Advertisement

 

 
Dick en Els laten hun Vittorio's een dagje staan PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Dick Verschuur   
donderdag 19 april 2007

Een wandeling door Budapest



Met trillende benen stappen we op het Oktogon van onze fietsen. Na de weken op het platteland van Servië en Hongarije, de geitenpaadjes en de slaperige dorpjes, zijn we volledig overdonderd door de grandeur van deze stad. We gaan op een terras zitten, bestellen allebei een groot glas bier en happen in het schuim. Een kwartier later - we zijn dan nog steeds helemaal van de kaart - maken we kennis met onze gastheer.
"And... do you like my city?" vraagt hij opgewekt.
"We are... eh... baffled!"
"It is the most beautiful city in the world, I'll tell you. I suggest that you will not ride your bicycles for a couple of days. From tomorrow you will walk and enjoy!"



We beginnen onze wandeling door de stad op de westoever van de Donau. Daar gaat bij de Kettingbrug een kabeltram omhoog naar de Budaheuvel (Várhegy). Deze twee wagons zijn met een staalkabel met elkaar verbonden. Wanneer de een naar boven gaat keert de ander terug.


Op deze heuvel bevindt zich het oude koningspaleis, de Burcht van Boeda, een stadje binnen de grootstad, op 70 meter boven de Donau gelegen.


De Burcht ligt op een plateau en het gehele complex bestaat uit tientallen historische en architectonische waardevolle gebouwen en vele nauwe straatjes en steegjes, waarvan de loop sinds 7 eeuwen niet is veranderd.




In de souvenirstalletjes op de burcht vind je, naast de gebruikelijke meuk, vooral poppen en zakjes met paprikapoeder.


Hier stonden we van te kijken. Op een blinde muur is het perspectief van een gebouw geschilderd. Wanneer je op de juiste plek gaat staan zou je zweren dat het echt is. Even verderop zagen we deze Trabant. Het zou een bedrijfsauto van Stichting Klein Verzet kunnen zijn.


Weer terug in Pest gaan we naar
Nagy Vásárcsarnok, de grote centrale markthal. Dit is de plek waar vheel veel mensen hun verse groenten en vlees inkopen. Het immense gebouw is ontworpen door Gustav Eiffel en bestaat uit drie verdiepingen. In de kelder koop je vis en ingelegde groenten,


Op de begane grond vind je vooral groentenkramen.


Ook daar veel pepers maar ook prachtige aubergines en...


... de aller- allergrootste radijzen die we ooit zagen. Sommige waren zo groot als appels.


De worsten zou je moeten ruiken.


Net als het spek.


Voor mensen met een orale fixatie, zoals wij, is alles op deze plek een voortdurende verleiding.


Maar we zijn er natuurlijk alleen om te kijken.


Een groot deel van de middag brengen we door in een badhuis.


Het Géllert Gyogyfürdö bezit zowel een binnen- als een buitenbad. Het is ingericht in Jugendstil en dateert uit de periode voor de Tweede Wereldoorlog.


Het buitenbad bezit zelfs een golfslag. De temperatuur van het water varieert tussen de 26 en de 38°C., afhankelijk van welk bad je neemt.



Met daarna een kop espresso in het oudste koffiehuis van Budapest. Grand Café New York. De fresko plafonds, de magistrale kroonluchters en uitnodigende galerie weerspiegelen de scharme van weleer. Ook vandaag nog een fantastische plek om te vertoeven.


Van New York slenteren we naar de St. Stefanusbasiliek. Van buiten oogt deze kerk zeer monumentaal, met de 96 meter hoge centrale koepel - hoger dan welke kerktoren in de stad ook - en twee naar het westen gerichte 80 meter hoge torens. Aan beide zijden van het hoge portaal, dat de vorm van een triomfboog heeft, staan in de nissen figuren van kerkvaders.


Het interieur doet niet onder voor de buitenkant. Alle bekende Hongaarse schilders en beeldhouwers van rond de eeuwwisseling werkten mee aan de vervaardiging ervan. De koepel toont een mooi plafond met mozaïeken.


We zijn vooral onder de indruk van de vier gebrandschilderde ramen.


Weer buiten lopen we over de Andrássy útca (die sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat) naar het Oktogon. Daar stappen we op de metro.


