|
|
 |
|
Diep geworteld in de Balinese cultuur: het hanengevecht |
|
|
|
|
Geschreven door Dick Verschuur
|
|
woensdag 30 augustus 2006 |
Op een zandpad, achter een tempelmuur

In 1981 besloot de regering van Indonesië - waarschijnlijk gemotiveerd
door hoge morele principes - dat alle vormen van gokken, inclusief de
hanengevechten, vanaf dat moment verboden zouden zijn. Het resultaat
van deze beslissing was ongeveer hetzelfde als in andere delen van de
wereld waar relatief onschuldig maar immoreel volksvermaak verboden
werd. Omdat de activiteiten buiten het spiedend oog van de wet gehouden
moesten worden werd het spannender als nooit tevoren. Daarbij komt...
eeuwenlang zijn op het eiland Bali de hanengevechten zo'n vast
onderdeel van de samenleving en cultuur dat het ongeveer net zo
realistisch is om van een Balinees te eisen dat hij z'n enige hobby
moet stoppen als van de zon te vragen om 's morgens niet meer op te
komen.
Het is natuurlijk ook niet eenvoudig om het kwaad met wortel en tak uit
te roeien. Het is niet verboden om kippen te houden. En bij kippen heb
je hanen nodig... en je kunt, ook in Indonesië, niet gearresteerd
worden wanneer je met een haan onder je arm over straat loopt. Dus
hoeven de dieren niet verborgen te worden. De wet moet er alleen op
toezien dat de hanen elkaar niet in de veren vliegen wanneer ze
in een kring van mensen tegenover elkaar gezet worden. En dat is heel
moeilijk. Hanengevechten zijn overal, nog steeds.
Wanneer je een poosje op Bali rondreist merk je dat, wanneer je de
juiste toverwoorden kent, de groepjes mannen die 's avonds bij elkaar
gehurkt met hun hanen pronken dat niet doen omdat die zo mooi kunnen
kukelen.
De politie heeft de plicht om de hanengevechten te onderbreken maar ze
hebben doorgaans belangrijker zaken aan het hoofd. Bovendien wordt het
spel, zodra ze zich hebben omgekeerd, weer hervat. En dat weet men maar
al te goed. Daarom wordt de gokwet van Suharto op Bali niet al te
serieus uitgevoerd. Een Balinese politieman die z'n vrienden en buren
arresteert kan beter om overplaatsing vragen.
Ze zijn er dus nog steeds, de hanengevechten. Het enige verschil met
vroeger is dat alle dingen die men bij een hanengevecht nodig heeft nu
draagbaar zijn voor het geval men plotseling de benen moet nemen. Het
verschil met vroeger is ook dat er geen officiële arena's meer zijn en
dat de mannen ook niet meer gebruik kunnen maken van de bale banyars en
wantilans, de overdekte dorpshuizen die je overal op Bali ziet. Dat is
jammer, maar niet essentieel. Het kan ook zonder.
In ieder dorp is er elke dag wel ergens een hanengevecht. Niet midden
in het dorp natuurlijk, niet op het marktplein. Maar ze er altijd.
Het wordt niet aangeplakt op de muren en er staan geen advertenties in
de krant. Toch weet iedereen waar ze zijn en alles wat je zou moeten
doen om er bij te zijn is de juiste persoon op de juiste manier en met
de juiste woorden aanspreken.
Als je geluk hebt mag je mee, achterop de brommer. En daar gebeurt het.
Net buiten het dorp, op een stille zijweg of een smal zandpad,
misschien achter de tempelmuur. Wanneer je ergens een paar dozijn
brommers geparkeerd ziet staan zonder dat je daar een andere reden voor
kunt bedenken dan begint daar, tien tegen een, een hanengevecht.
Waarom zijn hanengevechten zo populair?
In de eerste plaats omdat het de gokmachine of het bingospel van de
derde wereld is. Een flink deel van de wereldbevolking lijkt min of
meer gokverslaafd. Ook in Nederland. Maar daar heeft men de toto en de
lotto, de draf- en rensport, er zijn hondenraces, er is de
staatsloterij, krasloten, het casino, er zijn gokhallen en er zijn
zelfs bingo-avonden. In de derde wereld niet. Daar heeft men het
hanengevecht. En... om te gokken heb je niet eens een haan nodig. Het
enige dat je moet doen om de adrenaline te laten stromen is, met een
paar bankbiljetten in je zak, je tussen de mannen in de kring te
voegen.
