|

Het meesterwerk
van Sinan
Het is onze laatste dag in Turkije. We zitten in
een internetcafé in Edirne en lezen dat deze stad een hele lange
geschiedenis heeft. Edirne werd gesticht door de Romeinse keizer
Hadrianus dcie de stad ook zijn naam gaf: Hadrianopolis. Eerder lag er
een nederzetting van de Thraciërs die bekend was als Uskadama, Uskudama
of Uskodama.
In 378 kwamen de Visigoten die in de Balkan leefden in opstand tegen
het Romeinse gezag. Bij de slag bij Adrianopel versloegen ze het
Romeinse leger, waarbij de Romeinse keizer Valens sneuvelde.
Bijna duizend jaar later, in 1362, werd de stad veroverd door het
Ottomaanse Rijk, waarvan het van 1365 tot 1453 de hoofdstad was. In
1575 bouwde sultan Selim II in Adrianopel de Selimiye-moskee, die werd
ontworpen door de grote Ottomaanse architect Sinan. Die moskee is de
reden dat we hier zijn.
De Selimiye-moskee is onderdeel van een
complex gebouwen dat tegelijkertijd werd gebouwd (een kulliya). In het
complex bevinden zich onder andere een madrassa (islamitisch
leercentrum), een dar ul-hadis (jongensschool) en een arasta
(winkelgalerij). Die arasta ligt aan de zuidzijde van de moskee en ligt
vlak achter de hoofdingang. Daardoor heb je het idee dat je, wanneer je
eenmaal binnen bent, in de Grand Bazaar terecht gekomen bent. Het
trapportaal dat toegang geeft naar het binnenplein van de moskee ligt,
nauwelijks zichtbaar, verscholen tussen twee winkeltjes.
We lopen de stenen trappen op naar boven en waar we, net als eerder
vandaag, opnieuw verbijsterd zijn door de grootsheid van dit wonder.
We staan op een groot marmeren plein dat aan drie zijden wordt omzoomd
door een galerij waarvan het plafond gevormd wordt door prachtig
beschilderde koepels. Op het midden van het plein staat en fontein met
koperen kranen. De hoofdingang van de moskee ligt aan de rechterzijde
van het plein en is afgeschermd met een voorhang van groen dekzeil.
Naast die ingang zien we, boven de ramen, tegeltableaus met Arabische
teksten. We trotseren de aanzichtkaartenverkopers, doen onze schoenen
uit en wandelen naar binnen.
Opnieuw happen we naar adem.



De ruimte is groots. De koepel, hoog boven ons, is prachtig beschilderd
en lijkt perfect gerestaureerd. Het vormt, samen met de vier
halfkoepels en de nissen die ernaast liggen, een ruimte waarvan je niet
het idee hebt dat het zo enorm groot is totdat je er in rond gaat lopen
en omhoog kijkt. De werkelijke omvang van de zuilen waarop de koepel
rust dringen ook pas tot ons door wanneer we er omheen lopen. En ook
hier weer, op alle muren, en boven alle ramen, de prachtig
getypografeerde koranteksten.

