|
|
 |
|
De gamelanmaker van Blahbatan |
|
|
|
|
Geschreven door Dick Verschuur
|
|
vrijdag 08 september 2006 |
Op zoek naar de man van het sterretje

Op onze landkaart van Bali staan, behalve allerlei weggetjes en heel
veel stippen met onuitsprekelijke namen, ook rode sterretjes. Die
sterretjes staan voor allerlei interessantigheden zoals 'fishing
village, salt production' (bij Kusamba), 'sea garden, diving spot' (bij
Jemeluk) en 'artists village, museums' (bij Ubud). Bij het dorpje
Blahbatan staat ook zo'n sterretje. 'gamelan maker' staat er bij.
"Zou daar iemand wonen die gamelans maakt?"
"Ik denk het."
"Eén iemand?"
"Geen flauw idee."
"Ik neem aan van wel want hier bij Klungkung staat ook zo'n sterretje. Daar staat 'gamelan smiths' bij. Dus daar zijn er meer."
"Blijkbaar."
"Dan moet dat toch wel een heel bijzondere man zijn, denk je niet? Dat je zomaar in je eentje een sterretje op de kaart krijgt."
"..."
"Gôh."
"..."
"Zou zo'n man, als ie gaat verhuizen, naar de kaartendrukkerij schrijven dat het sterretje bij een ander dorp moet komen?"
"..."
"Of als ie geen zin meer heeft in het maken van gamelans... zou ie dan
schrijven: 'Jongens... sorry hoor, maar de gamelanbusiness ligt
helemaal op z'n reet. Ik vouw inmiddels loempia's. Samen met mijn
vrouw. Kunnen jullie daar in de volgende druk even rekening mee
houden?'"
"Waar wil je heen?"
"Nergens... maar het intrigeert me wel, dat sterretje... 'gamelan
maker'. Al weken. Iedere keer zie ik weer dat sterretje... en telkens
vraag ik me af..."
"Hoe ver is het?"
De volgende dag rijden we via Pengosekan en Silungan naar
Blahbatan. Dat blijkt een dorp van niks. We laten een voorbijganger de
kaart zien en wijzen op het sterretje.
De man grijnst, wijst naar een stoffig zijweggetje en gebaart dat we daar links en rechts moeten.
"Terimah kasih, banya!"
"Sama sama."
Even later staan we bij een huis waarvoor een bord staat. Gong Gede staat er op.
We kijken elkaar aan.
"Zou dit het zijn?"
"Ik denk het."
"Niks bijzonders."
"Nee."
"Dat zo iemand een sterretje krijgt..."
"Ja. Het zal wel aan z'n karma liggen."
Eenmaal door de poort stappen we in een andere wereld. Eerst lopen we
dwars door een woonhuis. Er staat het meest wanstaltige leren bankstel
dat we ooit zagen. Reusachtige chesterfields. Op zich al
verschrikkelijk natuurlijk maar deze hebben ook nog eens zulke heftig
versierde en in felle kleuren beschilderde decoraties, dat het een idee
geeft hoe het meubilair van een kermisdirecteur er uit zou kunnen zien.
We zijn, zo voelen we, op het goede adres.
Van achter het huis komt lawaai. Er wordt gezaagd en gehamerd. We
wandelen verder, gaan een hoek om en een donkere gang door en komen
daarna in een wirwar van hokken en schuren terecht waarin van alles
gebeurt.
Op een binnenplaats zijn twee mannen bezig om met de hand enorme
blokken hout in stukken te zagen. We raken in gesprek met een van hen
en leren dat we in de allerbelangrijkste gamelanfabriek van Bali staan.
Hier bestellen de banyars hun instrumenten en we kijken nu naar het
hout waar de meubels voor de gamelans van gemaakt worden. Dat hout komt
van de jackfuitboom. Het is geel van kleur, vrij zacht en heel
makkelijk om er houtsnedes in te maken. Het heeft ook het voordeel dat
het, wanneer het droogt, niet scheurt. Er ligt ook ander hout. Teak.
Dat is veel harder en veel moeilijker om te verwerken en daardoor wordt
een complete gamelanset bijna twee keer zo duur als een die gemaakt is
van jackfruithout.

In de schuurtjes en hokjes zie we hoe de afgezaagde blokken verder
verwerkt worden. Jongens zitten er op de grond tussen de krullen en het
zaagsel en snijden en beitelen er, met de meest primitieve stukjes
gereedschap , weelderige krullen en draken uit het hout. Niemand werkt
volgens een tekening. Alles gaat uit het hoofd en in werkomstandigheden
die een gruwel in het oog van de arbeidspectie zouden zijn. Er zijn
geen ramen, er is geen ventilatie en geen raam waardoor je, vanaf je
werkplek, naar buiten kunt kijken. Er is geen kantine en geen
gescheiden dames- en herentoilet. Er zijn geen veiligheidsbrillen en
nergens hangt een brandblusser of ehbo-kist. Niet één van de jongens
heeft een stoel of werkbank. Ze moeten hun werkstukken met de voeten
vastklemmen.


In een ander schuurtje zien we hoe de meubels beschilderd worden. Eerst
wordt de boel in de menie gezet, daarna rood gespoten en vervolgens
wordt de gouden decoratielaag aangebracht. Dat kan op verschillende
manieren. Eerst wordt er een okergele onderlaag op geschilderd en
daarna een gouden toplaag. In het goud zijn drie kwaliteiten: Japans,
Amerikaans en 'real'.
Japanse goudverf is het goedkoopst. Amerikaanse goudverf is duurder en wanneer een banyar
heel erg veel geld heeft wordt er met bladgoud gewerkt. Dat is zo
ontzettend duur dat er een speciaal iemand bij komt staan die bijhoudt
hoeveel boekjes er gebruikt worden en er ook op toeziet dat ieder
flintertje gebruikt wordt.