Want, en dat moet gezegd worden, hanengevechten zijn opwindend. Het is
écht! Veel en veel echter dan het monotone gedraai van een eenarmige
bandiet of de saaiheid van een bingoavond. Bij een hanengevecht vloeit
écht bloed. Er is een menigte. Er wordt aangemoedigd, geschreeuwd. Er
is pijn, er is vreugde, verdriet. Het is zo heftig dat je de adrenaline
kunt ruiken. Zelfs wanneer je niet tegen bloed kunt en niet van gokken
houdt is de gebeurtenis zeker de moeite waard om - eventueel op afstand
- te bekijken.
Hoewel het hanengevecht een typisch ding voor mannen is zijn er altijd
vrouwen die er opdagen om bier, frisdrank, sateh en andere lekkere
dingen te verkopen en er is ook altijd wel een hoek waar gekaart of
gedobbeld wordt.
In tegenstelling tot het gokken dat in Nederland op een gokmachine of
met krasloten gebeurd is het hanengevecht geen anti-sociale
gebeurtenis. Integendeel. Je ontmoet er je vrienden en familie, je kunt
er roddelen, nieuwe bewoners ontmoeten of gewoon een beetje rondkijken.
Het is ook een kans om veel geld te verdienen... of te verliezen. En
misschien dat dit de echte reden was waarom de Indonesische regering
het hanengevecht verboden heeft. Omdat degenen die het zich niet konden
veroorloven zich ook het minst konden beheersen. Er zijn honderden,
duizenden voorbeelden van mannen die hun hele kapitaal op hun favoriete
haan gezet hebben, alles verloren hebben en daarmee hun gezin tot de
bedelstaf hebben veroordeeld. Het zij zo.
De grote gokhallen met tribunes voor honderden mensen in Denpassar,
Klungkung, Tabanan en Amlapura zijn inmiddels gesloten. Dus zijn de
dagelijkse professionele hanengevechten waarbij vele, vele miljoenen
rupiahs omgezet werden verleden tijd. Wat rest zijn de kruimels,
de kleine achterafgebeurtenissen in de desa's. Daar gaat het hooguit om
een paar honderduizend rupiah. Dat klinkt misschien veel maar het
bereikt nog maar hoogst zelden het punt waarop iemand er het
familiekapitaal doorheen jaagt.
Een van de belangrijkste aspecten van het Balinese hanengevecht is de
religieuze betekenis ervan. De belijdenis van het Hinduhgeloof vereist
dat men offers maakt. Spijsoffers, rookoffers en bloedoffers. Het is
een heel complex onderwerp, veel te complex om hier uit te leggen - àls
ik dat al zou kunnen. Een offer is een middel tot communicatie tussen
de mens en zijn goden. Wanneer je op Bali rondreist zie je daar elke
dag duizenden voorbeelden van.
De offers voor de hogere geesten zijn die dingen die voor de schoonheid
van het leven staan. Bloemen, fruit, bladeren, dat soort dingen. Dat
wordt vaak samen met uit bladeren geknipte versieringen en een staafje
wierrook aan de geesten aangeboden in vierkante bakjes die van
palmbladeren gevouwen zijn. Deze offers plaatst men in hoge altaren die
vaak de vorm van een stoel stoel hebben. De achterliggende gedachte is
dat de hogere geesten niet alleen een hoger geestelijk maar ook een
hoger fysiek bestaan leiden.
Niet minder belangrijk zijn de ontdeugende, impulsieve, roekeloze,
liederlijke, gulzige en hebberige geesten. Dat zijn geesten die iemand
kunnen verleiden om het verkeerde pad op te gaan. Geesten die een,
letterlijk, laag-bij-de-gronds bestaan leiden en waarmee je dus beter
niets mee te maken wilt hebben. Die geesten worden in Bali butakala
genoemd.