Budapest heeft de oudste metro op het vasteland van Europa.


We stappen uit op het  Heldenplein met daarop het Millennium-monument (Hősök tere) aan het uiteinde van de Andrássyboulevard.


Het monument bestaat uit een zuilengalerij in een halve cirkel, met de standbeelden van de 7 Magyarenvorsten in het midden. In een halve kring daar omheen staan de grote standbeelden van een aantal beroemde Hongaren, die de geschiedenis van het land beïnvloedden. Het geheel wordt bekroond door een 45 meter hoge zuil met op de top de aartsengel Gabriël. Voor deze zuil is een ruiterstandbeeld van vorst Árpád opgericht.


Achter het heldenplein ligtt het Városliget, het grootste park in Boedapest. Op een eiland in de vijver in het park ligt het slot Vajdahunyad, dat hier werd gebouwd ter gelegenheid van het grote feest in 1896.


Het is een kopie van een slot dat in Zevenburgen staat. De architect heeft geprobeerd verschillende Hongaarse stijlen in één gebouw te verenigen.


Ook rond het kasteel hebben de gebouwen een verschillende stijl. Romaans (kerk), gotisch, renaissance en barok (het slot). Het portaal van de kerk is een nabootsing van dat in Ják.


Het is inmiddels avond wanneer we met de metro terugkeren naar de
Andrássy útca. Daar staat de beroemde Opera van Budapest.


Dat is vooral van binnen pracht en praal.


Wij zijn er vanavond om er een uitvoering bij te wonen van Romeo en Julia.


Drieënhalf uur lang kijken we ademloos toe. Niet alleen van het spel maar ook naar het decor.


Daarna wandelen we nog een poosje door de stad.


Daar zijn veel gebouwen prachtig verlicht.


 
< Vorige   Volgende >


Wereldfietsers

Op 8 mei 1998 trokken Dick Verschuur en Els Schaap hun Katwijkse voordeur achter zich dicht voor een fietsreis naar Gibraltar (en terug).
Die zevenduizend kilometer (zo hadden ze geschat) dachten ze in ongeveer zeven maanden af te leggen.
Het liep - zoals zoveel dingen in hun leven - anders.
redactiefoto.jpg
Op het oorspronkelijke keerpunt namen ze eeen boot naat de overkant.
Ze trapten vrolijk door naar Timboektoe en reden vervolgens terug. En toen  (ze waren dertien maanden onderweg geweest), toen vonden ze het fietsen zo leuk dat ze nóg een keer op reis gingen. Drieënhalf jaar. Van Katwijk via de Noordkaap en Ushuaia (Argentinië) naar Noord-Alaska. Tijdens die reis richtten ze Stichting Klein Verzet op; een organisatie die zich sterk maakt voor het creëren van onderwijskansen voor kinderen en jongvolwassenen.
Voor deze stichting fietsten Dick en Els na hun thuiskomst ruim anderhalf jaar door Nederland. Door weer en wind en van hot naar her. Ze verzorgden bijna tweehonderdvijftig dialezingen waarmee ruim tweehonderdduizend euro werd opgehaald.

View Dick Verschuur's profile on LinkedIn

In januari 2006 vertrokken ze opnieuw. Nu voor een rondje Tasmanië, Australië en Bali. Met dat achter de rug vlogen ze begin 2007 naar Istanboel en reden vervolgens terug naar huis waar ze, op 16 juni van dat jaar, voor de laatste keer in de remmen knepen.
Het was mooi geweest vonden ze. Heel mooi.

In ruim negen jaar reden Dick en Els ruim 111.000 kilometer door vijf continenten. Ze doorkruisten ruim vijftig landen en stonden met hun fietsen op  een paar van 's werelds meest afgelegen plekken. Tijdens die reis hebben ze geschreven en gefotografeerd.
Het resultaat daarvan vind je op deze website. Honderden reisverhalen en duizenden foto's; met het doel anderen te inspireren tot een omslag in het leven.
Voor degenen die thuis blijven staan er bijna honderd wereldrecepten.

Inmiddels zijn Dick en Els gestopt met fietsen en wonen ze in Den Haag. De fietsen staan in de schuur en hun tent is ingepakt. Els werkt "in de zorg" en studeert Psychmotorische Therapie. Dick is grafisch vormgever en bouwt websites.
fiets.jpg