lichter gemaakt
en - net als alles in Bali - op een uitbundige manier met allerlei
houtsnijwerk versierd en beschilderd. De jockeys gingen kleurige
kleding dragen en ook de karbouwen werden versierd. Het grappige aan
deze ontwikkeling was dat beide groepen elkaar daarin nabootsten en dat
de karretjes, de regels en de gebruiken twintig jaar na de scheiding op
beide oevers van de rivier vrijwel hetzelfde waren.
In het begin van de tachtiger jaren werd de vrede getekend. Om dat te
vieren organiseerde men een wedstrijd waarin tegen elkaar gereden werd.
Maar hoe hield men de teams uit elkaar?
De boeren van de oostzijde van de Ijo Gading reden met een groene vlag op hun karren en die van de westzijde met een rode.
Die wedstrijd werd zo'n succes dat men besloot op die manier verder te gaan.
Nu worden er, ieder jaar, twee grote evenementen georganiseerd. De
Regent Cup in augustus en de Governor Cup in october. Aan deze
wedstrijden doen meer dan zeshonderd teams mee en er komen vele
duizenden toeschouwers op af.
Tussendoor is er, in de droge tijd, elke veertien dagen een wedstrijd
die, om en om, in dorpen op de twee oevers gehouden worden. Op de
zondagen dat er geen wedstrijden zijn wordt er geoefend... op het
strand van Perancak bijvoorbeeld.
Maar daar zijn we nu niet. We staan nu op een boerenpad even ten
zuidoosten van Negara en voor we zien we iets dat het midden houdt
tussen een middeleeuwse kermis, een circusterrein en een Afrikaanse
veemarkt. Tientallen, nee honderden buffels staan, prachtig versierd en
twee aan twee, voor kleurige karretjes in op een akker te wachten.
Langs een zandpad staan duizenden mensen. Er staat een bamboe jurytoren
en er staan vele tientallen etenskramen waar we gebakken uien en sateh
ruiken. Daartussen lopen ijs- en baksoventers. Aan het begin van het
zandpad staan een paar karren klaar voor de start. Twee mannen
begeleiden de combinaties naar de start en op het moment dat de vlag
naar beneden gaat springen de begeleiders opzij. De jockeys slaan
met een zweep op het achterwerk van de buffels en die gaan er
vervolgens vandoor. Ze lijken in niets op de kalme doodsaaie beesten
die we op hun gemak door de rijstvelden zien baggeren. Deze beesten
zijn gefokt en gepamperd om te draven en dat doen ze. De jockey moet
zich twee kilometer lang staand op het karretje in evenwicht zien te
houden terwijl hij uit alle macht met een verschrikkelijke zweep op het
achterwerk van de buffels slaat. Dit zijn niet de vredelievende en
bedeesde jongens die we tot nu toe op Bali hebben leren kennen.
Het publiek juich en schreeuwt en raakt, naarmate de wedstrijd vordert, steeds meer in extase.


In drie uur tijd zien we tweehonderd races.
Tweehonderd races tussen telkens twee en soms drie karren met voor elke
kar twee karbouwen. We kijken aan de start en aan de finish. We kijken
ook een poosje halverwege het traject waar een lastige bocht in het
zandpad ligt en waar de buffels af en toe het veld kiezen en de
karretjes uit de bocht vliegen.

Is het leuk?
Ja. Het is geweldig! De mekepung is namelijk een heerlijke Balinese traditie. De prachtige
versieringen, de gezellige familiesfeer en de mix tussen kermis en
sport maken dat het enig is in zijn soort. En het leukste is dat het,
ondanks dat het daarvoor alles heeft, nog steeds geen toeristisch
evenement is.
We kunnen onze ogen niet geloven hoeveel duizenden mensen hier vandaag
op een lokale wedstrijd zijn zonder dat daar, behalve wij, geen enkele
toerist rond loopt.

Is het wreed?
Ja, dat ook. De manier waarop de jockeys de buffels aftuigen en het
soort zwepen dat daarvoor gebruikt wordt is schokkend. We zien buffels
waarvan de konten helemaal kapotgeslagen zijn. Bovendien, zo gaat het
gerucht, wrijven veel boeren de huid van hun karbouwen voor de start in
met chilipoeder om het effect van de zweep te versterken.
Om even voor twaalven finisht het laatste koppel. Blok Kauh heeft
vandaag gewonnen. Er wordt niet gejuicht en er worden geen prijzen
uitgereikt. De mensen gaan naar huis. Sommigen met de auto. Veel met de
brommer maar verreweg de meesten, inclusief de deelnemers met hun
karbouwen, gaan gewoon te voet.

|
|
|
 |
Wereldfietsers
Op 8 mei 1998 trokken Dick Verschuur en Els Schaap hun Katwijkse voordeur achter zich dicht voor een fietsreis naar Gibraltar (en terug).
Die zevenduizend kilometer (zo hadden ze geschat) dachten ze in ongeveer zeven maanden af te leggen.
Het liep - zoals zoveel dingen in hun leven - anders.

Op het oorspronkelijke keerpunt namen ze eeen boot naat de overkant.
Ze trapten vrolijk door naar Timboektoe en reden vervolgens terug. En toen (ze waren dertien maanden onderweg geweest), toen vonden ze het fietsen zo leuk dat ze nóg een keer op reis gingen. Drieënhalf jaar. Van Katwijk via de Noordkaap en Ushuaia (Argentinië) naar Noord-Alaska. Tijdens die reis richtten ze Stichting Klein Verzet op; een organisatie die zich sterk maakt voor het creëren van onderwijskansen voor kinderen en jongvolwassenen.
Voor deze stichting fietsten Dick en Els na hun thuiskomst ruim anderhalf jaar door Nederland. Door weer en wind en van hot naar her. Ze verzorgden bijna tweehonderdvijftig dialezingen waarmee ruim tweehonderdduizend euro werd opgehaald.
In januari 2006 vertrokken ze opnieuw. Nu voor een rondje Tasmanië, Australië en Bali. Met dat achter de rug vlogen ze begin 2007 naar Istanboel en reden vervolgens terug naar huis waar ze, op 16 juni van dat jaar, voor de laatste keer in de remmen knepen.
Het was mooi geweest vonden ze. Heel mooi.
In ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.
Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg" en studeert Psychmotorische Therapie. Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.

|
|
|