Het is verkeerd om dit 'boze' geesten te noemen. Zoals het met alle
geesten is zijn ook deze geesten ambivalent. Hun gedrag ten opzichte
van de mens is afhankelijk van hoe diegene er mee omgaat. De butakala
kunnen nuttig zijn en de mens op hun eigen manier helpen (door
bijvoorbeeld anderen dwars te zitten). Ze kunnen ook ziektes,
ongelukken en pech veroorzaken. Of het verlies van bezit bijvoorbeeld.
Wanneer de butakala met respect benaderd worden is er niets aan de
hand, maar anders... whooo! Je kunt ze dus maar beter te vriend houden.
Butakala leiden dus een laag bestaan (het is eigenlijk heel simpel). Ze
zijn dierlijker dan de hogere geesten en vragen vooral spijsoffers. Hoe
groter het spijsoffer hoe meer je de butakala te vriend houdt. Daarom
zie je in Bali in de offermandjes die op de grond liggen vaak rijst en
koekjes liggen. De ceremonies die speciaal speciaal voor de butakala
gehouden worden vereisen altijd een dierlijk offer. Dat kan een
kuikentje zijn of een eend maar het kan ook een waterbuffel vragen. Dat
hangt af van de grootte en de belangrijkheid van de gebeurtenis. Een
van de belangrijkste butakala offers is het bloedoffer. Bloed dat op de
aarde moet vloeien.
Kijk, en hier komt het hanengevecht! Elke belangrijke Balinese
ceremonie vereist een bloedoffer om de lokale butakala in de juiste
stemming te brengen en hun medewerking te verzekeren. Die ceremonies
kunnen dienen voor zaken als een tempel- of grondreiniging, de opening
van een nieuwe business, de inzegenig van een nieuwe woning of zelfs
'recht van overpad'. Tijdens zulke gelegenheden is het hanengevecht
niet alleen legaal maar - en dat weet ook de politie - zelfs vereist.
Op die momenten bewijzen de lokale hanenliefhebbers hun diensten door,
in het openbaar en vaak zelfs ín de tempel, hun hanen te offeren. De
verliezende haan offert dus zijn bloed aan de butakala en daarmee komt
alles in orde.
De officiële gang van zaken is dat er voor dit religieuze bloedoffer
drie hanengevechten noodzakelijk zijn. Natuurlijk trekken de
mannen zich daarna terug op het sportveld of achter het dorpshuis waar
verder gespeeld wordt. Soms tot ver na zonsondergang. De politie weet
daarvan maar grijpt nooit in omdat niemand het in zijn hoofd zou halen
een religieuze ceremonie te onderbreken.
De hanengevechten zorgen voor een belangrijk aandeel in de Balinese
huisvlijtindustrie. Dat is het meest zichtbaar in de talrijke kooien
die je overal langs de kant van de weg ziet staan. Deze kooien, guungan
siap, lijken het meest op een grote bijenkorf en hebben een zeshoekig
patroon van gevlochten bamboestrips. Je ziet ze werkelijk overal. Ze
staan bij ieder huis en vaak zo dicht mogelijk langs de weg. Dit wordt
gedaan om de hanen die er in zitten alvast te laten wennen aan het
rumoer, aan mensen en aan allerlei heftigheid zodat ze later - wanneer
ze in een kring mensen worden losgelaten - niet panisch op de vlucht
slaan. De kooien worden regelmatig verplaatst om de bewoners de juiste
hoeveelheid zon en schaduw te geven. Aan iedere kooi hangt een halve
kokosnootschaal waarin de beesten hun dagelijkse hoeveelheid krachtvoer
en water krijgen.
Er zijn verschillende dorpen op Bali waar de belangrijkste industrie,
naast de rijstteelt, bestaat uit het vlechten van guungan siap. Er zijn
winkels die niets anders verkopen.
Omdat deze manden te groot zijn om de hanen in te vervoeren op weg naar
een pronkzit of een gevecht is er ook een levendige handel in tassen.
Dat kan van alles zijn. We hebben dingen gezien die lijken op
boodschappentassen en gemaakt zijn van palmbladeren maar we zagen ook
hele luxe uitvoeringen van getwijnd lontar met handvaten en openingen
voor de kop en de staart van het beest.
Er zijn ook speciale vakmensen die gespecialiseerd zijn in het maken
van de sporen, de taji, die de hanen vlak voor hun gevecht omgebonden
krijgen. Vroeger werden ze gesmeed uit afgedankte zuigerveren.