In een andere ruimte worden de bronzen gongen en de liggers voor de
xylofoons gegoten en gesmeed. Vandaag worden de liggers gesmeed en op
toon gezet. Een van de mannen houdt zich bezig met de grondtoon en doet
dat door de liggers te verhitten en langzamer of sneller af te laten
koelen. Z'n collega zet de puntjes op de i door er op de juiste
plaatsen wat materiaal af te vijlen. Dan weer hier en dan weer daar.
Alles wat hij doet heeft, zo legt hij uit, een gevolg voor de toon, de
lengte en de kleur van het geluid en het komt allemaal heel erg nauw.
Wanneer hij bijvoorbeeld in het midden van de ligger materiaal weghaalt
wordt de toon langer, wanneer hij dat aan de zijkant doet wordt de
klank minder rijk. Hij kan het niet allemaal uitleggen want, ja... je
moet dat gewoon weten. Hij weet het, maar hoe je dat uit moet leggen...
dat weet ie weer niet. Begrijpen we dat?
We knikken van ja.
Dit moet 'm zijn... de man van het sterretje.
We laten hem de kaart zien.
"You?"
Hij knikt. Heel bescheiden.


Als je een gamelanorkest wilt beginnen moet je naar Blahbatan. Daar,
bij de man van het sterretje, kun je alles kopen dat je nodig hebt. De
gongen worden er gegoten, de meubels worden er gemaakt en ook de
hamers. Zelfs de trommels en de kostuums komen uit dit dorp. De banyars
komen er met hun spaargeld en bepalen, met de man van het sterretje,
wat ze daarvoor kunnen kopen. Jackfruit of teak, weelderig of
bescheiden houtsnijwerk, Japans, Amerikaanse goudverf of misschien wel
echt bladgoud. Alles heeft z'n prijs. Een doorsnee set komt op
honderdtien miljoen rupiah.
Maar ja... echt veel zijn we dus niet wijzer geworden. Dus gaan we, op
de weg terug, langs een internetcafé waar we, in de wikipedia, het
volgende lezen:
Gamelan
De gamelan wordt als een van de hoogst ontwikkelde muzikale vormen ter
wereld beschouwd. Gamelan is, zowel op Java als op Bali, de benaming
voor zowel de muziekstijl, de muziekinstrumenten als de muzikanten.
Een orkest bestaat voornamelijk uit slaginstrumenten zoals drums,
kulintangs, gongs en xylofoons, maar ook bijvoorbeeld fluiten en een
tweesnarige luit. De muzieksoort is op allebei de eilanden heel
populair. Het is kenmerkend voor Indonesische volksmuziek.
De naam is afgeleid van gamel, een Oud-Javaans woord voor
handgreep of hamer (omdat de meeste instrumenten van een gamelanorkest
slaginstrumenten zijn). Een gamelanorkest kan bestaan uit vijf tot
veertig instrumenten, waaronder de rebab (tweesnarige luit), de suling (bamboefluit) kendhang (houten trommel), de bonang, de gender en de gambang (xylofoon).
De Balinese gamelanmuziek verschilt sterk van de Javaanse. De Balinese
vorm kent schrille tonen en levendige ritmes, de Javaanse vorm
daarentegen heeft langzame, afgemeten klanken.
Balinese gamalanmuziek typeert zich vooral door de syncopische ritmes in een hoog tempo. Kenmerkend is het 'sangsit'-spel. Sangsit
spelers spelen hetzelfde patroon maar dan net wat later dan de
melodie-speler. De melodiepartij wordt verdubbeld en krijgt een nog
spankelender effect. Goed ontwikkelde timing bij de spelers is derhalve
een must
Het instrumentarium wordt vervaardigd in de districten (Kabupaten)
Klungkung en Buleleng. De grote gongen worden meestal geïmporteerd
vanuit het Javaanse Solo (Surakarta).
We kijken elkaar aan.
"Nou moe..."
"Helemaal niks over de man van het sterretje."
|
|
|
 |
Wereldfietsers
Op 8 mei 1998 trokken Dick Verschuur en Els Schaap hun Katwijkse voordeur achter zich dicht voor een fietsreis naar Gibraltar (en terug).
Die zevenduizend kilometer (zo hadden ze geschat) dachten ze in ongeveer zeven maanden af te leggen.
Het liep - zoals zoveel dingen in hun leven - anders.

Op het oorspronkelijke keerpunt namen ze eeen boot naat de overkant.
Ze trapten vrolijk door naar Timboektoe en reden vervolgens terug. En toen (ze waren dertien maanden onderweg geweest), toen vonden ze het fietsen zo leuk dat ze nóg een keer op reis gingen. Drieënhalf jaar. Van Katwijk via de Noordkaap en Ushuaia (Argentinië) naar Noord-Alaska. Tijdens die reis richtten ze Stichting Klein Verzet op; een organisatie die zich sterk maakt voor het creëren van onderwijskansen voor kinderen en jongvolwassenen.
Voor deze stichting fietsten Dick en Els na hun thuiskomst ruim anderhalf jaar door Nederland. Door weer en wind en van hot naar her. Ze verzorgden bijna tweehonderdvijftig dialezingen waarmee ruim tweehonderdduizend euro werd opgehaald.
In januari 2006 vertrokken ze opnieuw. Nu voor een rondje Tasmanië, Australië en Bali. Met dat achter de rug vlogen ze begin 2007 naar Istanboel en reden vervolgens terug naar huis waar ze, op 16 juni van dat jaar, voor de laatste keer in de remmen knepen.
Het was mooi geweest vonden ze. Heel mooi.
In ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.
Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg" en studeert Psychmotorische Therapie. Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.

|
|
|