Tijdens de bouw van de Selimiye-moskee heeft Sinan gezegd dat dit zijn
meesterwerk was. De eerder door hem ontworpen Süleymaniye-moskee te
Istanbul was wel groter, maar had niet de optimale lichtval en
ruimtebeleving die in de Selimiye-moskee te ervaren zijn. De muren
omsluiten een vierkante ruimte, maar de centrale koepel rust op acht
pilaren die door bogen verbonden zijn met de binnenkant van de muren.
Op de op die manier ontstane ruimtes aan de hoekpunten van de vierkante
plattegrond rusten vier kleinere halfkoepels.
Sinan ontwierp de grote gebedsruimte als één geheel, zodat het mihrab
vanuit elk punt in de ruimte te zien is, iets dat in die tijd nog niet
gebruikelijk was. Het mihrab is een kleine inspringende alkoof met aan
drie kanten ramen, waardoor de tegels aan de binnenkant door zonlicht
beschenen worden.
De koepel meet 31,28 m in diameter en bevindt zich 43,28 m boven de
grond. Daarmee is de koepel net iets groter dan de koepel van de Hagia
Sophia, een gebouw dat Sinan als voorbeeld diende.
Op de vier hoekpunten van de moskee staan 71 m hoge minaretten, in
verhouding slanker dan ooit eerder gebouwd en nog steeds de hoogste van
Turkije.
De symmetrie van het ontwerp geeft de moskee een schoonheid, die het
resultaat was van Sinans levenslange zoektocht naar optimale
verhoudingen.
Koca Mimar Sinan Ağa werd op 15 april 1489 in het dorpje Ağırnas bij
Kayseri in Anatolië geboren in een Grieks of Armeens christelijk gezin
(het is niet duidelijk welk van de twee; bij de Ottomaanse census werd
alleen religie en niet de etniciteit vermeld). Sinan werd in 1511
volgens de devşirme (een belasting waarbij jongemannen uit pas
veroverde gebieden als slaaf in dienst van de sultan kwamen) naar
Istanbul gestuurd, waar zich bekeerde tot de soennitische islam en een
opleiding volgde tot ingenieur en architect. Tijdens zijn opleiding aan
de paleisschool diende hij de grootvizier İbrahim Paşa. In die tijd nam
hij de islamitische naam Sinan aan.
Drie jaar later nam hij als ingenieur deel aan de militaire campagne
van Selim I in het oosten van het Ottomaanse Rijk. Toen Selim I Caïro
veroverde, werd Sinan daar benoemd tot hoofdarchitect. Hij had de taak
om huizen die in de weg stonden te laten slopen om zodoende een meer
geordend stratenplan te krijgen. Hij kreeg ook het bevel over een
infanteriedivisie, maar werd op zijn eigen aandringen overgeplaatst
naar de artillerie. Tijdens de campagne van sultan Süleyman I in Perzië
(1535) liet hij schepen bouwen zodat het leger het Vanmeer over kon
steken. Voor die verdienste werd hij gepromoveerd tot sergeant (titel
ağa) in de lijfwacht van de sultan.
Zijn eerste niet-militaire werk, na zijn terugkomst in Istanboel, was
de Şehzade-moskee in 1548. In 1550 begon hij de bouw van de
Süleymaniye-moskee, die in 1557 klaar zou komen. Voor het ontwerp werd
hij geïnspireerd door de (1000 jaar oudere) Hagia Sophia. Hij nam het
concept van een ronde koepel op een vierkante ondersteuning van de
Hagia Sophia over.
Hij ontwierp niet alleen veel openbare gebouwen in en rondom Istanbul
maar ook in andere steden van het Ottomaanse Rijk. Voorbeelden van zijn
bouwwerken zijn:
- de Selimiye-moskee van Edirne
- de Rüstem Paşa-moskee in Istanbul
- de Mihrimah Sultan-moskee in Edirnekapı
- de Kadirga Sokullu-moskee in Istanbul
- de Taqiya al-Süleymaniya karavanserai met moskee in Damascus
- de Banya Başi-moskee van Sofia (op dit moment de enige in gebruik zijnde moskee in die stad)
Gezegd wordt dat Sinan in totaal heeft gebouwd:
- 94 grote moskeeën (cami),
- 57 universiteiten,
- 52 kleine moskeeën (mescit),
- 41 badhuizen (hamam).
- 35 paleizen (saray),
- 22 mausoleums (türbe),
- 20 Karavanserijen (kervansaray; han),
- 17 gaarkeukens (imaret),
- 8 bruggen,
- 8 pakhuizen,
- 7 scholen (medrese),
- 6 aquaducten,
- 3 ziekenhuizen (darüşşifa),
Zelf zegt hij in zijn autobiografie Tezkiretü’l Bünyan dat zijn
meesterwerk de Selimiye-moskee in Edirne is. Zijn motivatie bij die
bouw was een grotere koepel te maken dan die van de Hagia Sophia; een
prestatie die sinds de bouw van die kerk voor onmogelijk werd gehouden.
Sinan was 80 jaar oud toen de Selimiye-moskee klaar kwam, met de
grootste koepel ter wereld.
Sinan stierf in 1588 en ligt begraven bij de Süleymaniye-moskee, niet
op de begraafplaats naast de moskee maar vlak ten noorden ervan, aan de
overkant van de weg die naar hem Mimar Sinan Caddesi genoemd is. Er
zijn ook een universiteit in Istanbul (Mimar Sinan-universiteit) en een
inslagkrater op de planeet Mercurius naar hem genoemd.
|