Tegenwoordig is het staal van kettingzagen het ruwe materiaal. De taji
lijken het meest op de vlijmscherpe chirurgenmesjes en zijn net zo
scherp.


De rechten van het dier
Veel van de westerse toeristen op Bali hebben een mening over het
bloederige aspect van de hanengevechten. Het is wreed, niet
diervriendelijk en het culturele en religieuze aspect ervan botst
heftig met ons ethisch instinct. Bedenk wel dat dat óns, door westerse
invloeden en -cultuur beïnvloedde instinct is. De Balinezen hebben zelf
een heel andere, meer verlichte, mening over het hanengevecht. Er is
geen enkele vorm van compassie of iets dat op schuldgevoel lijkt bij
dat, wat door velen van ons, gezien wordt als een ernstige vorm van
schending van de rechten van het dier. Die compassie is er overigens
voor geen enkel dier. Voor de Balinezen is de dood van een haan in de
arena precies hetzelfde als het lot dat de kip en het varken in de
keuken wacht.
Het voorspel
Voordat er een hanengevecht gehouden wordt is er al heel veel gebeurd.
Als het gevecht niet plaats vindt als onderdeel van een religieuze
ceremonie (waardoor het een vastgestelde aanvangstijd heeft) wordt er
meestal laat in de middag begonnen. De hanen worden, nadat de ergste
hitte voorbij is, door de mannen naar de afgesproken plaats gebracht.
De meeste mannen dragen hun haan onder de arm maar als ze van verder
komen, op de brommer, dan zitten de hanen in die kleine mandjes. Daar
arriveren ook de satehventsers en de mannen met hun baksovijfpoot. Er
ontstaat een kring met in het midden de mannen met hun hanen en daar
omheen de toeschouwers en de gokkers. Aan de randen van het veld wordt
gekaart en gedobbeld. Het is een luidruchtige, kleurijke gebeurtenis en
het ruikt er naar gebakken vlees en knoflook. Er wordt geschreeuwd,
gelachen, uitgedaagd en de hanen kukelen om het hardst. Omdat de
Balinezen niet op een kwartiertje meer of minder geven duurt het vaak
een poosje voordat er begonnen wordt.
Het is op dat moment belangrijk dat je weet dat, tijdens grotere
gevechten, de mannen die de hanen vlak voor hun gevecht verzorgen vaak
niet de eigenaren zijn. Het zijn vaak vakmensen die door de eigenaren
worden ingehuurd om de haan dat belangrijke beetje extra te geven. Een
vakbekwame 'coach' is heel belangrijk. De winnende haan is namelijk
degene die het langst op zijn poten kan blijven, zelfs wanneer hij zo
verwond is dat hij een paar seconden na z'n tegenstander dood neervalt.
Deze verzorgers hebben tientallen foefjes en trucs die ze gebruiken om
de laatste ademtocht van een schijnbaar levenloze haan te verlengen en
er genoeg leven in te blazen waardoor het beest opnieuw de ring in kan.
Zo'n man plukt, masseert en kietelt. Zo' man heeft zalfjes en
medicijnen bij zich. Hij blaast op de kop van het beest en steekt soms
de hele kop in zijn mond. Hij doet er van alles aan om het beest de
kracht te geven om, misschien met z'n allerlaatste krachten, nog één
laatste klap uit te delen. Want vaak is er maar één klap nodig om een
schijnbaar glorieuze winnaar te transformeren tot een veren stoffer -
het lot van de verliezer.
Voordat de gevechten beginnen wordt er geofferd. Vaak is het zelfs zo
dat een priester de grond reinigt. Als dat voorbij is hurken de mannen
bij elkaar om hun tegenstanders te keuren en uit te dagen. Het
duurt niet lang voordat een aantal mannen elkaar gevonden hebben. Die
gaan, met de hanen tussen zich in, tegenover elkaar zitten. Ze jutten
de beesten op, houden ze vlak bij elkaar zodat die elkaar kunnen
pikken. De nekken worden gestrekt en de veren staan wijd uit elkaar. De
mannen geven dan ook de hanen aan elkaar over zodat de tegenstander kan
voelen hoe zwaar het beest is, hoe het gespierd is en hoe sterk ze
denken dat hij is.
Er wordt gemompeld.
Er worden bedragen genoemd.
Hoger, lager... en dan duurt het niet lang of er is een weddenschap.
Wanneer er drie of meer van deze paren gevormd zijn (een set) wuift de
hoofdscheidsrechter met beide armen. Er kan begonnen worden!
Er wordt een kring gevormd en de hanen worden klaargemaakt voor hun gevecht.


Het mes.
In de kring worden bij de hanen die gaan vechten de messen, de taji,
omgebonden. Dit wordt niet gedaan door de eigenaar of de verzorger maar
door een specialist. Een taji is een kleine stalen dolk van ongeveer 12
tot 16 centimeter lengte. Vlijmscherp aan één zijde met aan de andere
kant een rond stalen heft dat nodig is om de taji aan de poot van de
haan te binden.
Over die taji gaan allerlei spannende verhalen. Menstruerende vrouwen
mogen ze niet aanraken of er zelfs naar kijken. Sommige mannen vinden
dat ze alleen bij nieuwe maan geslepen mogen worden en ze moeten
gesmeed worden in houtskool van een boom die door de bliksem getroffen
is. Andere verhalen gaan dat ze alleen gesmeed mogen worden wanneer het
buiten bliksemt. De taji mogen ook niet aangeraakt worden door iemand
in wiens familie er recentelijk iemand is overleden... enzovoorts...
enzovoorts. Allemaal prachtige verhalen. Een goede taji kan ongeveer
50.000 rupiah kosten en in elke menigte zijn altijd wel een paar
specialisten te vinden die een leren etui of houten kistje met allerlei
mesjes bij zich hebben. Soms wel twintig verschillende. Want ieder haan
heeft een ander mes nodig. Dat is zeker.
Het mes wordt gewoonlijk aan de linkerpoot van de haan bevestigd door
er een draad katoen omheen te wikkelen. Dit is een heel belangrijk
onderdeel van de voorbereiding omdat een mes dat niet goed zit geen
enkel effect heeft en de haan kansloos laat. Er zijn talloze manieren
die elk weer talloze posities creëren en die zijn weer afhankelijk van
de grootte van de poot, de vorm van de tenen en de plaats van de
sporen. Ook de hoek is belangrijk. Wanneer het een kleine haan is dan
komt het mes meer aan de buitenkant, bij een grotere haan meer aan de
binnenkant. Een goede tajispecialist is dus heel belangrijk.
Soms, wanneer de ene haan veel groter is dan de ander, krijg de
kleinste twee messen omgebonden. Aan elke poot één. Maar dit wordt niet
gedaan zonder dat beide eigenaars èn de scheidsrechter daar mee accoord
gaan. De haan wordt goed vastgehouden door een assistent. Dat is
belangrijk omdat het mes zo ontzettend scherp is dat een losgebroken
haan er heel gemakkelijk de omstanders mee zou kunnen verwonden.


Gokken
Wanneer al de paren voor de eerste ronde gereed zijn wordt de kring
vrij gemaakt en kan het eerste gevecht beginnen. De verzorgers gaan,
met hun hanen, op hun hurken in het midden van de kring zitten en
overhandigen de scheidsrechter het geld waarom ze zullen gaan vechten.
Dit is het cash bedrag dat ze eerder overeen gekomen zijn. Dit is
altijd een even bedrag. Het geld komt van de eigenaar van de haan, soms
met financiële steun van z'n familie en vrienden. Het kan flink
oplopen. Zelfs bij de kleine gevechten is een bedrag van 500.000 niet
ongewoon. Bij de grotere gevechten of bij de sterkste hanen gaat het
wel om meer.
Er zijn altijd minstens twee scheidsrechters in de kring maar de
hoofdscheidsrechter maakt de dienst uit. Die laatste is een man van
onbesproken gedrag en met een goede en betrouwbare reputatie. Hij mag
geen relatie hebben met de eigenaren, de verzorgers of de hanen. Als er
ook maar een beetje getwijfeld wordt dan laten de eerlijke mensen nooit
hun hanen vechten onder zijn toezicht.
Deze hoofdscheidsrechter maakt de hoogte van de weddenschap bekend. Dit
is belangrijk omdat het een indicatie geeft hoeveel vertrouwen de
eigenaren in hun hanen hebben. Op die manier is het dus van grote
invloed op de hoeveelheid en de hoogte van de weddenschappen die hierna
worden afgesloten.
Op dat moment beginnen de weddenschappen met en in het publiek. Voor
mensen zoals wij is dit gedeelte van het spel een complete chaos die
nog het meest lijkt op een paniekmoment op de beursvloer. Gokkers
zwaaien met geld en schreeuwen naar elkaar en naar de verzorgers van de
hanen. Er zijn allerlei onbegrijpelijke gebaren en seinen met vingers
en handen. Voor de liefhebber is dit een geweldig moment omdat de
zijdelingse weddenschappen waarschijnlijk het meest van het karakter
van de Balinese man blootleggen.


Het gevecht
Wanneer de scheidsrechter vind dat er genoeg gewed is geeft hij een
sein dat er begonnen kan worden. Nadat er nog snel een paar last-minute
weddenschappen zijn afgesloten doet de menigte een paar stappen
achteruit, er wordt nog wat gemompeld en dan wordt het stil. De
scheidsrechter geeft een sein, de verzorgers zetten hun hanen tegenover
elkaar, plukken een paar veren uit de nekken, blazen de beesten tegen
de koppen, geven een klap tegen de kont en laten hen los.
Vanaf het eerste moment is er actie. De beesten zetten hun kraag op,
lengen hun nek en staren elkaar nijdig in de ogen... een paar seconden.
En dan vliegen ze elkaar aan. Veren vliegen in het rond, de ene haan
springt over de andere heen, ze pikken en trappen naar elkaar en het
gaat allemaal zo snel dat je het nauwelijks kunt volgen. Het publiek
doet mee... als één man. Er wordt gezucht, ge-ohhhht en ge-ahhhht en
iedereen heeft dezelfde lichaamstaal.
Het duurt niet lang voor een van de twee hanen een rake haal van het
mes krijgt. Op dat moment geeft de verzorger van de andere haan het
sein aan de scheidsrechter om het gevecht te stoppen. Dat wordt gedaan
omdat de haan die de haal heeft uitgedeeld er daarna vaak toe overgaat
om de gewonde haan te pikken en daardoor een grotere kans loopt om zelf
geraakt te worden.
De verzorger van de gewonde haan trekt alles uit de kast om zijn beest
weer op te peppen en er nieuw leven in te blazen. Dat lukt bijna
altijd. Het gewonde beest vliegt er, schijnbaar onverschillig over de
aard van z'n verwondingen, meteen weer vol in.
Opnieuw vliegen de veren in het rond, opnieuw kreunt en zucht het
publiek, opnieuw klinken er ohhhh's en ahhhh's en opnieuw stopt de
scheidsrechter het gevecht wanneer een van de vogels een rake klap
heeft gekregen. Opnieuw wordt de gewonde haan opgelapt en opnieuw
worden ze tegenover elkaar gezet.
Dit gaat net zolang door tot er een duidelijke winnaar is.
Dat hoeft niet te zijn wanneer een van de hanen stuiptrekkend op de
grond ligt. Dat kan ook zijn wanneer een van de hanen geen zin in
vechten meer heeft en de kring probeert te verlaten.
In dat geval heeft de scheidsrechter overigens nog een paardenmiddel.
De twee hanen worden met hun ruggen tegen elkaar op de grond gezet
terwijl de verzorgers een hand over hun kop houden. Dan wordt er een
hanenkooi zonder bodem over de twee hanen gezet zodat ze
elkaar niet meer kunnen ontvluchten. De verzorgers laten de hanen
los... waarna de boel explodeert.




Strijdhanen, hanengevechten en het wedden op de uitslagen zijn
generaties lang populaire obsessies van de Balinese mannen. De
geïnteresseerde toerist die er in slaagt om zich tussen zo'n zweterige,
luidruchtige en stikulerende menigte te dringen en met hen in de kring
te staan, kijkend naar alles wat er om hem heen gebeurt zal zich
afvragen of hij misschien in een ander land terechtgekomen is... of in
een andere eeuw... een andere dimensie. Zijn dit nu de gracieuze,
bedeesde en vriendelijke mensen die hij in het hotel en de restaurants
heeft ontmoet? Zijn dit dezelfde mensen die, met gevouwen handen,
offers brengen in hun tempels? Zijn dit de mensen van 'terima kasih
banya, selamat makan!'? Maken deze mensen die schitterende houtsnedes
en schilderijen?
Nogmaals... er is geen beter plek om Balinese normen en waarden te observeren dan tijdens een hanengevecht.
De toerist met slechts oppervlakkige interesse zal z'n aandacht
waarschijnlijk richten op het gevecht zelf en zich een mening vormen
over de wreedheid ervan. Dat begrijpen we. Anderen kijken misschien wat
meer rond en zien wat er in de menigte gebeurt. De manier waarop de
stiltes ontstaan bijvoorbeeld, het engagement, de ohhhh' en de ahhhh's
die als uit één mond klinken. Ze zien de kleuren, de emotie van
het gevecht, de huilende mannen die een maandloon hebben verloren, een
dode haan wiens veren worden geplukt om er een stoffer van te maken. Ze
zien de beelden van het gevecht. Wanneer dat voorbij is draait de
toerist zich om en vertrekt... naar zijn hotel... naar huis.
Als dat de enige indrukken zijn die hij er opdoet dan mist hij het
grootste deel van de betekenis die het hanengevecht in Bali heeft. Hij
mist het voor- en het naspel. De religieuze betekenis. Hij heeft niet
gezien hoe de verzorging van de hanen een groot onderdeel inneemt van
het dagelijks leven. Dat het voor het grootste deel van de mannelijke
bevolking een mogelijkheid geeft om even boven de menigte uit te
steken. Dat het kansen geeft en hoop verbeeldt.
En ongelukkigerwijs hebben de meeste toeristen die een uitgesproken
mening over dit soort dingen hebben nooit de moeite genomen om zich te
verdieping in deze culturele en religieuze achtergronden. Het maakt een
discussie op voorhand zinloos.
Tegenwoordig is het voor de toerist die 'zomaar' naar Bali komt niet
echt eenvoudig om een hanengevecht bij te wonen. Jaren geleden was het
de gewoonste zaak van de wereld maar nu moet je er naar vragen. Je moet
werkelijke interesse tonen en de juiste mensen aanspreken voor je door
iemand achterop een brommer meegenomen wordt naar een desa tussen de
rijstvelden Daar mag je dan, op een zandpad achter een tempelmuur
een blik werpen in de rijkgevulde etalage van de Balinese cultuur.

|
|
|
 |
Wereldfietsers
Op 8 mei 1998 trokken Dick Verschuur en Els Schaap hun Katwijkse voordeur achter zich dicht voor een fietsreis naar Gibraltar (en terug).
Die zevenduizend kilometer (zo hadden ze geschat) dachten ze in ongeveer zeven maanden af te leggen.
Het liep - zoals zoveel dingen in hun leven - anders.

Op het oorspronkelijke keerpunt namen ze eeen boot naat de overkant.
Ze trapten vrolijk door naar Timboektoe en reden vervolgens terug. En toen (ze waren dertien maanden onderweg geweest), toen vonden ze het fietsen zo leuk dat ze nóg een keer op reis gingen. Drieënhalf jaar. Van Katwijk via de Noordkaap en Ushuaia (Argentinië) naar Noord-Alaska. Tijdens die reis richtten ze Stichting Klein Verzet op; een organisatie die zich sterk maakt voor het creëren van onderwijskansen voor kinderen en jongvolwassenen.
Voor deze stichting fietsten Dick en Els na hun thuiskomst ruim anderhalf jaar door Nederland. Door weer en wind en van hot naar her. Ze verzorgden bijna tweehonderdvijftig dialezingen waarmee ruim tweehonderdduizend euro werd opgehaald.
In januari 2006 vertrokken ze opnieuw. Nu voor een rondje Tasmanië, Australië en Bali. Met dat achter de rug vlogen ze begin 2007 naar Istanboel en reden vervolgens terug naar huis waar ze, op 16 juni van dat jaar, voor de laatste keer in de remmen knepen.
Het was mooi geweest vonden ze. Heel mooi.
In ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.
Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg" en studeert Psychmotorische Therapie. Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.

|
|
|